Ping

- Dat lijkt me een tafeltennisbatje.

- Hoe bedoel je?

- Nou, precies wat ik zeg, een veel te klein tafeltennisbatje.

- Dat zei je eerst niet.

- Wat niet?

- Dat het te klein was.

- Maar dat bedoel ik wel.

- Zo klein is het helemaal niet.

- O nee?

- Een gewoon tafeltennisbat zou ik zeggen. Dat balletje is veel te groot.

- Dat ziet er juist doodgewoon uit. Het batje is gekrompen.

- Ik ben het nog nooit zo oneens met je geweest.

- Jammer voor je.

- Anders zit er nooit zo'n zwarte rand om een balletje. En daaraan merk je dat het veel te groot is.

- Luister, het past tussen je duim en wijsvinger. 't Is net zo groot als alle andere balletjes.

- Heb je wel eens van een gekrompen tafeltennisbat gehoord?

- En waar heb jij ooit zo'n grote tafeltennisbal gezien?

- Lag er maar wat naast.

- Wat nou weer.

- Als er een schoen of ei naast lag dan wist je het meteen.

- Mischien waren die ook weer te groot.

- Of gekrompen.

- Laten we erover ophouden.

- Goed, nog een potje?

- Hoeveel staat het?

- Eén-één.

- Waar ligt het balletje?

- Idioot. Vlak naast je eigen batje.

- Kom op dan.

- Nee, jij serveert.