Veldslag in familiekring

Torgny Lindgren: Hommelhoning. Roman. Vertaald uit het Zweeds door Rita Verschuur. De Bezige Bij, 136 blz. ƒ 36,50

Het klinkt zo romantisch gemakkelijk dat er 'Zwei Seelen wohnen, ach!' in één borst. Maar zelden heeft iemand deze uitspraak uit Goethe's Faust tot in de uiterste consequentie doorvorst. Wat gebeurt er dan precies met iemand in wiens borst twee zielen wonen? Is diens ribbenkast het domein van een onophoudelijke veldslag? Valt er zo te leven?

De Zweedse schrijver Torgny Lindgren (Norsjö, 1938) heeft Goethes twee-zielensyndroom tot onderwerp van een ingenieuze en trieste roman gemaakt. In Hommelhoning beschrijft hij de fatale veroordeling tot elkaar van twee broers die in de barre verlatenheid van Noord-Zweden wonen. Hadar is de oudste, na hem kwam Olof. Sinds Olofs geboorte voelt Hadar zich verstoten van zijn moeder. De twee mannen, die in elkaars blikveld wonen, vormen twee zijden van dezelfde medaille. De eerste is verzot op spek en zout, de ander op zoet. De een heeft kanker, de ander lijdt aan een hartkwaal. Als het boek begint, zijn ze met elkaar in strijd over wie het eerste doodgaat. Verschijnt uit de schoorsteen van Olof rook, dan weet Hadar dat zijn broer nog leeft. Wanneer zal de dood hen verlossen van deze bizarre strijd?

Alles hebben ze in hun leven gedeeld: na hun moeder - uiteraard - hadden ze dezelfde vrouw, Minna. De 'hommelhoning' uit de titel verwijst naar hun laatste gelukzalige ervaring: dat de jongens met hun grootvader volle, gezonde honing uit de raten haalden. Nu zijn ze stervensziek. Als go between tussen het hardvochtige tweetal treedt een naamloze vrouw op, die in het gehucht een lezing over excentriekelingen en heiligen geeft. Na afloop nodigt Hadar haar uit bij hem te overnachten, waarna een Pinteriaans indringersdrama begint.

Jaloezie en achterdocht laaien op. De mooiste passages wijdt Lindgren aan het verschijnsel 'gemis'; de twee missen elkaar zodanig, dat dit gevoel omslaat in haat. Wanneer Hadar als jongen onder het ijs dreigt te verdrinken, denkt hij aan zijn broer èn zichzelf om te overleven: 'En hij had zich tot het uiterste ingespannen om tegelijk aan hen beiden te denken, aan Olof en Hadar, hij had hen in zijn wanhoop willen samenvoegen tot één wezen dat hij aan kon roepen of waar hij tenminste zijn laatste gedachte naartoe kon sturen. Maar dat was onmogelijk geweest. Hoe hij zichzelf ook kwelde, hij had hen niet kunnen verenigen (-). En ten slotte had hij het opgegeven, hij had in zijn gedachten de één verworpen en de ander behouden, en op het ogenblik dat hij dat deed had hij het wak teruggevonden en zijn hoofd omhooggestoken en weer adem naar binnen gehaald.'

Hommelhoning is een boek dat op verschillende niveaus fascineert. Allereerst door de beeldende beschrijvingen van de seizoenen in Zweden. Voorts weeft Lindgren fraaie uitspraken door het verhaal heen over het leven en over de manier waarop mensen zich aan elkaar hechten, wat meer pijn dan geluk veroorzaakt. Tot slot is er de ijzeren consequentie waarmee hij het thema uitwerkt. Dat de twee aan het eind doodgaan, eerst Olof en Hadar daarna door een vreemde vorm van zelfdoding, is geen verrassing. Wel de allerlaatste alinea. De vrouw werkt aan een boek over de heilige Christoffel. Over hem heeft ze een veel te lange zin geschreven, waarin ze èn de zinloosheid van het leven èn de onverschilligheid waarmee iemand het leven tegemoet kan treden wil samenvoegen. Dat kan niet. Die zin moet ze in tweeën splitsen, zoals de twee broers nadrukkelijk twee karakters zijn: de een lijdend aan zinloosheid, de ander aan onverschilligheid. Nu kan de vrouw verder, ze heeft die twee angsten overwonnen.