Europa is apathisch in Irak-crisis

Waar is Europa in de Irak-crisis? Wat doen Londen, Parijs en Bonn of kijkt iedereen naar de Verenigde Staten? 'Irak' staat niet op de agenda van de Europese Unie. Een overzicht.

ROTTERDAM, 14 FEBR. Europa komt opnieuw in een grote internationale

crisis zoals 'Irak' niet met een gezamenlijk standpunt. Eensgezindheid over eventueel militair optreden tegen Bagdad ontbreekt geheel. Van een bemiddelende rol voor een vreedzame oplossing is evenmin sprake. De EU heeft zelfs op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken nog niet plenair over de crisis vergaderd.

Aan de ene kant staat Groot-Brittannië, momenteel voorzitter van de

Europese Unie, dat zich aan de zijde van de Verenigde Staten heeft geschaard en troepen naar de regio heeft gestuurd. Aan de andere kant staat Frankrijk dat geen steun wil leveren aan een eventuele aanval en in hoge mate aarzelt of het militair optreden tegen Irak zal goedkeuren.

De overige lidstaten zweven ergens tussen deze twee uitersten; sommige landen willen hun Amerikaanse bondgenoot individueel wel logistiek en militair bijspringen. Van enige zichtbare discussie binnen de NAVO als militair bondgenootschap - de 'meest succesvolle alliantie in het Westen' zoals zij zichzelf graag afficheert - is al helemaal geen sprake.

De Europese verdeeldheid roept bekende vragen op uit de Golfoorlog van 1991 en uit de oorlog in Bosnië: waar is het veelbesproken gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid? Waar is de Europese

Unie?

De Irak-crisis bewijst weer dat wanneer er echt grote internationale veiligheidsvraagstukken aan de orde zijn, de EU uiteenvalt in vijftien verschillende delen: alle landen volgen hun eigen weg, bij het bepalen van hun nationale belangen, zowel ten opzichte van Washington als ten opzichte van - op enige afstand - 'Brussel'. “Hoe groter de zaak is, des te kleiner is de kans dat er een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid uitrolt”, zegt een Europese diplomaat.

Hoewel Irak het meest urgente onderwerp leek, koos Groot-Brittannië

er eind januari voor de kwestie niet op de agenda van de raad van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken te zetten. Behalve de onderlinge verdeeldheid speelt kennelijk ook mee dat 'Irak' een onderwerp is voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Op ambtelijk niveau in de EU

is Irak wel aan de orde geweest. Zo heeft het Comité Politique (de directeuren Politieke Zaken van de ministeries van Buitenlandse Zaken) eerder deze maand gesproken over de kans op een oplossing van het

conflict. Consensus leek te bestaan over steun voor de oproepen aan Irak

om de VN-resoluties te respecteren en voor diplomatieke initiatieven om een oplossing te vinden. Ook steunde het Comité de oproep van VN-chef Annan om het olie-voor-voedsel-programma uit te breiden. Verder ging de Europese overeenstemming niet.

De Britse regering verwacht dinsdag de steun te krijgen van het Lagerhuis voor het gebruik van geweld tegen Irak. Daarmee zal de laatste

democratische horde voor de Britse deelname aan een aanval zijn genomen,

als een diplomatiek oplossing uitblijft. Donderdag al schaarde het kabinet zich achter een militaire actie. Van de twee grootste oppositiepartijen heeft de regering geen tegenstand te duchten. De Conservatieven en de Liberaal Democraten hebben premier Blair door dik en dun gesteund. Alleen de Conservatieve ex-minister Michael Howard klaagde dat het Verenigd Koninkrijk veel te weinig steun van binnen de EU ondervindt. Ook het Britse volk is klaar voor de confrontatie. Volgens een opiniepeiling van het dagblad The Guardian deze week steunt 56 procent van de bevolking een militaire operatie. Minder dan eenderde van de ondervraagden is tegen. Toch zijn de Britten minder eensgezind dan vóór de Golfoorlog van 1991 toen 71 procent achter militair ingrijpen stond. Tegenstanders van Britse steun aan de VS demonstreerden donderdag in Londen, aangevoerd door een groep dissidente

Labour-parlementariërs en publieke figuren als de toneelschrijver Harold Pinter en de historicus Antonia Fraser.

De Franse president Chirac vatte deze week nog eens samen welke humanitaire overwegingen Frankrijk drijven: “Irak moet zich houden aan de besluiten van de Veiligheidsraad. Als we dat kunnen bewerkstelligen zonder bommen af te werpen op onschuldige vrouwen en kinderen, des te beter.” Parijs zegt sinds het begin van de crisis in essentie hetzelfde. “Militaire actie veroorzaakt zware menselijke verliezen zonder de macht van Saddam Hussein in gevaar te brengen. In tegendeel, hij kan er in de publieke opinie zijn voordeel mee doen”, aldus minister van Buitenlandse Zaken Védrine. De publieke opinie deelt

die opstelling. De laatste dagen, naarmate Italië, Spanje en Portugal hun steun niet helemaal onthouden aan eventuele Amerikaanse acties, valt het woord 'isolement' iets vaker in de Franse beleving. Hoewel buitenlandse waarnemers er vaak vanuit gaan dat Parijs' verzoenende opstelling tegenover Bagdad louter wordt ingegeven door handelsbelangen, worden die in de Franse redenering niet genoemd. Frankrijk zegt dat alle diplomatieke middelen voor een vreedzame oplossing nog niet zijn uitgeput. Vorige week werd de secretaris-generaal van het ministerie aan de Quay d'Orsay als bemiddelaar naar Bagdad gestuurd. Over het resultaat is niets gezegd.

De Duitse regering van bondskanselier Kohl en de sociaal-democratische oppositie steunen de VS. Een week geleden zei Kohl dat Duitsland “vanzelfsprekend” achter Amerika staat en Duitse luchtmachtbases door de VS kunnen worden gebruikt. De kanselier en minister van Defensie Rühe (CDU) hebben Washington en Londen laten weten ook een eventueel militair treffen te steunen. “Wij moeten tegen de bedreiging door massavernietigingswapens gemeenschappelijk en vastberaden optreden”, aldus Rühe. De oppositionele SPD heeft zich achter de regering opgesteld. Opvallend zijn de uitlatingen van de liberale FDP-minister van Buitenlandse Zaken, Kinkel. FDP-fractieleider Solms verklaarde deze week dat Kinkel in de fractie had gezegd dat de Duitsers

bij een militaire aanval niet van de partij zouden zijn. Noch financieel, noch militair, noch materieel. In de Golfoorlog heeft Duitsland na aandringen van Washington financiële hulp gegeven ter waarde van 17 miljard mark. Militaire deelname blijft een delicate zaak in het verkiezingsjaar. Uit een enquête blijkt dat zestig procent van de Duitsers tegen deelname van de Bundeswehr is. In tegenstelling tot de Golfoorlog van 1991 kan de Bundeswehr nu wel bij vredesacties worden ingezet.

Het Italiaanse kabinet stelt per dag zijn positie bij. De regeringscoalitie is zeer verdeeld. Dinsdag gaf premier Romano Prodi samen met de Russische president Jeltsin, op bezoek in Rome, een verklaring uit waarin werd gesuggereerd dat Rome niets voelt voor een oorlog. De volgende ochtend vroeg legde Prodi voor de radio uit dat hij het zo niet had bedoeld: een gewapend conflict is onvermijdelijk als Saddam grondige wapeninspecties blijft weigeren. Minister van Buitenlandse Zaken Dini ging later een stap verder: het kabinet peinst er niet over in te gaan op de eis van de communistische partij om bij voorbaat te zeggen dat de VS geen gebruik mogen maken van bases in Italië. Het kabinet heeft de steun van de communisten nodig maar Dini zei dat een dergelijke verklaring “de diplomatieke acties hun geloofwaardigheid zou ontnemen”.

In Spanje kan het vooruitzicht van een Amerikaanse aanval op Irak op weinig politiek enthousiasme kan rekenen. De mogelijkheid dat Spaanse militaire vliegvelden ter beschikking gesteld moeten worden aan de Amerikaanse luchtmacht kon de afgelopen weken rekenen op groeiende kritiek bij de oppositiepartijen, terwijl de conservatieve regering van premier Aznar zich terughoudend betoont. Spanje zal zijn Amerikaanse bondgenoot steunen, is vrij vertaald het standpunt, maar van harte gaat het niet. Afgezien van de algemene weerzin tegen Amerikaans machtsvertoon - Spanje herdenkt uitgerekend dit jaar het honderd jarig jubileum van zijn smadelijke ondergang in de oorlog tegen de VS - wordt in twijfel getrokken of militaire actie tegen Irak nu het juiste middel is.

België wil een diplomatieke oplossing, maar sluit militair optreden niet uit. Minister Derycke van Buitenlandse Zaken heeft aangedrongen op een nieuw initiatief van de VN. Maar hij heeft ook gezegd dat België de VS bij een aanval zal steunen, in het kader van de solidariteit binnen de NAVO.

Portugal steunt de Amerikaanse positie dat geweld nodig kan zijn en stelt daarvoor een basis op de Azoren beschikbaar.

Griekenland eist dat de V-raad een mandaat geeft voor militaire actie tegen Irak maar gelooft niet dat het troepen moet leveren.

Denemarken steunt militaire interventie als diplomatie faalt en is bereid bijstand te leveren als Washington daarom vraagt.

Finland, Ierland, Oostenrijk en Zweden willen hun historische positie indachtig neutraal blijven.

Ook in de aanloop naar de Golfoorlog van 1991 was Europa verdeeld en speelde de toenmalige Europese Gemeenschap geen rol van betekenis. Maar anders dan nu maakte een groot aantal Europese landen zonder reserves deel uit van de geallieerde coalitie - militair, politiek en financieel - met ook toen de VS aan het hoofd. De EG probeerde wel meer dan de EU nu een rol te spelen: de EG-ministers voerden spoedoverleg en een trojka

van EG-ministers besprak in Moskou de situatie. Een dergelijk gevoel van

urgentie ontbreekt tot nu toe. Europa toont zich niet alleen verdeeld, maar ook apathisch.