Princess Caraboo

Princess Caraboo (Michael Austin, 1994, VS/UK). Belg.1, 21.20-22.54u. Geloof het of niet, maar het schijnt heus gebeurd te zijn. In het Engeland van 1817 wordt een exotisch ogende jongedame aangetroffen. Ze kíjkt alleen maar. Heel af en toe uit ze wat klanken in een voor iedereen onbekende taal. De volmaakte vreemdeling. En wat gebeurt? In mum van tijd wil het verhaal dat zij een oosterse prinses is, die in de buurt van Bristol aan haar ontvoerders is ontkomen.

Prompt wordt ze geadopteerd, of beter: geannexeerd door versleten aristocraten en onbeschaafde nouveaux riches. Zij - Wendy Hughes voorop - maken goede sier met de jongedame. En zelfs de prins-regent laat een oogje op haar vallen.

Dat is het uitgangspunt van Princess Caraboo, geschreven en geregisseerd door Michael Austin, de man die in 1984 nog tekende voor het scenario van Greystoke: The Legend of Tarzan, Lord of the Apes. Ook dat was een film die minder over de titelheld ging dan over diens omgeving.

De mensen geloven twee dingen, onderwijst een journalist in Princess Caraboo: men gelooft wat in de krant staat en wat men wíl geloven. De journalist zelf vermoedt ondertussen dat de prinses een oplichtster is, maar dan wel eentje die de regerende klasse uiterst gewiekst voor schut weet te zetten en daarom ons aller sympathie verdient.

Princess Caraboo is een sprookje dat lekker weg hapt, maar geen enkel nieuw inzicht levert in de opportunistische grondhouding van de menselijke soort door de eeuwen heen.

Te genieten valt er enkel van de koninklijke, enigszins anachronistische schoonheid van de zwijgende titelheldin Phoebe Cates, die haar hoge beschavingsgraad onderstreept door te wenen om een stukje Schubert (net zoals Julia Roberts in Pretty Woman haar fijnbesnaardheid bewees door te huilen om een opera).

Aardig is ook het geschmier van Kevin Kline als Griekse butler en het spel van John Lithgow als een etnograaf die overmand raakt door erotische oprispingen. En dan is er nog Stephen Rea als de journalist. Een innemend man. En het toppunt van melancholie: een journalist die bedroefd is om het besef dat er verschil bestaat tussen fantasie en werkelijkheid.