Verwaarloosde streek ontbindt in hoog tempo in gewelddadig verrottingsproces; Mexicaanse regering is controle over conflict in Chiapaas kwijt

Het moorden in de Mexicaanse deelstaat Chiapas gaat door. In december werden 45 vrouwen en kinderen vermoord. Nu zijn Indiaanse boerenleiders het doelwit van aanslagen.

MEXICO-STAD, 13 FEBR. “Wanneer je met de bus van Mexico-stad naar Chiapas rijdt, is het of je in een tijdmachine terecht bent gekomen”, schreef 'Subcommandant Marcos' veertien jaar geleden. In één keer van een moderne Derde Wereld-stad naar de meest middeleeuwse vormen van lijfeigenschap, onderdrukking en armoede. Marcos heette toen nog geen Marcos. Hij was gewoon een Mexicaanse stadsjongen die in Chiapas onder de Indianen ging werken.

Tien jaar later, op 1 januari 1994, komt hij als 'subcommandant' van het indiaanse Zapatistische Bevrijdingsleger (EZLN) in opstand. “Waarom heeft dit vaderland ons vijf eeuwen vergeten in de eenzaamste en smerigste uithoek van Mexico”, vraagt Marcos, wanneer de gewapende Zapatisten tien dagen na het begin van de opstand al aanschuiven aan de onderhandelingstafel. “Wat is er met dit land aan de hand dat het nodig is te doden en te sterven om iets te mogen zeggen?”

Met zijn korte opstand had Marcos de wereld een blik gegund op het bestaan van de tijdmachine. Scholen, ziekenhuizen, en eerlijke betaling. Respect voor de indianen en een eerlijke rechtsstaat. Dat waren de eisen die de Zapatisten stelden aan de twintigste eeuw.

Nu, vier jaar later, is de tijdmachine van Chiapas volledig op hol geslagen. Het Zwitserse bedrijf Nestlé doet een investering van honderd miljoen dollar voor de bouw van een grote chocoladefabriek. De kleine indiaanse boertjes van de coöperatie Majomut kunnen dit jaar echter niet meer hun 250 zakken koffie aan Nederland verkopen. Want paramilitairen en leger verhinderen de boeren hun oogst van het land te halen. Grote veeboeren en plantage-eigenaren hebben zichzelf bewapend en liquideren 'lastige' indianen en boerenleiders. Zo werden eind vorige maand de indiaanse vakbondsleiders Rubicel Ruíz en Antonio Gómez vermoord. Eergisteren vielen opnieuw twee doden, na een schietpartij van paramilitairen op een groep ongewapende boeren.

En de overheid? “Die maakt dat Chiapas zich steeds verder ontbindt in een gewelddadig verrottingsproces”, zegt Antonio García de León. Hij is hoogleraar aan de economische faculteit, en doet al jaren onderzoek in Chiapas. Voor de moderne Mexicaanse staat was Chiapas nooit meer dan een 'gekocht' stemmenreservoir, zegt hij. Tot de opstand van 1994 was de deelstaat letterlijk 'uitbesteed' aan een kleine kliek landheren. Al eeuwenlang deden de machtige plantersfamilies in Chiapas met 'hun' indianen wat ze wilden.

Toen kwam de opstand van Marcos. En plotseling besefte de regering in Mexico-stad dat er iets moest gebeuren met Chiapas. “Er werd echter geen plan ontwikkeld, zelfs geen idee voor de toekomst van Chiapas”, stelt García de Léon. Dit wilde president Zedillo overlaten aan het 'vrije spel' van de krachten die belangen hebben in Chiapas, of dat willen krijgen. De strategie bestond eruit met de linkerhand een dialoog met de Zapatisten aan te houden, terwijl de rechterhand de sociale basis van de beweging probeerde onderuit te halen.

Na de slachting van december werd duidelijk tot welke uitwassen dit leidde. Al twee jaar lang weigert president Zedillo de ondertekende akkoorden met Marcos uit te voeren. Zijn argument was dat die zouden leiden tot de afscheiding van Chiapas. Nu blijkt dat de minister van Binnenlandse Zaken de president van de republiek rechtstreeks chanteerde om de akkoorden niet uit te voeren, wegens de economische belangen van zijn vriendjes. Dan was er ook de gouverneur van Chiapas. Hij bleek, in opdracht van Defensie, een deel van zijn bestuurstijd te hebben gestoken in de vorming, training en bewapening van de paramilitaire groepen.

Inmdiddels is het alweer anderhalve maand geleden dat de minister en de gouverneur moesten opstappen. Wat is er intussen gebeurd? “De situatie is nog verder verrot”, zegt professor García de León. President Zedillo weigert toe te geven dat de overheid betrokken was bij het bloedbad van Acteál in december, alle uitgelekte militaire documenten ten spijt. “Een familieconflict”, zo bagatelliseerde Zedillo de zaak begin deze maand opnieuw, tijdens het Internationaal Economisch Forum in Davos. Daar werd hij door premier Kok op de vingers getikt. “Chiapas is een interne Mexicaanse aangelegenheid”, hield Kok de president voor. “Maar we zullen ons zeer goed blijven informeren.”

Inmiddels is vrijwel elke school in Chiapas bezet door militairen. Onafhankelijke mensenrechtenorganisaties berichten over plundering, verkrachting en illegale arrestaties door soldaten. Indianen mogen hun dorpen niet uit, en de meest gezaghebbende bemiddelaar in het conflict - de bisschop van Chiapas - wordt door de militairen van 'terrorisme' beschuldigd.

Tijdens de bestorming van een 'nest' van de Zapatisten vond het leger een oud geweer, zes groene petten, en het evangelie van Lucas in de indiaanse Tojobal-taal. De tekst was uitgegeven door het bisdom van Chiapas. Voor de commandant van het zevende legioen in Chiapas lag hier het 'bewijs' dat bisschop Samuel Ruíz tot de oprichters van het Zapatistisch Bevrijdingsleger behoort. Professor García León spreekt over een 'gevaarlijke desintegratie' van Chiapas. “Het leger en andere gewapende groepen onttrekken zich steeds meer aan de controle van de regering”, zegt hij “terwijl organisaties die zouden kunnen bemiddelen systematisch worden gecriminaliseerd.” Dit leidt tot het ontstaan van een sfeer van burgeroorlog. Hij telt op: de groepen van grondbezitters en middenstanders die zich van de regerende partij hebben afgescheiden en nu eigen (al dan niet bewapende) tegenorganisaties vormen. De religieuze conflicten die overal oplaaien. De toename van de 'gewone' criminaliteit. Wegen worden onveilig gemaakt door rovende bendes 'pistoleros'. In het afgelegen dorp Tapachula werden onlangs twaalf mensen door drugshandelaren doodgeschoten.

In Chiapas, concludeert García León, is een politiek vacuüm ontstaan waaraan maar op twee manieren te ontsnappen is. De eerste mogelijkheid is dat de bevolking van Chiapas het woord in een algehele deelstaatverkiezing krijgt. “Wat is er op tegen om nu eens een gekózen gouverneur in Chiapas te hebben”, zegt García León, wijzend op het feit dat de deelstaat nu al aan zijn vijfde niet-gekozen gouverneur is.

De tweede mogelijkheid is dat Mexico een soort Tsjetsjenië wacht. “Het is niet ondenkbaar dat een autoritaire afscheidingsbeweging in het gat springt dat de overheid in Chiapas heeft gecreeërd.” Sinds het bloedbad van Acteál is in grote delen van Chiapas de burgerlijke overheid vervangen door militairen. “Niet alleen de indiaanse bevolking, maar ook de middenstand en de grootgrondbezitters zien het leger steeds meer als een vreemde bezettingsmacht.”