Kabinet repareert wetgeving ammoniak

DEN HAAG, 14 FEBR. Als boeren milieuvriendelijke stallen bouwen, mogen ze wat het kabinet betreft niet automatisch meer dieren gaan houden. Gemeenten mogen daar een stokje voor steken. Als een boer toch wil uitbreiden, moet hij meer mestrechten kopen.

Het kabinet heeft daarom gisteren besloten om de Interimwet Ammoniak en Veehouderij (IAV) te repareren. Het heeft de herziening van de wet voor advies naar de Raad van State gestuurd.

Een belangrijk onderdeel van de Interimwet Ammoniak en Veehouderij wordt

gevormd door de gemeentelijke plannen voor het terugbrengen van de uitstoot van ammoniak.

Die bevatten regels die ertoe moeten leiden dat de totale uitstoot van ammoniak in een gemeente niet groter wordt, en waar mogelijk zelfs kleiner. Boeren die hun veestapel willen uitbreiden kunnen dat alleen doen als ergens anders in de gemeente een boer met zijn veehouderijbedrijf ophoudt. De reparatie van de wet is nodig omdat twee boeren uit Brabant en Limburg met succes het gemeentelijke plan hadden aangevochten. Zij wilden het aantal dieren op hun bedrijven uitbreiden omdat de uitstoot van ammoniak per dier lager werd door een ander stalsysteem. Die milieuwinst wilden ze gebruiken voor uitbreiding.

De Raad van State bepaalde in 1997 dat de boeren gelijk hadden en dat de

gemeente niet het recht heeft de totale ammoniakuitstoot te verlagen. Door de reparatie krijgt de gemeente deze mogelijkheid wel.

De reparatie van de wet geldt met terugwerkende kracht. Daardoor hoopt minister De Boer (Milieu) te voorkomen dat de Raad van State in nieuwe procedures dezelfde uitspraak doet als bij de zaken van de boeren uit Brabant en Limburg.

De Federatie van Land- en Tuinbouworganisaties LTO-Nederland is blij met

de reparatiewetgeving. De gemeentelijke plannen voor ammoniakreductie kunnen nu gewoon doorgang vinden. Over het ammoniakbeleid in het algemeen is LTO overigens niet tevreden. (ANP)