DE ZACHTE HAND VAN EEN LIEFHEBBER

Morten Olsen (48) heeft van Ajax in een half jaar weer een kampioenskandidaat gemaakt. De 102-voudige Deense international, die onder meer voetbalde voor RWDM, Anderlecht en FC Köln, was als trainer eerder werkzaam bij Brdby IF en FC Köln. De dag voor

PSV-Ajax de visie van een trainer die zich altijd Deen zal blijven voelen met een grote D.

Sinds Morten Olsen aan het bewind is bij Ajax krijgt het individu meer vrijheid. Onder zijn voorganger Louis van Gaal stond op een mislukt

hakballetje nog de doodstraf. Maar bij Olsen mag een voetballer zich uitleven. Deze vrijheid uit zich in schoonheid, subtiele bewegingen, geniale ingevingen, maar soms ook in onbegrijpelijke blunders. Want in elke gedurfde actie schuilt een risico. Kortom, voetbal in de Arena is meer entertainment geworden onder de nieuwe Ajax-trainer.

“Ik wil dat de individuele kwaliteiten van mijn spelers komen bovendrijven”, zegt Olsen. “Voetballers moeten plezier in hun werk hebben. Het meest efficiënte voetbal wordt gespeeld door Noorwegen.

Dat elftal speelt altijd met tien man achter de bal. Voor elke wedstrijd

berekent de computer wat er wel en niet kan. Als het zo moet, zou ik uit

het voetbal stappen. Er dient ruimte te zijn voor creativiteit. Om te overleven moet voetbal een lust voor het oog zijn.''

Olsen kan zijn theorieën bij Ajax in de praktijk brengen. Tegelijkertijd moet hij werken met een hoge moeilijkheidsfactor. In Amsterdam wordt niet alleen mooi voetbal verlangd, maar ook goede resultaten op nationaal en internationaal niveau. “Het heeft mij altijd

aangetrokken dat Ajax naast creatief, attractief voetbal ook aansprekende successen heeft behaald. Het wordt wel steeds moeilijker die combinatie vol te houden. Winnen is belangrijker geworden door het geld en de commercie. Dat heeft berekenend voetbal in de hand gewerkt dat door verdedigende ploegen steeds beter wordt uitgevoerd.''

Hij voorspelt dat Ajax vaker met grote cijfers zal verliezen. “Hetzelfde gebeurde met Barcelona onder Cruijff. Maar dat kan ook niet anders als Guardiola en Ronald Koeman in het centrum van de verdediging staan. Bij elke wedstrijd moet je het creatieve aspect en het beoogde resultaat op een weegschaal leggen. Leven is risico. Ik vind dat je moet

voetballen met een ingecalculeerd risico. Een speler moet een bal kunnen

verliezen. Als een ander dan maar zijn fout corrigeert.''

Vrijheid van handelen en spelvreugde waren voor Olsen de eerste vereisten, toen hij eind vorig seizoen op zoek ging naar versterkingen. Arveladze, Laudrup en Oliseh bleken verrassend goede aankopen, hoewel ze

individualisten zijn. “Je hoeft tegen Arveladze niet te zeggen: 'Je moet vandaag dit en dat doen.' Of tegen Michael Laudrup: 'Je speelt alleen langs de lijn.' Maar voetbal blijft natuurlijk wel een teamsport.

Als trainer moet je met elke speler steeds een puzzel oplossen.''

Olsen ontkent dat hij het zorgvuldig uitgedokterde spelconcept van Van Gaal overboord heeft gezet. Toch lijkt hij afscheid te hebben genomen van de klassieke buitenspelers. En de vleugelverdedigers krijgen dit seizoen bij Olsen ogenschijnlijk meer kans om aan te vallen. “Het systeem is hetzelfde gebleven. Ik heb niets tegen een flankspeler die je

lanceert met een steekpass en die vervolgens zijn tegenstander uitspeelt. Onze speelwijze wordt bepaald door wie er staat opgesteld. Hoekstra of Laudrup op links, Babangida of Dani op rechts. De vorm van de dag bepaalt wie er speelt. Zonder een echte aanpassing laat ik de strategie ook wel afhangen van de tegenstander.''

Om Van Gaal bij Ajax te doen vergeten moet je van goede huize komen. De huidige trainer van Barcelona won in Amsterdam alles wat er op clubniveau te winnen valt. Door de gewijzigde situatie na het Bosman-arrest is het volgens Olsen praktisch onmogelijk dat Ajax op internationaal niveau weer zo'n lange glorietijd beleeft. “Het voetbal is totaal veranderd en niet meer te vergelijken met de periode-Van Gaal.

Doordat clubs onbeperkt buitenlanders kunnen aantrekken zijn er in de Europese competities veel betere tegenstanders gekomen. Clubs die vroeger tot de middelmaat behoorden, hebben nu succes omdat ze zes, zeven buitenlanders kunnen opstellen. Het cliché dat succes niet te koop is, klopt niet. Gekoppeld aan vakmanschap kan het wel.

“Ajax liep voorop met een goed scoutingsysteem, maar dat is door veel topclubs ingehaald. Toen ik in Georgië was voor Arveladze kwam ik daar ook de manager van Arsenal tegen. De tijd dat PSV Romario en Ronaldo kon contracteren is echt voorbij. Ik zie wel kansen voor een Nederlandse club om ooit nog eens de Champions League te winnen. Maar vijf jaar aan de top zoals Ajax onder Van Gaal, dat wordt niet meer geëvenaard.”

Het komen en gaan van buitenlanders beschouwt Olsen als een kenmerk van deze tijd. “FC Amsterdam kon vroeger tien Amsterdammers opstellen. Zoiets behoort definitief tot het verleden. De grenzen vervagen, maar de

clubs en de toeschouwers mogen nooit toestaan dat er elf buitenlanders in een team spelen. Het is überhaupt de vraag hoe lang het publiek deze ontwikkeling accepteert. De affiniteit met de achterban wordt steeds minder. Daarnaast krijgen de bondscoaches problemen als het talent van eigen bodem de kans wordt ontnomen door te breken.

“Je afkomst verloochen je nooit. Ik behoor tot een generatie Deense voetballers die in de jaren zeventig en tachtig werd opgeleid door dezelfde school. We zijn allemaal als mens rijper geworden in het buitenland, waar ik nu 25 jaar woon. Maar mijn wortels liggen in Denemarken. Zo zal ik dat altijd voelen. Ik ben Deen met een grote D en dat blijf ik.”

Ajax strijdt nog op drie fronten: de competitie, de beker en de UEFA Cup. Toch waren er dit seizoen momenten dat de volgelingen van Olsen stonden te schutteren als beginnelingen. Zoals thuis tegen Bochum en PSV, maar ook uit tegen Udinese. “Dat een nieuw team nog een beetje wisselvallig speelt is normaal. Vergeet niet dat ik in het eerste half jaar 24 spelers heb gebruikt. Van de ploeg van vorig seizoen zijn eigenlijk maar zes basisspelers overgebleven. Wat Oliseh in Udine overkwam met die mislukte terugspeelbal was een black-out. Dat gebeurde Beckenbauer ook weleens.

“Ik ben het meest tevreden geweest over de eerste helft tegen Udinese in de Arena. Qua passing, balcirculatie en beweging was dat het beste dat we tot nog toe hebben laten zien. In veel wedstrijden liep het stroef, zoals tegen NAC, en dan zie je dat er puur op karakter toch nog een 1-0 overwinning wordt afgedwongen. Die vechtersmentaliteit heeft mij

aangenaam verrast.''

Het is juist deze instelling die Olsen mist bij veel Nederlandse topvoetballers. “Technisch en tactisch is de competitie hier beter dan in België en helemaal veel beter dan in de Bundesliga. Waarom Duitsers dan toch meestal de finale halen van een groot internationaal landentoernooi en het Nederlands elftal vaak niet verder komt dan de kwartfinales? Ach, daar kan ik van wenen. Ik vind dat zo spijtig als je ziet hoeveel kwaliteit er in Nederland voor handen is. Als het niet met mooi voetbal kan zeggen de Duitsers: we gaan die tegenstander eens wegbeuken of stuklopen. Nederlandse voetballers kunnen niet accepteren dat je andere middelen moet gebruiken als je op een dag geen goede benen

hebt.

“Het Oranje-team van '74 had in dit opzicht wel een goede mentaliteit. Daarin liepen spelers rond die het begrepen, zoals Neeskens, Rijsbergen en Van Hanegem. Ik heb onlangs bewust geprovoceerd door in een interview

te beweren dat het Nederlands elftal op het WK in Frankrijk nooit de finale kan halen. Dan moet het team zeven wedstrijden heel goed presteren en dat zie ik niet zitten. Hopelijk wordt er iets gedaan met dit signaal. Want op mentaliteit kun je ook trainen.''

Het aantal internationals van Ajax is door de exodus naar het buitenland

geslonken tot drie: Edwin van der Sar, Ronald en Frank de Boer. De tweelingbroers speelden in de eerste helft van het seizoen onder hun niveau. Olsen is het er niet mee eens. “Ik bespeur bij beiden nu veel gretigheid. Frank speelt erg gedreven, zowel als back als in het centrum

van de defensie. Misschien werd er vorig seizoen toen het wat minder ging wat extra's van hen verwacht. Als er meer kwaliteit om je heen loopt, neem je sneller aan dat een ander je taak overneemt.''

Of de gebroeders De Boer volgend seizoen nog bij Ajax spelen is de vraag. Contracten zijn tegenwoordig niets meer waard en makelaars wroeten net zo lang totdat ze clubs vinden die miljoenen op tafel leggen. Ajax dreigt in ieder geval Danny Blind te verliezen. Hij heeft aangekondigd te stoppen. “Blind behoort tot een uitstervend ras. Hij is

binnen en buiten het veld een van de leiders. Dat wordt een zeldzaam goed; je ziet dat steeds meer clubs proberen oudere spelers binnen te halen. Er zijn dingen die Danny niet meer kan, er zijn ook zaken die hij

beter doet dan die jonge gassies. Ik zie hem nu zelfs steeds vaker op het middenveld spelen. Ajax en Blind zullen moeten bekijken of het verstandig is nog een jaar door te gaan.''

Ook is het onzeker of Michael Laudrup zijn eenjarig contract verlengt. Het bericht dat hij al een verbintenis heeft met FC Kopenhagen verwijst Olsen naar het land der fabelen. “Dat is dagdromerij van de Deense pers. Michael maakt in ieder geval zijn loopbaan af in het buitenland. Of dat bij Ajax is zullen we moeten afwachten. Hij zal het niet laten afhangen van mijn aanwezigheid of de eventuele komst van zijn broer Brian. Zij spelen al samen in het Deense elftal. Het plezier staat bij Michael voorop. Onze belangstelling voor Brian is desondanks bekend. Maar er zijn meer gegadigden.”

De winterstop heeft Ajax goed gedaan. Daarom moet het duel met PSV van morgenavond geheel los worden gezien van het doelpuntenfestijn in december, toen Ajax met 3-1 achterkwam en uiteindelijk met 4-3 verloor. “Ik heb die wedstrijd nog eens bekeken op de video en kwam tot de conclusie dat ik na afloop wat te kritisch ben geweest op Ajax. Door de overbelasting was het plezier bij ons een beetje weggeëbd. Dat leidde tot bureaucratisch voetbal, spelen omdat het moest. Dat zie je Engelsen nu ook doen. Door dat zware programma is voetbal voor hen gewoon werken geworden. Wij hebben ons in de winterstop goed kunnen voorbereiden. Met mooi weer en prima velden. Ajax is nog steeds wisselvalliger dan PSV, maar deze wedstrijd kan alle kanten op. We moeten de eerste plaats in de competitie tot het einde vasthouden. Ik vind de landstitel absoluut belangrijker dan de UEFA Cup. Kwalificeren voor de Champions League alleen is niet voldoende. Het gaat erom dat we straks met die schaal in onze handen staan.”