Herkomst lokale politici te eenzijdig

Het mag natuurlijk in de krant dat de VVD er in is geslaagd om iemand uit Zeewolde naar Rotterdam te laten verhuizen om al daar 'als ondernemer' leiding te geven aan de nieuwe fractie in de gemeenteraad. Echter, deze vorm van goed nieuws illustreert eerder de armoede van het bedrijfsleven om in de politieke besluitvorming te delen dan dat hier een lichtpunt wordt gesignaleerd.

Er moet dieper worden gegraven naar de achtergronden van de geringe

participatie van mensen uit het bedrijfsleven in overheidsbestuur. Zijn mensen die zich veilig voelen in de monomane bedrijfscultuur, wel bereid

om zich te begeven in de complexe wereld van de politieke besluitvorming? Hebben mensen uit het bedrijfsleven eigenlijk wel de juiste instelling om samen te werken met kritische anderen, die afwijkende ideeën hebben? En waar het om de leiders van grote bedrijven gaat: hebben zij ook voldoende het idee dat het uiterst nuttig

is om werknemers te hebben of te hebben gehad, die goed de weg weten op het terrein van de overheid? Men zou haast concluderen van niet, gezien de vele professionele krachten die een rijk belegde boterham verdienen met eenvoudig politiek lobbywerk, dat ieder bedrijf zelf zou moeten kunnen beheersen.

Kortom: wordt een 'democratie van ambtenaren en leraren' niet vooral in stand gehouden door de 'particuliere sector' zelf? Hebben het bedrijfsleven en zijn werknemers van hoog tot laag wel een goed idee van

de eigen verantwoordelijkheid voor de maatschappij in haar geheel? Komt de 'particuliere sector' in dat licht tegemoet aan zijn werknemers waar zij een bijdrage aan het openbaar bestuur zouden willen leveren?

Tenslotte moet de vraag worden gesteld of gemeenten, provincies en het Rijk zoveel beter zouden worden bestuurd wanneer het aandeel van de 'particuliere sector' daar aanzienlijk zou worden vergroot. De politieke

bestuurders mogen op het terrein van beleid, beheer en organisatie steken laten vallen, de bedrijfsbestuurders slaan nu en dan ook de plank

stevig mis.

Rotterdam heeft de grootste haven van de wereld maar wordt in het bestuur slecht vertegenwoordigd door mensen die bijvoorbeeld in die haven werken. Bij de bedrijven, die de toekomst van de groeiende beroepsbevolking van Rotterdam moeten veilig stellen, leven wellicht heel andere opvattingen dan in de huidige raad opgeld doen.

Wie echter naar de posities van de Rotterdamse raadsleden kijkt herkent daarin niet zozeer 'leraren en ambtenaren'. Het dynamische Rotterdamse bedrijfsleven, dat de haven opstuwt, in nieuwe technologie investeert - dat bedrijfsleven is in de raad ook niet terug te vinden. De politieke besluitvorming wordt daarentegen sterk bepaald door mensen die van het raadswerk een volledige baan hebben gemaakt tegen pakweg 40.000 gulden per jaar. Mensen met een verantwoordelijke positie (buiten het bedrijfsleven) zijn in de raad heel dun gezaaid. Alle aanleiding voor het VNO/NCW om voor een goede afspiegeling in het openbaar bestuur zorg te dragen.