Zuiniger methode voor fysiotherapie

AMSTERDAM, 13 FEBR. Fysiotherapeuten in Amsterdam werken dankzij een nieuwe, experimentele methode goedkoper dan hun collega's in de rest van het land. In Amsterdam wordt meer bezuinigd op fysiotherapie dan elders, zonder beperkingen voor de patiënt. Buiten Amsterdam geldt voor fysiotherapie een wettelijk maximum van negen behandelingen per ziektegeval.

Uit cijfers van de Ziekenfondsraad, Zorgverzekeraars Nederland en de Amsterdamse verzekeraar ZAO, die binnenkort worden gepresenteerd, blijkt dat de kosten voor fysiotherapie in Amsterdam met 9 procent zijn gedaald van 50 miljoen in 1995 naar 46 miljoen in 1996. Landelijk is op de totale uitgave van 1,2 miljard in dezelfde periode 5 procent bezuinigd.

De bezuiniging in Amsterdam komt voort uit de werkwijze van de Amsterdamse fysiotherapeuten. Zij werken volgens het zogenoemde 'dienstenmodel' dat geen beperking kent in het aantal behandelingen. Het model laat het aantal door de minister voorgeschreven behandelingen los en bepaalt per patiënt hoeveel behandelingen noodzakelijk zijn. Minister Borst (Volksgezondheid) wilde per 1 januari 1996 bezuinigen op de uitgaven in de gezondheidszorg. Zij besloot daartoe het aantal behandelingen voor fysiotherapie terug te brengen tot een maximum van negen. Chronisch zieke patiënten - mits hun aandoening voorkomt op de door de minister opgestelde lijst chronische aandoeningen - komen in aanmerking voor meer behandelingen. De beperkende maatregel moest 200 miljoen gulden per jaar opleveren. Deze bezuiniging maakt deel uit van de totale bezuiniging van 900 miljoen op de gezondheidszorg.

Na de invoering van de landelijke beperkende maatregel van negen behandelingen fysiotherapie, kreeg ZAO Zorgverzekeringen toestemming om met het dienstenmodel de noodzakelijke bezuiniging te halen.

De Amsterdamse fysiotherapeuten zijn dan wel niet gebonden aan een maximum van 9 zittingen of een chronische lijst, zij moeten zich strikt houden aan voorgeschreven spelregels. Dit 'behandelspoorboekje' , moet de behandeling inzichtelijker maken.

Pagina 2: 'Bezuinigen zonder beperkingen'

Het belangrijke verschil tussen het dienstenmodel en de wettelijke maatregel is dat het model uitgaat van de klachten van een patiënt in het dagelijks functioneren, terwijl de maatregel uitgaat van een medische aandoening, een ziekte die in negen keer te behandelen zou zijn.

In het dienstenmodel, dat de fysiotherapeuten zelf ontwikkelden in samenwerking met ZAO Zorgverzekeringen, heeft de fysiotherapeut drie zogenoemde diensten tot zijn beschikking, variërend van een eenmalig consult tot een intensieve behandeling die uit meerdere zittingen bestaat. Iedere dienst is gedefinieerd aan de hand van een aantal vast omschreven stappen. Daarin staat beschreven de doelgroep (bijvoorbeeld mensen met acute aandoeningen), het behandeldoel (binnen twee weken weer volledig functioneren) en het aantal bezoeken aan de fysiotherapeut.

Uit het evaluatierapport, dat binnenkort verschijnt, blijkt nu dat er zonder beperkingen voor de patiënt, toch bezuinigd is op het gezondheidsbudget. De Amsterdamse fysiotherapeuten hebben minder behandelingen uitgevoerd ten opzichte van 1995 terwijl zij in beide jaren ongeveer hetzelfde aantal patiënten onder behandeling hebben gehad.

Tweede Kamerlid R. Oudkerk (PvdA) en huisarts in Amsterdam, heeft al eerder gepleit voor een landelijke invoering van het dienstenmodel in plaats van de beperkende maatregel.

“Ik merk in mijn praktijk dat de zorg veel beter is toegespitst op de klacht van de patiënt. Ik durf nu zelfs tegen een patiënt te zeggen: ik weet het niet maar laten we het aan de fysiotherapeut vragen,” aldus Oudkerk.

Y. Kappers, één van de vormgevers van het dienstenmodel binnen ZAO, benadrukt dat het dienstenmodel oorspronkelijk niet als bezuinigingsmodel is opgezet, maar eerder als verhelderende werkwijze van de fysiotherapeut.