Bon-vivants vol zorgen

Een zorgeloze, alleenstaande Hagenaar van tegen de vijftig maakt zich zorgen over zijn gebrek aan zorgen. Hij woont in een eigen huis met

een geringe hypotheek, werkt twee dagen per week in een vaste baan met pensioen, en klust er wat bij. Samen levert dat bijna 3.000 gulden per maand schoon op. Zijn vermogen van 20 duizend gulden zit in twee beleggingsfondsen. Verder lopen er twee beleggingsverzekeringen die samen, binnen acht jaar, een belastingvrije uitkering van 100 duizend gulden beloven. Daarnaast spaart hij via een kapitaalverzekering (die 100 duizend gulden oplevert) de toekomstige aflossing van de hypotheek bij elkaar.

Er leven deze vage voornemens bij hem. Wat nalaten aan de erfgenamen. In 2009 de hypotheek door laten lopen, na de uitkering van de verzekering. Vanaf 60 jaar een maandelijks inkomen om niet meer te hoeven klussen en werken. Het niet te hoge pensioen moet wellicht opgekrikt worden. Van de lijfrenteverzekeringen en koopsompolissen (dat is een lijfrenteverzekering tegen eenmalige premiebetaling) begrijpt hij

niet veel.

Dit lijkt op het doel 'eerder stoppen met werken'. Daar zijn deze nadelen aan verbonden. Het ouderdomspensioen en de AOW gaan pas in op 65

jaar en niet op 60 jaar. De premiebetaling voor het pensioen (via de werkgever) stopt vijf jaar eerder, waardoor dit lager uitkomt. Wie desondanks zijn pensioen eerder wil laten ingaan dan 65 jaar, levert nog

meer in.

In dit voorbeeld zou je eerst uit kunnen gaan van vijf netto jaarinkomens van 36 duizend ( 12 maal 3.000) gulden, tussen 60 en 65 jaar. De waarde van die vijf uitkeringen, teruggerekend (contant gemaakt) naar de 60ste verjaardag, bedraagt tegen 7 procent netto (veronderstellen we) afgerond 150 duizend gulden (tegen 6 procent: ruim 150 duizend).

Om stil te kunnen gaan leven moet de Haagse bon-vivant dus over twaalf jaar beschikken over een kapitaal van 150 duizend, zeg in een beleggingsfonds, en daar langzaam op interen. Nu beschikt hij over 20 duizend gulden en over acht jaar komt daar nog een ton bij uit de twee verzekeringen. Samen 120 duizend gulden. Die bedragen tegen 7 procent netto zijn over 12 jaar gerijpt tot zo'n 185 duizend, ruim boven de beoogde 150 duizend. Daarbij komt in 2009 100 duizend gulden uit de hypotheekverzekering. Dat bedrag kan dienen om na het 65ste jaar het pensioen te verhogen. De financiën zien er gezond uit.

Bij het voornemen de hypotheek niet af te lossen past een kanttekening. Bij het huidige inkomen, in het laagste belastingtarief, is de renteaftrek niet hoog. Tussen 60 en 65 jaar, de inteerfase van die 150 duizend gulden met een gering belastbaar inkomen, valt dat verder terug.

Wie weet verdient aflossen toch de voorkeur.

En de nabestaanden? Die erven te zijner tijd het eigen huis en het restant van het eigen vermogen.

Een Zeeuwse bon-vivant (45) schrijft: ik ben een man van twaalf ambachten en dertien successen. Hij werkt als een kleine zelfstandige, die zichzelf uitzendt, in de informaticabranche en zwerft van het ene project naar het andere, afgewisseld met korte perioden van werkloosheid

tussen de jobs. Hij wil niets liever: het levert voldoende inkomen op. Door het jaar 2000-probleem en de introductie van de euro is er voldoende werk.

Er drijft één wolkje aan de horizon: door al die wisselingen legde hij nooit iets opzij voor zijn oude dag. Dat is niet goed te praten. We trekken drie successen van de dertien af. De Zeeuw wil zijn leven snel beteren en sparen en beleggen in eigen beheer. Dan doemt er ineens nog een wolk op.

Stel dat hij bij het ouder worden zijn aantrekkelijkheid als freelancer verliest: te duur vergeleken met jongere krachten, kan de ontwikkelingen

in de business niet meer bijbenen enzovoort. Dan moet je misschien ooit bij de Sociale Dienst aankloppen voor een uitkering. (Een haast loze veronderstelling voor een informaticadeskundige.) De Dienst stuurt je weg met de boodschap: kom maar terug als je spaargeld bijna op is. Zo smelt je eigenpensioenreserve als sneeuw voor de zon.

Daarom overweegt hij flinke koopsompolissen te sluiten, in plaats van eigen beheer, omdat die een waterdichte, bomvrije voorziening tijdens de

bijstand vormen. Daar zit wel iets in, wanneer je bang bent voor de vermogenstoets van de bijstand.

Maar wie weet ziet de bijstand voor zelfstandigen er over tien jaar soberder uit dan nu, moet hij tot zijn 65ste solliciteren en werk accepteren, en krijgt hij nooit een uitkering.

Er valt veel voor te zeggen om, als een echte ondernemer, extra flink te

reserveren voor slechte tijden en geen rekening te houden met de bijstand.

Een som van slechts 150 duizend gulden (in een beleggingsfonds tegen 7 procent netto) levert vijf jaar lang een uitkering van 36 duizend gulden

schoon op.