De stille missie van een diplomaat uit Taiwan

In Den Haag doet de 'vertegenwoordiger' van Taiwan behoedzaam maar vasthoudend zijn werk. Met het komende bezoek van de Chinese premier Li Peng heeft hij geen moeite.

DEN HAAG, 14 FEBR. De 66-jarige Chinees Nelson C.L. Ku is misschien

wel de eenzaamste buitenlandse diplomaat in Den Haag. Hij vindt Nederland “mooi” en de Nederlanders “vriendelijk” en “behulpzaam”,

maar in zijn residentie in Wassenaar heeft hij nog nooit een diplomatieke ontvangst gehouden. Ku is de hoogste vertegenwoordiger in ons land van Taiwan, de eilandstaat met 21 miljoen inwoners die door Peking wordt beschouwd als “een afvallige provincie” en waarmee onder Chinese druk de meeste landen de diplomatieke banden hebben verbroken. Ook in Nederland mag de vertegenwoordiger van Taiwan zich geen ambassadeur noemen, en onderhoudt hij geen officiële contacten.

Morgen komt de Chinese premier Li Peng naar Nederland. Ku - zijn Chinese

voornaam luidt Chung-lien - zegt daar “geen enkele moeite” mee te hebben. Integendeel, reageert hij: “Ook wij zouden het toejuichen als de relatie tussen de Volksrepubliek China en Nederland steeds beter wordt”. En, zegt hij: “Tawain wil de betrekkingen met Nederland verbeteren en is er niet op uit de relaties van Nederland met welk ander

land dan ook in gevaar te brengen. Nederland mag natuurlijk iedereen uitnodigen die het wil.''

Nelson Ku is niet de eerste de beste 'vertegenwoordiger' die Tapei vorig

jaar zomer naar Nederland heeft gestuurd. Twee jaar geleden, tijdens de crisis in de Straat van Taiwan, toen China intimiderende vlootoefeningen

hield voor de kust van Taiwan, droeg schout-bij-nacht Ku nog een zwaarwegende verantwoordelijkheid voor de defensie van Taiwan. Hij werd in 1931 geboren in de Chinese havenstad Shanghai (“als kind zag ik daar

de schepen voorbij komen en dat heeft mijn keuze voor de marine bepaald'') en als jongen van 17 maakte hij de oversteek naar Taiwan. Niet als een overtuigd aanhanger van de Kwomintang - die zich onder leiding van Chiang Kai-shek na de nederlaag tegen de communisten in 1949

op het eiland vestigde - maar omdat zijn vader werd gevraagd op Taiwan te helpen bij de bouw van een suikerfabriek. Zijn carrière bij de

Taiwanese marine werd in 1994 bekroond met de benoeming tot opperbevelhebber van de zeestrijdkrachten.

In Nederland moet Ku opereren binnen de uiterst beperkte speelruimte die

de Taiwan in het buitenland krijgt opgelegd als niet officieel erkend land. De Taiwanese missie in Nederland (verdeeld over een vertegenwoordiging in Den Haag waar je voor 70 gulden een visum kunt krijgen, een Tapei Information Center in Amstelveen en een semi-officieel handelskantoor in Rotterdam) houdt zich noodzakelijkerwijze vooral bezig met het bevorderen van de handelsrelatie - iets waartegen Peking geen enkel bezwaar heeft zolang er geen militair materieel in het geding is.

Daarnaast spant Ku zich in om Nederlanders te interesseren voor uitwisselingen op cultureel en onderwijsgebied en om toeristen naar Taiwan te lokken. Maar tot het echte 'politieke' werk van een ambassadeur is hij niet of nauwelijks in staat. Nederlandse ministers heeft hij wel eens gezien, maar dan “alleen op de televisie”. Een enkele keer praat hij wel eens met iemand van Buitenlandse Zaken of een ander departement, maar alleen informeel, met lagere ambtenaren. Dat zijn eigenlijk alleen beleefdheidsontmoetingen, die Ku aangrijpt om uit te leggen dat Tawain, een van de economisch sterkste landen in Azië, zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een echte democratie. De Nederlandse respons daarop kan geen andere kan zijn dan: “Het is jammer voor u, maar de situatie is nu eenmaal niet anders”.

Eenmaal verbrak Nederland zijn diplomatieke prudentie ten opzichte van Tawain. Dat was in het begin van de jaren '80, toen de regering toestemming gaf voor de levering van twee onderzeeboten. “Dè flater van mijn loopbaan”, zei de toenmalige premier Van Agt daar later

over, onder indruk van de Chinese toorn die over Nederland werd gestort.

In 1984 zegde Nederland toe niet meer mee te werken aan de levering van strategisch materieel aan Taiwan. Een houding waaraan Den Haag heeft vastgehouden, ook nadat de VS en Frankrijk wel omvangrijke orders van Tapei accepteerden voor de levering van 150 F-16's en 60 Mirages, waarvan de eerste toestellen vorig jaar werden afgeleverd..

Is die terughoudenheid laf? “Nee, nee, natuurlijk niet”, antwoordt Ku.

“Nederland voert zijn eigen beleid en streeft zijn belangen na. Dat kan

ik heel goed begrijpen. Dat is niet laf, dat is redelijk. Veel andere landen doen het ook zo''.

Dat neemt niet weg dat Taiwan nog eens 6 tot 10 onderzeeboten zou willen

aanschaffen, naast de twee Amerikaanse en twee Nederlandse die thans operationeel zijn en die, zo benadrukt Ku, “nooit voor aanvalsdoeleinden, maar alleen om ons te verdedigen” zullen worden ingezet. Het belang van een effectieve maritieme defensiecapaciteit voor

Taiwan werd twee jaar geleden nog eens onderstreept door de crisis in de

wateren die het eiland van het vasteland van China scheidt. Maar Ku wil niet zeggen welke specifieke rol de Nederlandse 'Sea Tiger' en 'Sea Dragon' in dat conflict speelden.

Ku hoopt dat het Nederlandse beleid om geen militair materieel aan Taiwan te verkopen in de toekomst zal wijzigen, maar voegt hij er onmiddellijk aan toe: “Ik zit hier niet voor militaire aankopen. Ik ben

de vertegenwoordiger van Taiwan. Mijn werk is het versterken van de bilaterale relaties tussen beide landen''.

Dat is volgens hem heel goed mogelijk zonder de verhouding met China op het spel te zetten. “U noemt China onze 'vijand', maar dat woord moet u

niet gebruiken. Op politiek niveau verschillen we van opvatting, maar met de mensen (op het Chinese vasteland) hebben we zeer goede relaties''.

Ku raakt hier de paradox in de Chinees-Taiwanese betrekkingen. Taiwanese

bedrijven investeren op grote schaal in China. Miljoenen Taiwanese toeristen hebben het vasteland bezocht. Tussen beide landen vinden steeds meer uitwisselingen plaats.

Maar politiek staan Peking en Tapei nog steeds lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om de voorwaarden voor hereniging. Voor Taiwan is hereniging alleen mogelijk in een vrij en democratisch systeem. Vorige maand nog stelde Peking voor om besprekingen te hervatten “zonder voorwaarden vooraf”. Taipei reageerde uiterst koel. Het zou in de huidige situatie eerder leiden tot toenemende spanningen dan tot vrede, reageerde premier Vincent Siew.

Gelooft Ku in de goede bedoelingen van Peking om echt open gesprekken te

voeren met Taiwan? “Ik geloof mijn regering”, antwoordt de schout-bij-nacht b.d.