EBOLAVIRUS BLOKKEERT EERST AFWEER EN PAKT DAN BLOEDVATEN AAN

Het ebolavirus veroorzaakt een akelige ziekte. De meeste patiënten overlijden aan bloedingen in vitale organen en uit alle lichaamsopeningen - van ogen en oren tot anus - nadat de bloedvatwanden door het virus zijn vernietigd. De vraag was hoe het onaanzienlijke virus, met maar zeven genen in draadvormig omhulsel, zo'n ramp veroorzaakt.

Onderzoekers van de universiteit van Michigan en het Centers for Disease Control in Atlanta hebben een van de eiwitten van het ebolavirus

als grote boosdoener ontmaskerd (Science, 13 febr). Het ebolavirus maakt

vroeg in de infectie een glycoproteïne (in het algemeen: een eiwit met aangekoppelde suikerstaarten) in een korte versie van 364 aminozuren

lengte. Na RNA-editing ontstaat later tijdens de infectie een langer eiwit van 676 aminozuren. De korte versie die het virus in het begin van

de infectie in de bloedbaan uitscheidt komt in de bloedbaan van het slachtoffer en bindt daar bij voorkeur aan neutrofielen (cellen van het afweersysteem). Dat werd aangetoond door het glycoproteïne met celkweken van menselijke cellen van verschillende herkomst in contact te

brengen. Bewezen is het nog niet, maar de auteurs hebben het sterke vermoeden dat de glycoproteïnen de activering van de neutrofielen verhinderen. Daardoor komt de afweer tegen het virus niet, of traag op gang. Het virus vermenigvuldigt zich in die fase snel. Daarna produceren

de virusdeeltjes vooral de lange versie van hun glycoproteïne. Dit eiwit komt in het omhullend membraan van de virusdeeltjes en geeft het virus de mogelijkheid om nieuwe cellen te infecteren. Het verlengde glycoproteïne bindt bij voorkeur aan endotheelcellen, vonden de onderzoekers. Dat verbaasde niemand, want endotheelcellen vormen de binnenbekleding van bloedvaten. Nu moet iemand nog achterhalen waarom het virus de voorkeur geeft aan endotheel in de haarvaatjes, de kleinste

bloedvaatjes. De massale vernietiging van die vaatwanden leidt uiteindelijk tot de ernstige bloedingen waar de ebolapatiënt aan sterft. Het ebolavirus gebruikt, schrijven Zhi-yong Yang en zijn collega's van de University of Michigan, dus slechts één gen om de afweer van zijn gastheer te verlammen en zijn infectieusiteit te vergroten. Zo kom je nog eens ergens met maar zeven genen.

Het ebolavirus blijft ondertussen een zeer beperkte bedreiging. Het is niet makkelijk om besmet te raken. Aanraking van bloed, uitwerpselen of speeksel van een patiënt is nodig. De bekende uitbraken zijn allemaal begonnen met een zieke die daarna zijn gezinsleden, familieleden, verplegers en medici besmette. De besmetting vindt soms plaats via apen, maar waarschijnlijk is een ander dier in het regenwoud de natuurlijke gastheer die zelf niet of nauwelijks ziek wordt van het virus. De onderzoekers vinden dat het ebolaglycoproteïne zo specifiek aan endotheelcellen bindt dat het molecuul bruikbaar is om stoffen selectief naar de vaatwand te transporteren. Dat kan nuttig zijn

bij onderzoek of voor medicinale toepassingen.