Nagano

Bij de olympische bushalte staat een juffrouw met de mooiste glimlach van Nagano. Ze buigt naar elke passagier, zegt tegen iedereen de naam van de bestemming en turft op een groot papier de mensen die in de bus stappen. Aan het stuur zit een man met pet en witte handschoenen. Hij knikt en begroet elke passagier met een glimlach en een kort Japans woord.

Wanneer de bus vol is, blijven er passagiers instappen. Wanneer hij helemaal vol is, blijven er nog meer mensen instappen en wanneer er niemand meer bij kan, blijven ze nog steeds instappen. Als ze allemaal binnen zijn en een plaatsje hebben bemachtigd, zit ik bij iemand op schoot. Ik ben niet de enige die een warme schoot als zitplaats heeft. Bijna iedereen die zit, heeft een ander op schoot. Toch wordt er niet geklaagd, zelfs niet even gemopperd. Iedereen is blij dat hij meekan. Wie geen zin heeft in een volle bus te reizen kan een half uur wachten. Maar de kans dat de volgende bus een half uur te laat komt en ook vol is, is groot. Dus kun je net zo goed de eerste de beste bus nemen. Wie mee wil moet niet klagen. Wie het warm krijgt, ook niet.

En wie een raampje open schuift, krijgt een snauw van een buurman die niet tegen de tocht kan. Uitzicht is er niet, want de ramen zijn beslagen. Zo kan een reis van 15 kilometer door het drukke verkeer en langs de vele stoplichten anderhalf uur duren. Na tien minuten worden schoorvoetend de eerste vragen gesteld. Waar ben jij al geweest? Waar ga jij nog naar toe? Een bus vol Japanners, Amerikanen, Duitsers, Engelsen, Noren, Finnen, Italianen, Fransen, Oostenrijkers, Russen, Polen en een verdwaalde Nederlander heeft zijn mooie kanten.

Wanneer de bus aankomt, drukken de passagiers elkaar naar buiten. De chauffeur buigt en bedankt elke passagier persoonlijk met een Japans woord. Buiten staat een juffrouw met een glimlach klaar om te turven hoeveel mensen uit de bus stappen. Het was me weer een feest in de bus naar Nagano.