De bloedige kastenstrijd in de Indiase deelstaat Bihar; Slaven van geweer en mes

De vader van het moderne India, Mahatma Gandhi, begon er in 1917 zijn geweldloze strijd. Maar aan de vooravond van de Indiase verkiezingen is de arme deelstaat Bihar het toneel van afrekeningen en massaslach- tingen. Terwijl feodale rijstplanters hun landarbeiders te lijf gaan, berooft hun premier de staatskas. De nationale schande van India.

Een maanloze, windstille nacht aan de Sone, een zijarm van de rivier Ganges in de Indiase deelstaat Bihar. Aan de oever verzamelen zich meer dan honderd mannen, gewapend met messen, revolvers en machinegeweren. De vijf vissers die zich verwarmen rond een kampvuurtje hebben tegen hun aanvallers geen schijn van kans. Hun kelen worden afgesneden om te voorkomen dat de inwoners van het gehucht Laxmanpur-Bathe, aan de overkant van de rivier, worden gealarmeerd. In alle stilte steken de mannen de rivier over. Als zij de eerste lemen hutjes van het dorpje bereiken, breekt de hel los. Een uur lang schieten

zij op alles wat beweegt en dringen de hutjes binnen op zoek naar kinderen, jonge mannen en hun vrouwen. Als de slachting voorbij is, blijven 61 kastenloze burgers, overwegend vrouwen en kinderen, levenloos

achter, de meesten nog op het stro waarop zij lagen te slapen. “Ik dacht dat ze geen vrouwen en kinderen zouden doden, dus ben ik gevlucht om mijn eigen leven te redden”, zegt Lachhman Rajwar naderhand. Als hij

terugkomt treft hij zijn vrouw, dochtertje en schoondochter levenloos aan. De afgelopen maanden is in Bihar, India's armste deelstaat, een ware oorlog uitgebroken tussen de hoogste kasten - de feodale landheren - en de laagste kasten, de straatarme arbeiders die de rijstvelden van hun bazen bewerken. Zowel de landheren als de boeren hebben privélegertjes opgericht die ongestoord over het platteland trekken. Ze gaan als guerrillastrijders te werk: na een slag trekt iedereen zich terug en gaat weer aan het werk. De feodale landheren willen hun macht over de arbeiders behouden; de arbeiders proberen zich eraan te ontworstelen. Bij verschillende bloedbaden kwamen vorig jaar naar schatting vierhonderd mensen om het leven, met Laxmanpur-Bathe als dieptepunt. Daar namen de landheren wraak op arbeiders die een deel van de rijstoogst hadden gestolen en verdeeld onder de armen.

De strijd in Bihar, aan de voet van de Himalaya, is een voorproefje van de parlementsverkiezingen die maandag in heel India beginnen en drie weken duren. De deelstaat levert 66 van de 545 parlementszetels. Maar Bihar is anders dan de rest van India. Waar in de meeste deelstaten de kandidaten met pamfletten en prikkelende leuzen de straat opgaan, zijn het in Bihar de wapens die het straatbeeld beheersen. Zo laat een sikh-politicus en landeigenaar uit Noord-Bihar ongevraagd, met een grote

grijns, de revolver onder zijn oksel zien, alsof hij wil bewijzen dat hij klaar is voor de politieke strijd. De verkiezingen in Bihar gaan niet over politieke partijen, maar over kasten. Wie over een wapen beschikt, heeft macht. Wie de verkiezingen wint, heeft macht en geld.

De schrijnende tegenstellingen tussen arm en rijk, tussen de hoge en de lage kasten, tussen landheren en kasteloze landarbeiders, zijn niet nieuw in India. Wel neemt het verzet van de onderdrukten toe, onder invloed van de opkomende communistische partijen. Als een deken spreidden de extreem-linkse partijen zich de afgelopen jaren uit over het platteland, van de marxistisch-leninisten tot de maoïsten en de

Naxalites, een bloeddorstige, ultra-linkse arbeidersbeweging die ooit ontstond in Naxal, Bihars oostelijke buurstaat West-Bengalen. De communisten hadden voor het eerst een antwoord op de eeuwenlange onderdrukking van de landheren en schreeuwden de arbeiders toe hun typisch hindoeïstische fatalisme af te werpen. Wie in armoe wordt geboren, moet zijn lot accepteren en hopen op een beter leven na de dood: dat was lange tijd de overtuiging van de boeren.

Steeds meer stakingen waren het gevolg van de nieuwe assertiviteit. Honderden rijstvelden bleven onbewerkt en de landeigenaren leden grote verliezen. “De dalits, de kastenlozen, laten zich niet meer als slaven behandelen”, zegt Radha Mohan uit de buurt van Laxmanpur-Bathe. Hij werkt voor de humanitaire organisatie Bihar Dalit Vikas Samiti. Tot nu toe is de organisatie gevrijwaard gebleven van represailles van de landheren. “Vrijwel alle arbeiders in deze streek hebben geweren in hun

hutjes staan.''

Een antwoord van de landheren op de communistische opbloei in de velden van Bihar kon niet uitblijven. De 'Ranvir Sena' werd opgericht, een privéleger genoemd naar een legendarische Bhumihar-strijder uit de vorige eeuw. “Wij beschermen ons alleen tegen aanvallen van de communisten”, vertelt een Bhumihar, dat wil zeggen een lid van de landherenkaste. Inmiddels telt de Ranvir Sena naar schatting zesduizend 'soldaten' die in opdracht van de landeigenaren de oude feodale orde moeten zien te herstellen. In een recent uitgegeven pamflet maakten zij geen geheim van hun bedoelingen. “De Ranvir Sena zal de wereld laten zien dat wij in heel India zullen baden in het bloed van de marxistisch-leninisten.”

Frauderende premier

Van enige orde of gezag is allang geen sprake meer in de duizenden dorpen en gehuchten van Bihar, een staat van 98 miljoen inwoners. Typerend is dat de premier van de deelstaat, Laloo Prasad Yadav, vorig jaar werd gearresteerd op verdenking van grootschalige fraude. De bloedige moordpartijen - onlangs werden negen landheren vermoord door arbeiders als vergelding voor de slachting in Laxmanpur-Bathe - trekken weliswaar de aandacht van de landelijke politiek, maar New Delhi, duizend kilometer naar het noordwesten, heeft geen oplossing. Na het bloedbad bekommerden de meeste politici zich vooral om de vraag wie er allemaal naar Bihar moesten reizen om hun medeleven te betuigen aan de overlevenden en om de precieze formulering van de afkeurende reactie. Verder bleek het gehucht een ideaal vertrekpunt voor de verkiezingscampagnes. Maar een fundamentele discussie over de feodale overheersing of landhervormingen in het land bleef tot nu toe uit, ook al noemde president K.R. Narayanan, de eerste dalit die in India tot staatshoofd werd benoemd, de slachting van Laxmanpur-Bathe “een nationale schande”. Zelfs Amnesty International reageerde op de gebeurtenissen. “Bihar is een wetteloze staat”, liet de organisatie voor de rechten van de mens vanuit Londen weten.

De strijd op het platteland wordt met de week heviger, maar de politiek biedt weinig hoop op verbetering. Wie het in Bihar tot politicus schopt,

heeft geen rein geweten, zeggen de dorpelingen zonder uitzondering. Corruptie viert hoogtij. De landheer, de crimineel en de politicus zijn vaak één en dezelfde persoon - of het drietal komt bij elkaar via een fijnmazig netwerkje van kastegenoten en familieleden.

Een voorbeeld wordt geleverd door de kaste van de Yadavs, de grootste kaste in Bihar. Hoewel de Yadavs van oorsprong een lage kaste vormen, is

hun invloed groot, alleen al door zijn omvang. De kaste wist zich de laatste jaren op te werken door zijn veelvuldige aanwezigheid in het overheidsapparaat, de politie en in de politiek. Onder leiding van de populistische oud-premier van Bihar, Laloo Prasad Yadav, zagen de Yadavs

de laatste jaren zelfs kans zich een plaats te verwerven tussen de hogere kasten, de landeigenaren.

Maar ondanks het feit dat Laloo zichzelf afficheert als de “zoon van de

armen'' zijn de feodale praktijken in Bihar niet veranderd. Integendeel,

onder de Yadavs liepen de overheidsschulden sinds 1990 met tientallen miljoenen rupees op. Enorme bedragen van de centrale overheid verdwenen sinds die tijd. Zo vervijfvoudigde de subsidie voor veevoer in Bihar onder Laloo's bewind. Een plausibele verklaring voor de enorme eetlust van de veestapel kon Laloo tot dusverre niet geven. Weinigen in Bihar fronsten de wenkbrauwen toen Laloo vorig jaar werd gearresteerd op verdenking van fraude en misbruik van macht. Het feit dat de fraudezaak tot dusverre geen vervolg heeft gekregen, wordt in Bihar vooral uitgelegd door de invloed die de Yadavs hebben in politie- en justitiekringen. Toen hij vrijkwam liet Laloo zijn vrouw echter zitten op de stoel van de premier. Hij heeft een andere, grotere ambitie: na de

verkiezingen voor de Lok Sabha, het nationale parlement, wil Laloo minister-president van India worden.

Zijn eerste daad na zijn afgekochte vrijheid was een belofte aan de armen. Bij de opening van zijn landelijke verkiezingscampagne vlak na de

kerst - waar anders dan in het getroffen dorp Laxmanpur-Bathe - beloofde

hij de armen wapens te geven voor hun strijd tegen de 'feodale elementen' in Bihar. Na Laloo zochten nog talloze andere politici het dorp op de kaart op om een electoraal punt te scoren op het gebied van veiligheid en gelijkheid. Wie er ook aan het bewind komt in New Delhi, de overlevenden van Laxmanpur-Bathe en de boeren in veel andere dorpen zullen tot op de tanden worden bewapend.

Beloften

De dorpelingen nemen schouderophalend kennis van de verkiezingsbeloften.

Zij hebben zich allang bewapend. “De landheren terroriseren de arbeiders al sinds mensenheugenis. Ze halen op willekeurige momenten belasting op, maar niemand weet waarvoor”, zegt Sabriti, een 35-jarige moeder van vier kinderen in Mahadebpur, een modderig gehucht met enkele tientallen hutjes van leem, riet en aarde. Vrijwel niets bezitten de boeren. Geen rechten, geen bescherming, geen vee of land. Zelfs de lemen

hutjes zijn niet van hen. Wat ze wel hebben zijn wat vodden, een paar verroeste pannen en elkaar. Hoewel er geen riolering, geen dokters, scholen of schoon drinkwater aanwezig zijn, heeft Mahadebpur het beter dan veel andere dorpen in Bihar: om de metersdiepe kuilen heen liggen de

overblijfselen van wat eens een verharde weg was. Bovendien heeft het dorp elektriciteit, als die tenminste geleverd wordt. Dat is al zeven maanden niet het geval omdat een deel van de centrale vorig jaar na een kortsluiting uitbrandde. Reparatie leek de districtsbestuurders - de landheren - niet lonend.

“Wij verdienen dertig rupees (1,50 gulden) per dag in de rijstvelden”,

zegt Sabriti. “Soms moet mijn man naar de rivier om wat bij te verdienen met vissen. Als er onvoldoende water is gaat hij naar de stad om als riksjatrekker te werken. Geld voor medicijnen voor de kinderen hebben we niet. De landheren weigeren ons meer te betalen.” Daarnaast zijn er nog de 'gewone' vernederingen zoals ze al jaren voorkomen. Als de dalits al sandalen hebben, mogen ze die niet dragen in het bijzijn van een vertegenwoordiger van de landheren. Sommigen worden uit hun hutjes gezet of geslagen als zij te weinig geld opbrengen, zegt een oudere inwoner van Mahadebpur. “We worden behandeld als slaven.”

Met het toenemende geweld lijkt Bihar in totale anarchie te vervallen. De gewelduitbarstingen spelen zich af rond de plek waar de vader van het

moderne India, Mahatma Gandhi, zijn satyagraha inzette, de geweldloze strijd van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de Britse overheersers. Gandhi bracht in 1917 een aantal maanden door in het tegenwoordig uiterst gewelddadige district Champaram na een verzoek van een ongeletterde dalit iets te doen aan de brute uitbuitingspraktijken van de Britse landheren. Tachtig jaar later zijn de landheren rijke Indiërs, maar de overheersing van de arme boeren is dezelfde gebleven. Het verzet is echter alles behalve geweldloos.

Alle burgers beschikken tegenwoordig over stemrecht, maar veel lijkt het

niet uit te maken voor de Bihari's. “De politici beloven elke keer weer

dat ze ons zullen beschermen'', zegt een kleumende Balwanti Davi (26), moeder van zes kinderen, in het dorpje Nagwa in het district Jehanabad. Haar kinderen zijn ziek omdat de winter in Bihar dit jaar veel kouder is

dan normaal. Rond Nieuwjaar stierven op het platteland tientallen kinderen en ouderen bij temperaturen van enkele graden boven nul. Nee, stemmen doet Balwanti straks niet. “De politici komen drie weken voor de verkiezingen smeken om stemmen, met mooie praatjes en beloftes, en daarna zien we ze nooit meer.”

Veel Bihari's gaan ook om andere redenen niet stemmen. Zoals Lalan Chaubey, een voormalig reisagent die vier schooltjes voor kansloze kinderen heeft opgezet. “Bij de vorige verkiezingen wilde ik gaan stemmen, maar toen ik mij bij het stembureau meldde, kreeg ik te horen dat mijn stem al was uitgebracht door iemand anders. Op wie ik had gestemd, konden ze niet zeggen”, is de cynische uitleg van Chaubey.

Na zorgvuldig opgezette bedreigingscampagnes blijft het gros van de kiezers wijselijk thuis. In afgelegen districten in het midden en het zuiden van Bihar fungeren de landheren zelf als politie. “Geld voor politiemensen in dergelijke afgelegen gebieden is er niet.” Het is niet

moeilijk te voorspellen welke kiezers thuisblijven. Maar het maakt de bewoners niet veel uit wie er wint. Degene met de wapens is de baas. Tot

het tegendeel is bewezen.