de maat

ROTTERDAM, 14 FEBR. De Amerikaanse fondsenwervers die in Nederland geld inzamelen voor onderzoek naar en behandeling van kanker, Alzheimer en multiple sclerose, en die daarbij gevestigde Nederlandse fondsenwervers in de wielen rijden, voldoen in de Verenigde Staten niet aan de kwaliteitseisen van het American Institute of Philanthropy.

Dit blijkt uit de cijfers van het American Institute of Philanthropy, een van het handjevol onafhankelijke toezichthoudende instanties die het financiële reilen en zeilen van charitatieve instellingen in de VS in de gaten houden.

Het American Institute for Cancer Research (de Amerikaanse organisatie die in Nederland het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds oprichtte), de American Health Assistance Foundation (die in Nederland de Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek startte) en MS Association of America (die hier MS International begon), krijgen van het American Institute of Philanthropy stuk voor stuk een onvoldoende omdat ze te weinig besteden aan het goede doel en omdat ze verhoudingsgewijs te veel

geld steken in fondsenwerving. De Amerikaanse fondsenwervers zouden in eigen land nog niet eens de helft van hun inkomsten aan het doel besteden waarvoor ze zijn opgericht, in het geval van MS Association of America zelfs nog niet eens een kwart van de opbrengst.

De Nederlandse woordvoerder van het het American Institute for Cancer Research, G.J. Eikmans, bestrijdt de cijfers van het American Institute of Philanthropy. Waar de Amerikaanse charitas-waakhond becijfert dat het

Amerikaanse kankerfonds slechts 41 procent van de inkomsten aan het doel

besteedt waarvoor de organisatie is opgericht, zeggen de Amerikanen zèlf “ten minste 67 procent” van de opbrengsten aan het doel te

besteden. “Het American Institute of Philanthropy is bovendien een controversieel clubje”, aldus Eikmans, “het American Institute for Cancer Research voldoet wèl aan de eisen van de grotere en gerespecteerde Council of Better Business Bureaus.” Het Amerikaanse kankerfonds voldoet daarentegen echter weer niet aan de vereisten van het National Charities Information Bureau, zo blijkt uit de gegevens van

deze derde controleur van liefdadigheidsfondsen, omdat ze te veel aan fondsenwerving uitgeeft en te weinig aan het werkelijke doel van de organisatie (in ieder geval minder dan 60 procent van de inkomsten).

In Nederland komen fondsenwervers pas voor een verklaring van goed gedrag (een 'steunwaardigheidsverklaring' of een 'keurmerk') van het Centraal Bureau Fondsenwerving in aanmerking als ze niet meer dan 25 procent van hun inkomsten besteden aan fondsenwerving. Een verzoek van de door American Health Assistance Foundation opgerichte Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek voor een steunwaardigheidsverklaring wees het CBF vorig jaar af.

De American Health Assistance Foundation is ooit in opspraak geweest vanwege vermeende verstrengeling van commerciële en charitatieve belangen. De Washington Post meldde op 4 december 1987 dat de foundation

opdrachten gaf aan bedrijven die op een of andere manier verband hielden

met familieleden van de oprichters, de Michaels.

Van de 8 miljoen dollar die de organisatie in 1986 ophaalde, aldus de Washington Post, ging 1,2 miljoen naar response Development Corp, geleid

door Joseph Salta, de vader van Janet Michaels. Bovendien gingen er indirect opdrachten naar bedrijven die gedeeltelijk in handen waren van de zonen van Salta, Joseph R. en Robert J. Salta, aldus de gezaghebbende

Amerikaanse krant. (Zowel Janet Michaels als Joseph Salta zitten in het bestuur van de Nederlandse stichting.) De Nederlande Kankerbestrijding, de Alzheimerstichting en Stichting Vrienden van MS Research (alle drie in het bezit van een CBF-keurmerk) zeggen last te hebben van hun Amerikaanse concurrenten op de Nederlande markt. Deze week besloot de Vereniging van Fondsenwervende Instellingen (VFI), de Nederlandse branche-organisatie van goede doelen die fondsen werven, om te onderzoeken in hoeverre de toegang van buitenlandse fondsenwervers tot de Nederlandse markt kan worden gereguleerd of zonodig beperkt. De VFI stoort zich aan buitenlandse organisaties die “op de goede naam en reputatie van Nederlandse instellingen fondsen werven onder het Nederlands publiek”, aldus VFI-directeur Gosse Bosma.