Overschrijding in Rotterdam; Steden vragen meer geld voor steun minima

ROTTERDAM, 13 FEBR. Bij de kabinetsformatie na de Tweede-Kamerverkiezingen in mei zullen de vier grote steden pleiten voor een belangrijke verhoging van de begroting voor bijzondere bijstand.

Dat zei de Rotterdamse wethouder Hans Simons (sociale zaken) vanochtend bij de presentatie van een overzicht van het Rotterdamse beleid om armoede te bestrijden.

Rotterdam heeft 120.000 inwoners met een minimuminkomen. Aan ruim 34.000 huishoudens met een minimuminkomen (voor 85 procent bijstandsgerechtigden) is vorig jaar in Rotterdam 50 miljoen gulden uitgekeerd in het kader van de bijzondere bijstand. Dat komt neer op 1.470 gulden per aanvrager. Het totaal van 50 miljoen is drie keer zo veel als in 1995 en 15 miljoen meer dan door de Rotterdamse sociale dienst was begroot. Bij de kabinetsformatie moet rekening worden gehouden met deze sterke toename die zich ook elders voor doet, aldus Simons.

De woonlasten van de Rotterdamse minima gingen in de tweede helft van 1997 met circa 50 gulden per maand omlaag. De daling is het resultaat van het per 1 juli gewijzigde huursubsidiesysteem samen met kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ruim 46.000 huishoudens werd vorig jaar kwijtschelding van de OZB-belasting verleend (een voordeel van 15 gulden per maand) en ruim 10.000 huishoudens hoefden geen reinigingsrecht te betalen, wat neerkomt op een voordeel van 25 gulden per maand. Dit laatste aantal loopt dit jaar op tot 38.000. In 1998 kost kwijtschelding van OZB en reinigingsrecht de gemeente ruim 19 miljoen gulden.

Simons noemde het Rotterdamse armoedebeleid, dat in 1995 goed op gang kwam, succesvol, mede omdat de afgelopen vier jaar 10.000 bijstandsgerechtigden aan een (gesubsidieerde) baan zijn geholpen. Hij wees erop dat slechts 18 procent van de Rotterdamse minima geen gebruik maakt van huursubsidie, tegen 40 procent gemiddeld elders.

Het armoedevraagstuk blijft echter omvangrijk. Uit een studie van de sociale dienst is gebleken dat circa 20.000 huishoudens (vooral allochtonen en mensen met kinderen) grote schulden (gemiddeld 6.000 gulden) hebben. In 1997 kregen 7300 huishoudens een zogenoemde uitkering op maat (1.100 gulden) om duurzame gebruiksgoederen aan te schaffen, zoals bed en matras (26 procent) of een wasmachine (22 procent).

De Rotterdamse sociale dienst, die jaarlijks een miljard aan uitkeringen verstrekt, komt over 1997 20 miljoen tekort op de beheerskosten. Daar staat een niet gebruikt budget van 10 miljoen tegenover. De overschrijding wordt verklaard uit extra kosten (herbeoordeling) in verband met invoering van de nieuwe bijstandswet en de wet boeten en maatregelen. De dienst werkte in 1997 sneller en effectiever, maar als gevolg van de hoge werkdruk is het ziekteverzuim evenals voorgaande jaren 'zeer hoog' - 10 procent, wat extra personeelskosten (uitzendkrachten) tot gevolg heeft, aldus Simons in een brief aan de gemeenteraad.