Kolkende tonen doorbreken de blokfluitklanken

Concert: BRISK en Rotterdams Saxofoon Kwartet. Werken van Padding, Brouwer, Lann, Van Dillen en anderen. Gehoord 12/2. De Unie Rotterdam.

Klanken als vuurpijlen (Martijn Padding), mysterieus gestold (Fons Brouwer), levendig als vuurtongen (Vanessa Lann), of verweerd en kromgetrokken (Oscar van Dillen): aan uitgangspunten was er donderdagavond in de Rotterdamse zaal De Unie in de serie 'Kwartetten' geen gebrek.

Maar het idee bleek vaak aardiger dan de uitwerking. Zo liet Padding in zijn blokfluitkwartet In Pairs instrumenten horen die uit een hogere en een lagere blokfluit bestonden. De bedoeling was niet, zoals bij jazzmusici niet ongebruikelijk, om beide mondstukken gelijktijdig in de mond te nemen, maar om een extreem hoog met een extreem laag register snel te kunnen afwisselen. Helaas, voor die wisseling bleek toch te veel

tijd nodig, zodat het idee een beetje harkerig uitviel als van steeds stokkende vuurpijlen.

Is Padding energiek en contrastrijk, wars van esthetisch gefriemel, Fons

Brouwer zoekt naar iets anders. Zijn Mnajdra voor twee tenoren, basset en contrabas-blokfluit is geïnspireerd door de prehistorische tempelcomplexen op het eiland Malta, waar de goden zijn gedood en de mensen rots geworden. Enerzijds is er laag en zacht murmelende beweging,

maar omdat het melodisch-harmonisch materiaal zwijgzaam onveranderd blijft, is die beweging toch maar schijn. Weer vond ik het idee uitstekend, maar de uitwerking veel minder geslaagd, want die onveranderlijkheid legt de beperking van het ensemble (een gebrek aan kleur) genadeloos bloot.

Enthousiasme veroorzaakte In The Moment (alweer een première) van

Vanessa Lann. Zij weet het starre blokfluitkarakter te doorbreken door de losse toon mededeelzaam te maken, de muziek kruipt en kolkt binnenin de toon, in feite een Aziatische techniek. Het gelijktijdig zingen in octaven - een constant gegeven in het gehele stuk - herinnert aan Tibetaanse monniken die in boventonen reciteren. Bovendien oogt het werk

heel boeiend, er is een complete choreografie voor nodig, waarbij de musici zich spectaculair naar en van microfoons bewegen, om een dynamische vlammende kleur af te dwingen. Het materiaal is vrij eenvoudig als in een Bartók-dans, maar inzet en uitwerking blijken bijzonder effectief.

Visuele elementen waren er ook bij het Rotterdams Saxofoon Kwartet in een première van Oscar van Dillen: Tableaux des Enfances, waarbij

zeefdrukken van Olivier Beijn werden geëxposeerd, geïnspireerd

op dit kwartet. Van Dillen (1958) is een tweedejaars compositiestudent met een late roeping, die in zijn stuk 'wording in Platoonse zin in relatie tot het zijn' aan de orde stelt. De eerste drie statische structuren zijn matig gedoseerd, maar als op een groteske uitbarsting weer zo'n uitgebeende structuur volgt, werkt deze veel beter. Dan komt het idee van een verweerd harmonium goed over als een quasi-epiloog.

Mist het Rotterdams Saxofoon Kwartet, dat in 1966 is voortgekomen uit het Rijnmond Saxofoon Kwartet de afwerking en precisie van BRISK, de blokfluiters kunnen weer van de saxen leren wat stuwing en spanning betekent.