Het geval-Saddam

HET ZAL WEL NIET op een wereldoorlog uitlopen, maar de kloof tussen de Verenigde Staten en Rusland over de aanpak van Saddam Hussein lijkt niet meer te overbruggen. De onbehouwen uitlatingen van president Jeltsin van vorige week kregen gisteren een vervolg in de kritiek die minister van Defensie Sergejev voor draaiende camera's uitstortte over ambtgenoot Cohen.

De Amerikaan was in Moskou om ten overvloede de politiek van zijn regering uit te leggen. Dat was al eerder gebeurd, maar de Amerikanen lijken het adagium te volgen: wij zullen de waarheid zo lang herhalen tot u haar begrijpt.

De VS hebben een waterdicht standpunt. Irak weigert opeenvolgende resoluties van de Veiligheidsraad uit te voeren, alles moet worden gedaan om het met diplomatie te overreden, maar als het weigerachtig blijft zal geweld moeten worden gebruikt. Dat is een normaal uitgangspunt van iedere wetshandhaving. Of het eventueel toegepaste geweld ook een absoluut resultaat zal opleveren, is de vraag. Maar Washington gaat ervan uit dat Saddams productie van massavernietigingswapens zeker jaren achterop raakt als Irak stevig en volhardend genoeg wordt aangepakt.

HET RUSSISCHE verzet tegen de Amerikaanse bereidheid zonodig en uiteindelijk geweld te gebruiken, ondermijnt de geloofwaardigheid van de Russische diplomatie. De verdenking dat de Russen het VN-embargo tegen Irak hebben geschonden en Saddam materiaal hebben geleverd voor de productie van de gewraakte wapens, kan niet met een enkele ontkenning uit de wereld worden geholpen. Als permanent lid van de Veiligheidsraad hebben de Russen een gedeelde verantwoordelijkheid voor het handhaven van de vrede. Waar die vrede wordt bedreigd, moet worden opgetreden. Diplomatieke missies kunnen betekenis hebben, maar alleen als de aangesprokene voor rede vatbaar is. Daarover bestaat in het geval-Saddam toenemende twijfel.