crisis

De Chinese premier Li Peng is vandaag in Nederland aangekomen voor een drie daags bezoek. Het is zijn laatste buitenlandse reis. Volgens Willem van Kemenade is Li's reputatie te zeer bepaald door het neerslaan

van het verzet in 1989. China's keerpunt 1989 en het premierschap van Li

Peng zijn zo slecht niet voor het land zijn geweest.

Er zijn weinig overeenkomsten tussen de Chinese premier Li Peng en de Amerikaanse president Bill Clinton, maar er is minstens één. Tijdens de ambtsperiodes van de beide leiders zijn de

economieën van hun landen in de beste vorm geraakt sinds mensenheugenis. Clinton krijgt daar ondanks de schandalen in zijn persoonlijke leven in de opiniepeilingen ook nog wel waardering voor, want het Amerikaanse publiek trekt zich weinig van de collectieve razernij van de media aan. Li Peng krijgt dat minder. Zijn reputatie, met name in het buitenland is voor eens en voor altijd bepaald door die ene dramatische gebeurtenis in 1989, waarvoor hij niet eens de hoofdverantwoordelijke was. Li Peng was de frontman van de keizerlijke vader achter de schermen Deng Xiaoping. Zijn bevelen voerde hij uit toen

hij in mei 1989 als premier de staat van beleg uitriep, waarmee hij de weg baande voor de militaire repressie van de niet aflatende protestbeweging.

Bijna negen jaren zijn sindsdien verstreken en sindsdien is in toenemende mate, binnen en buiten China het besef gerijpt dat China's keerpunt 1989 en het premierschap van Li Peng niet slecht voor het land zijn geweest. Toen de 59-jarige in de Sovjet-Unie opgeleide ingenieur in

maart 1988 premier werd, waren de sociaal aanvaardbare grenzen van China's marktgerichte economische hervormingen bereikt. Hoge inflatie, prijsstijgingen en een massale terugtrekking van banktegoeden veroorzaakten tijdens de zomer van 1988 sociale onrust en paniek die een

voorspel waren voor de politieke crisis het volgende voorjaar. Li Peng's

eerste taak was om een drastisch bezuinigingsprogramma door te voeren en

verdere hervormingen voor onbepaalde tijd uit te stellen.

Als in de periode 1988-1991 het experimentele, radicale hervormingsbeleid van Zhao Ziyang, Li Peng's voorganger als premier was voortgezet was het zeer aannemelijk dat China in dezelfde jarenlange sociaal-economische regressie als de voormalige Sovjet-Unie was vervallen. En als de politiek van Zhao, inmiddels partijleider, doorgang

had gevonden, van een humaan compromis met de door Gorbatsjov geïnspireerde studenten, was in China de kans op een soortgelijke politieke implosie als later in de Sovjet-Unie, groot geweest. Die implosie zou waarschijnlijk niet tot de ondergang van de Communistische Partij hebben geleid, maar wel tot een langdurige conflicten en chaos. Deng Xiaoping heeft in 1990 zelf eens zijn nachtmerrie over zo'n apocalyptisch scenario ontvouwd: honderd miljoen Chinese vluchtelingen die de hele regio en delen van de rest van de wereld ontwricht zouden hebben.

Li Peng handelde volgens de politieke cultuur en psychologie van China in die jaren. Een 'jonge' (!) premier van begin 60 kon niet meer dan de gehoorzame dienaar van een groep hoogbejaarde machthebbers achter de schermen zijn, die voor alles stabiliteit en continuïteit wensten. Zhao had geprobeerd dat principe te negeren en Deng Xiaoping te trotseren, maar dat had hij met zijn politieke ondergang moeten bekopen.

Li is steeds een teamplayer geweest in een collectief leiderschap, op zoek naar een consensus waarin de ideeën van de hoogbejaarden, zijn

studiegenoten in Moskou van begin jaren vijftig en de jonge, deels in het Westen opgeleide researchers in zijn denktank het 'Ontwikkelings- en

Onderzoekscentrum van de Staatsraad' tot uiting kwamen.

Hoe het beleidsvormingsproces in China's geheimzinnige politieke cultuur

precies werkt, weten we niet. Van een ostentatief open, missionaire politieke cultuur als de Amerikaanse weten we dat zelfs maar nauwelijks.

Clintons vijanden zeggen dat het Amerikaanse economische succes moet worden toegeschreven aan minister van Financiën Robert Rubin en de voorzitter van de Federal Reserve Board, Alan Greenspan.

Zo menen Li Peng's kleineerders dat niet hij, maar vice-premier Zhu Rongji de man achter China's economische successen van de jaren negentig

is. Beide verklaringen zijn natuurlijk ontoereikende simplificaties. Hoofdelementen van China's doorbraak naar de status van toekomstige economische supermacht zijn geweest: de politiek-ideologische gevechten van Deng Xiaoping om met het orthodoxe marxisme af te rekenen en de prudentie en discipline van Li Peng en Zhu Rongji waarmee de economische

programma's zijn uitgevoerd.

Heel wat Chinezen hebben in het kielzog van de Aziatische financiële crisis de laatste maanden verzucht dat het een zegen is gebleken dat de regering begin jaren negentig zo conservatief is geweest. De redenering is dat als China's effectenbeurzen al in 1988 in plaats van in 1990 waren geopend, gevolgd door opening van de kapitaalmarkten voor buitenlandse banken en beleggingsfondsen, het land evenzeer overspoeld zou zijn met buitenlandse bankleningen en beleggingsfondsen en even zwaar beschadigd zou zijn door de abrupte kapitaal-exodus als Thailand, Indonesië en andere landen.

China is een van de weinige landen geweest die de juiste lering hebben getrokken uit de Mexicaanse crisis in 1994 en het heeft ook daarna zijn geldmarkten grotendeels gesloten gehouden voor buitenlandse investeerders. Buitenlandse investeringen waren welkom, maar alleen rechtstreeks in langlopende industrieprojecten en joint ventures en er kwamen honderden miljarden.

De Chinese yuan werd in 1994 alleen convertibel gemaakt op de lopende rekening, niet op de kapitaalrekening, hetgeen de munteenheid beschermde

tegen aanvallen van valuta-speculanten. Hoge reserves - inmiddels 140 miljard dollar - werden opgebouwd als voorzorg voor tijden van crisis. Lage inflatie en hoge groei waren geloofsartikelen voor Li Peng. In 1992

was de groei 12,8 procent, de inflatie 23 procent. In 1997 was de groei 8,8 procent en de inflatie nog slechts 3 procent.

Li Peng is een man die altijd volstrekt zeker is geweest van zichzelf. Tegen alle kritiek en oppositie in is hij de drijvende kracht geweest achter China's grootste publieke infrastructuur-project, de gigantische 'Three Gorges Dam' in de Yang Tse rivier. Fan Gang, de 44-jarige 'Jeffrey Sachs van China' vertelde onlangs: “Een paar jaar geleden zeiden wij Chinese Keynesianen allemaal: laten we zo'n kolossaal project

uitstellen tot we een recessie hebben en het dan gebruiken om de economie aan te zwengelen''. Door over-productie, over-investeringen en de effecten van de regionale crisis is de Chinese economie nu in deflatie en heeft het dam-project een reflatoir effect op de kwakkelende

economie, net als Tennessee Valley in de jaren dertig na de Grote Depressie in de Verenigde Staten. Fan Gang zei dat de conservatieve Li Peng voortdurend met veranderde omstandigheden is meegegroeid en de laatste jaren meer liberaliseringen en de facto privatiseringen heeft goedgekeurd dan zijn als moderner en reformistischer bekend staande aangewezen opvolger Zhu Rongji.

Tijdens de laatste zitting van zijn kabinet op 4 februari zei Li Peng: “China's economische herstructurering heeft beslissende stappen genomen. Het niveau van opening naar de buitenwereld is tot nieuwe hoogten opgevoerd en de nationale productiviteit, integrale nationale macht en de levensstandaard van het volk is naar een nieuw stadium gestegen”.

Li claimde geen eer voor zichzelf maar zei dat al deze prestaties volbracht zijn volgens de Theorie van Deng Xiaoping, onder leiding van de Communistische Partij met Jiang Zemin als kern, en door het harde werk van alle ethnische groepen van het Chinese volk.

Met China's externe positie is het relatief nog gunstiger gesteld. China

en Taiwan zijn de enige twee economieën in de regio die nagenoeg onbeschadigd zijn door de Aziatische crisis. China heeft plechtig beloofd dat het als bijdrage aan de stabilisatie en het economisch herstel in de regio de yuan niet zal devalueren, ondanks de offers die het daarvoor moet brengen in verlies aan exportmarkten. China heeft daarmee zijn potentie om leiding aan een turbulente regio te geven onderstreept, een feit dat van des te groter belang is aangezien de gevestigde regionale economische supermacht Japan gefaald heeft om een leidersrol te vervullen.

Het is een indrukwekkende nalatenschap voor een premier die nooit grote populariteit heeft gekend, deels vanwege het stigma van 'het Plein', deels omdat hij geen charisma en ontspannen persoonlijkheid heeft.

Li Peng is nu 69 en naar goed Chinees gebruik te jong om geheel van het toneel te verdwijnen. Hij zal dan ook lid van het Staand Comité van het Politbureau en nummer twee in de hiërarchie na president en

partijleider Jiang Zemin blijven. Na tien jaar hoofd van de uitvoerende macht te zijn geweest, zal hij naar alle verwachting hoofd van de wetgevende macht worden, als voorzitter van het Nationale Volkscongres. Dit 3.000 leden tellende wetgevend orgaan is vanouds een dociel gezelschap van jaknikkers geweest, maar heeft zich de afgelopen jaren in

toenemende mate als een assertief, kritisch, toezichthoudend orgaan doen

kennen.

De vraag is of ijzeren man Li Peng deze tendens verder zal laten gedijen

of middels het installeren van een aantal persoonlijke luitenants zal trachten in te dammen.

Politieke liberalisering en hervorming, democratisering - vooralsnog op lager dan het nationale niveau, en versterking van de rechten van de burgers zijn onweerstaanbare trends in China anno 1998. Het is niet te verwachten dat Li Peng, de Sovjet-ingenieur die zich van doctrinair communist tot overtuigd markt-econoom ontwikkelde, daarvoor geen oog zal

hebben.