Het sexy boerenleven Gail Anderson over haar debuutroman

De schrijfster Gail Anderson-Dargatz debuteerde met een verrassende roman over het pioniersleven in Canada. “Ik wilde het boerenleven niet nostalgisch of verbloemd beschrijven, maar zoals ik het zag: soms hard en gewelddadig, vaak heel sensueel, heel sexy.”

Gail Anderson-Dargatz: De genezende kracht van bliksem. Uit het Engels vertaald door Pleuke Boyce. De Geus, 350 blz. ƒ 49,90. The Cure For Death By Lightning, Virago, 294 blz.

“Bekijk dit maar terwijl je wacht”, zegt de Canadese schrijfster Gail Anderson-Dargatz (35) als ze met de fotografe naar buiten gaat. Ze legt een stapeltje aan elkaar genaaide vellen dik, rafelig papier op tafel: een plakboek van zelfgemaakt papier. In haar succesvolle debuutroman The Cure For Death By Lightning (1996), pas in Nederland vertaald als De genezende kracht van de bliksem, speelt net zo'n plakboek een belangrijke rol. De moeder van de hoofdpersoon en verteller, het vijftienjarige meisje Beth Weeks, heeft een plakboek waarin ze recepten, krantenknipsels, dode vlinders en levenswijsheden bewaart. Eigenlijk mag Beth het plakboek niet inkijken, maar ze doet het toch: ze vindt er de weerslag van haar leven en dat van haar ouders en broers, op pagina's die ruiken naar amandelextract, vanille, boter en haar moeders parfum Lily of the Valley.

Het papier is gemaakt van tot moes gestampte en daarna gedroogde groenten en bloemen: echt papier is niet te krijgen in de tijd waarin het verhaal speelt, de Tweede Wereldoorlog. Beth woont in Turtle Valley, British Columbia (Canada), op een boerderij waar haar ouders met moeite het hoofd boven water kunnen houden. Haar vader is een onberekenbare man, die niet meer dezelfde is na een aanvaring met een grizzly-beer: hij heeft woede-aanvallen en met een vechtpartij heeft hij zich in het stadje zo ongeliefd gemaakt dat niemand meer op bezoek komt, behalve de indianen die in het nabije reservaat wonen. Beth wordt op school gepest.

Anderson-Dargatz roept een ruwe wereld op waarin het gevaar telkens op de loer ligt: buiten de coyotes en boze geesten die zich verschuilen in het hoge gras, binnen haar vader, die soms 's nachts bij haar in bed kruipt. Beth vlucht in een eigen plekje in een holle boomstronk, en in een vriendschap met het indianenmeisje Nora.

Deze ingrediënten hadden een sentimentele, melodramatische roman kunnen opleveren, maar The Cure For Death By Lightning is dat beslist niet. Anderson-Dargatz' stijl is ingehouden. Ze laat Beth het verhaal nuchter vertellen, onverbloemd, soms bot, soms verrassend gevoelig. De schrijfster heeft de toon gevangen van een vijftienjarig meisje dat zowel nieuwsgierig naar als bang is voor volwassen, wereldse zaken als seks.

Het boek bevat veel sterke beelden en merkwaardige personages die een onvergetelijke indruk maken, zoals de zonderlinge coyote Jack die bezeten is door een geest en Beth laat schrikken door onverwachts op te duiken en meteen weer te verdwijnen, en de jonge Filthy Billy, die onwillekeurig vieze woorden en vloeken bezigt en zich daar telkens voor verontschuldigt: '(Shit) Excuse me. Sorry (fuck). Some storm, eh? (Shit).'

“Mensen vragen mij vaak in hoeverre de roman autobiografisch is”, zegt Anderson-Dargatz. “Er zit wel veel van mezelf in, maar niet de dingen die mensen verwachten. Ik ben Beth niet. Ik had zelf een heel fijne jeugd, mijn ouders waren heel zorgzaam. De vader in het boek heeft niets met mijn vader te maken. Filthy Billy staat dichter bij mij dan Beth. Toen ik het aan het schrijven was, werd mijn man ernstig ziek, hij heeft een hersenoperatie gehad. Net als Billy had hij een spraakprobleem - hij vloekte niet de hele tijd, maar hij kon moeilijk praten, het kwam er verward uit. Billy is in feite een fatsoenlijke man, maar in het boek is het alleen Beth die dat ziet. Ik denk dat ik onbewust tegen mezelf wilde zeggen dat mijn man dat ook was, ook al kon hij zich niet goed meer uitdrukken. Maar dat had ik pas later door.

“De personages ontstaan vanzelf, dat is vaak heel verrassend. Beth groeide op zichzelf. Oorspronkelijk was het een heel ander boek en was Beth heel anders. Het boek was in de derde persoon geschreven, maar zij wilde haar eigen verhaal vertellen. Dus heeft ze dat gedaan. De personages komen tot leven in mijn dromen, soms herken ik ze in mensen die ik op straat zie lopen.”

In veel recensies werd het boek gezien als een coming of age-roman. “Maar dat is niet waar het om gaat”, vindt Anderson-Dargatz. “Het gaat om het verhaal, dat had ik ook kunnen vertellen met een oudere vrouw. Het was voor mij belangrijk om een tijd en een manier van leven vast te leggen die voorbij is, die van mijn ouders. Dat pioniersleven is verdwenen in Canada. Ik wilde het boerenleven niet nostalgisch of verbloemd beschrijven, maar zoals ik het zag: soms hard en gewelddadig, vaak heel sensueel, sexy. In essentie gaat het op een boerderij om seks en de dood. Ik wilde ook de elegantie tonen van alledaagse dingen als een vuur aanmaken en koeien melken. Zulke simpele dingen betekenen veel, maar ze worden nooit besproken.”

De vele recepten, van simpele gerechten tot een zorvuldig samengesteld lokaas voor coyotes, stopte ze in het boek zodat ze niet verloren zouden gaan. In het verhaal dienen de lekkere cakes en koekjes ook om het dreigende kwaad af te wenden en de ellende te verzachten. Tegen het eind beseft Beth dat het plakboek voor haar moeder een plek is waar ze in kan vluchten, een veilige plek. Om net zo'n veilige plek te creëren, gaat het meisje schrijven. Gold dat ook voor de schrijfster? “Op dat moment wel, omdat de ziekte van mijn man een verwoestend effect op mijn leven had. Ik zat in een diepe depressie. Hij gedroeg zich onberekenbaar, was paranoïde en snel geïrriteerd - ik moest echt op eieren lopen. Hij was heel moeilijk om mee te leven. Schrijven was toen de enige veilige plek. Dat besef ik nu pas.”

“Sommige van de pijnlijke, nare dingen in het boek waren beangstigend om onder woorden te brengen. Dan zat ik 's nachts te schrijven en leek alles in huis bedreigend. Het was ook angstaanjagend dat zulke dingen uit mij kwamen. Je ziet jezelf graag als een beschaafd iemand, die nooit vreselijke dingen zou doen. Maar je bedenkt ze wel. Dus vroeg ik me af waar dat vandaan kwam, of ik zelf zo'n naar iemand was. Dat is niet zo, maar we hebben allemaal een donkere kant - en schrijvers moeten die op een gegeven moment onder ogen zien.”