PVF verbreedt basis onder Achmea

ROTTERDAM, 13 FEBR. De twee kernthema's van het Nederlandse pensioenstelsel uit de jaren vijftig, collectiviteit en solidariteit, krijgen twee aanvullingen: commercie en concurrentie. De liberale jaren negentig slaan onverbiddelijk toe.

De bundeling van twee grote financiële coöperaties, Achmea en PVF Pensioenen, die gisteren werd aangekondigd, is de zoveelste aflevering in een paradoxaal vervolgverhaal. De regels worden versoepeld, de overheid laat meer ruimte aan de markt van particuliere aanbieders (Ziektewetgat, WAO-gat), en wat doen de financiële instellingen?

Zij bundelen hun krachten, fuseren, sluiten allianties en proberen zich door overnames in te kopen op nieuwe terreinen. Vooralsnog zonder toetsing van de gevolgen voor de concurrentie, want de financiële bedrijfstak valt nog twee jaar buiten de competentie van de nieuwe Nederlandse mededingingsautoriteit.

Het samengaan met PVF geeft Achmea een stevige derde pilaar naast haar zorgverzekeringen en schade- en levensverzekeringen. als vierde, aanzienlijke kleinere activiteit heeft Achmea de bankzaken van Staal. PVF heeft veel bedrijfstakken als klant, Achmea veel particulieren en grote bedrijven.

De verkoop van spaar-, pensioen- en (sociale) verzekeringsproducten geldt als een rappe groeimarkt. Het beheerd vermogen van pensioenfondsen en verzekeraars, dat meer dan 1.000 miljard gulden bedraagt, groeit in een tempo van zo'n 100 miljard gulden per jaar.

De markt voor vermogensbeheer is in beweging. De Rabobank kocht al de beleggingsgroep Robeco, Fortis ontfermde zich over zakenbank MeesPierson en haar vermogensbeheerbedrijf.

Angst dat de overheid zich verder terugtrekt en de consument beter voor zichzelf zal moeten zorgen geeft producten als koopsompolissen fantastische impulsen. Vorig jaar verkochten de verzekeraars voor meer dan 3 miljard gulden koopsompolissen.

De collectieve pensioenregelingen, die verplicht voor 90 procent van de Nederlandse werkgevers gelden, zullen de komende jaren steeds meer gekoppeld worden aan individuele regelingen, zo verwachten experts. Dat stelt hoge eisen aan automatisering en communicatie met de honderduizenden (of miljoenen) consumenten. En die trend is op zichzelf al een katalysator voor schaalvergroting om de kosten te spreiden.

In sociale verzekeringen voltrekt zich een vergelijkbare trend. De geldstromen van uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid, hun relaties met werkgevers en hun databestanden zijn aantrekkelijke koopwaar voor de grote financiële instellingen, die zich ontwikkeld hebben tot waren financiële supermarkten.

ING (Postbank, ING Bank en verzekeraar Nationale-Nederlanden) werkt samen met SFB, het voormalige Sociaal Fonds Bouwnijverheid, Achmea heeft drie samenwerkingsverbanden met GAK, de uitvoerder van sociale regelingen in sectoren die uiteenlopen van de banken tot de havens. De Rabobank (verzekeraar Interpolis, vermogensbeheerder Robeco) wilde graag met PVF samengaan, maar dat mislukte vorig jaar.

De Rabo werkt via Interpolis al samen met GUO (uitvoerder sociale regelingen in agrarische sector).

De kapitaalkrachtige bank kocht zich vorig jaar ook in de sector van pensioenfondsbeheerders in door de overname van Beon, die onder meer het bedrijfspensioenfonds voor de bakkerij onder zijn hoede heeft. Beon is de kern van een aanval die Robeco heeft ingezet op het markt voor het lucratieve beheer en uitvoering van pensioenregelingen.

Deze markt wordt extra interessant door twee beslissingen uit de koker van staatssecretaris De Grave van Sociale Zaken, de verantwoordelijke voor het pensioenbeleid. Hij wil kleine pensioenfondsen professioneler laten werken: zij moeten fuseren of hun zaken uitbesteden aan een verzekeraar.

Werkgevers die hun pensioenregeling verplicht laten uitvoeren door een pensioenfonds dat werkt voor de hele bedrijfstak krijgen de kans dit systeem te verlaten als de beleggingsprestaties van het fonds duidelijk achterblijven. Ook deze aanzet tot concurrentie opent een nieuwe markt voor commerciële pensioenbeheerder.

De grotere nadruk op beleggingsprestaties is een van de argumenten voor PVF en Achmea om de krachten te bundelen, al is schaalgrootte geen zekerheid voor consistent hoge rendementen.