Lachen om gesol met bejaarden

Familievoorstelling: Altijd Zondag door Kroost. Regie en spel: Servaes Nelissen en Jes Vriens. Tekst en poppen: Servaes Nelissen. Eindregie: Cas Enklaar. Vanaf 8 jaar. Gezien: 7/2, Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m november. Inl. 020-4201521.

De verpleger sloopt per ongeluk de bril van een bejaarde en geeft haar achteloos een willekeurige bril uit de voorraadtrommel. Een andere bejaarde wordt op het dressoir geparkeerd omdat de verpleegster haar rolstoel is vergeten. In de familievoorstelling Altijd Zondag van toneelgroep Kroost wordt flink met ouderen gesold. Dat levert hilarische scènes op, niet in de laatste plaats doordat de meeste oudjes van schuimrubber zijn.

Theatergroep Kroost heeft de gedurfde stap gewaagd om een jeugdvoorstelling over een bejaardenhuis te maken, iets dat toch ver buiten de belevingswereld van kinderen ligt. Uit het resultaat blijkt dat het goed gaat. Welk kind lacht niet als een breekbare opa tot twee keer toe keihard tegen de vlakte gaat?

Het stuk speelt zich af op een afdeling van verzorgingshuis 'Huize De Zon' waar acht oude mensen zitten te wachten op de dood. Twee verzorgers (Servaes Nelissen en Jes Vriens) rennen rond om ze het laatste restje leven te veraangenamen. Het decor is een kale recreatiezaal met achterin drie kleine kamers, slechts afgescheiden door een gordijn. De bewoners hangen apathisch in hun rolstoel.

In Altijd Zondag spelen slechts twee acteurs. De rest van de rollen wordt gespeeld door levensgrote poppen. Twee van de acht bejaarden zijn van vlees en bloed en hebben nog wat leven in zich. Meneer de Kruik (dubbelrol van Nelissen) is de enige man op de afdeling. Hij mag naar een lichtere afdeling, maar hij vindt het wel leuk tussen de vrouwen. Mevrouw Brosink (dubbelrol van Vriens) is net nieuw. Ze is weerspannig (“Het stinkt hier”) en moet nog getemd worden. Vooral met knutselen gaat zij flink tekeer: “Wij hadden thuis een autosloperij. Ik heb hele auto's doormidden gezaagd”.

Een verhaal is er verder nauwelijks. De losse scènes dienen vooral als kapstok voor een snelle reeks harde grappen. Als verpleegster Dinie bijvoorbeeld feestelijke hoedjes van krantenpapier heeft gevouwen, zegt haar collega: “Leuke hoedjes, Dinie. Allemaal rouwadvertenties erop”. Grappig is ook hoe een bejaarde pop in een gemotoriseerde rolstoel het halve decor omverrijdt.

Grootste attractie van Altijd Zondag vormen de prachtige poppen van Servaes Nelissen. Ze hebben kale, verschrompelde koppen, grote oren en breekbare beentjes. Ze zitten muisstil in hun rolstoel, maar als ze bewegen en praten, ziet het er levensecht uit. Bewegen kunnen ze doordat een der spelers met zijn hand simpelweg de kop of een arm heen en weer schudt. De schaarse tekst van de poppen komt onverbloemd uit de monden van de spelers. Eén pop kan haar been optillen als de verpleger in een handle aan de rolstoel knijpt. Een andere pop kan driftig met haar kop schudden, ook als er geen mensenhanden in de buurt zijn. Deze repeteergrap werkt goed omdat het publiek zich blijft afvragen wat de truc is.

Altijd Zondag is een leuke komedie, maar geeft wel de indruk niet helemaal af te zijn. De acteurs komen traag op gang. Ze zijn nog te druk bezig met poppen rondrijden en van kleding wisselen voor de dubbelrollen. Hierdoor waren er dode momenten waarin het gebrek aan intrige opviel. Met iets meer zorg zou de voorstelling niet alleen hilarisch, maar ook ontroerend worden. Dat de acteurs de jeugd een weinig verheffend beeld van een verzorgingshuis voorschotelen, is geen bezwaar. De meeste toeschouwers zijn nog lang niet aan de beurt.