Herstel bij Philips voor een deel cosmetisch

Voor Philips komt Roel Pieper op het juiste moment: dit jaar kan hij samen met Boonstra de strategie van het concern uitstippelen. Wanneer hij in '99 eerste man wordt, kan hij de nieuwe koers zelf in praktijk brengen.

PHILIPS in 1997

Hoofdvestiging: Eindhoven

Aantal werknemers: 265.000, van wie 42.000 in Nederland

Nettowinst: 5,7 miljard

EINDHOVEN, 13 FEBR. Jan Timmer kreeg in december 1995 de vraag voorgelegd hoe het stond met zijn opvolging. “Ik blijf zo lang het noodzakelijk is”, antwoordde de toenmalig Philips-topman. Enkele dagen later maakte Philips bekend dat Cor Boonstra Timmer in oktober 1996 zou opvolgen. Ook Philips' huidige president gisteren de vraag over zijn opvolging voorgelegd. Hij sprak dezelfde woorden als Timmer ruim twee jaar geleden.

Daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de opvolging van Boonstra een kwestie van dagen is. Pieper treedt pas per 1 mei toe tot de raad van bestuur. Het is bij Philips nog niet eerder voorgekomen dat een nieuwe man bij Philips in een moeite door de toppositie overnam. Boonstra, Philips' eerste topman van buitenaf, heeft bij Philips heel wat conventies overhoop gehaald, maar Pieper krijgt waarschijnlijk eerst de kans om de onderneming te leren kennen.

Boonstra en Pieper wilden gisteren niets zeggen over Piepers status als aanstaande president. Volgens een goed geïnformeerde bron heeft Pieper echter zijn aanstelling als eerste man in de onderhandelingen met Boonstra bedongen. Als alles volgens plan verloopt treedt de huidige president komend voorjaar terug ten gunste van Pieper.

Pieper heeft in dat geval nog iets minder dan een jaar de tijd om zich te buigen over de nieuwe strategie van Philips. Hij neemt daarmee de taak van Boonstra over die zijn eerdere toezegging om dit voorjaar met een strategie naar buiten te treden niet heeft waargemaakt. Op die manier voorkomt hij dat zijn opvolger wordt opgezadeld met een plan voor de toekomst waaraan deze zelf part nog deel had gehad.

Beleggers en analisten zullen nog even geduld moeten hebben voordat hun ideeën over opsplitsing en de strategie van de onderneming aan de orde komen. Als zoethoudertje had Philips gisteren een reeks sheets geprepareerd waarop de 'strategie' per divisie in een of twee zinnen werd toegelicht. Boonstra beperkte zich tot open deuren als, 'innovatiever opereren', 'meer aandacht voor het merk' en 'streven naar een leidende positie'.

Vragen over de (gedeeltelijke) splitsing van het concern werden door de president afgewimpeld. Hij toonde een plaatje met 'bouwblokken' van Philips, de verschillende divisies en dochterondernemingen. Alle blokken leveren een bijdrage aan het concern, stelde Boonstra. Ogenschijnlijk losstaande onderdelen als Polygram en Origin noemde hij “essentieel voor onze financiële prestaties. Ze geven ons kracht”.

Met een schuine blik naar Philips' prachtige cijfers accepteren beleggers het uitstel van een strategisch plan zonder te morren. Op de Amsterdamse beurs steeg de koers van het aandeel gisteren met bijna vier gulden.

Toch kunnen die cijfers niet verhullen dat Philips zijn zwakke plekken nog niet allemaal heeft weggewerkt. In het jaarverslag dat Philips gisteren heeft gepubliceerd toont Boonstra zich daarvan welbewust. “Als wij een leidende multinational willen blijven, moeten we in alle regio's van de wereld meer substantiële marktposities veroveren”, schrijft hij. “Meer dan 44 procent van de totale omzet komt nog steeds uit West-Europa. Om een betere balans te bereiken, hebben we onszelf het doel gesteld om in 2001 een kwart van de omzet in zowel Azië als in de NAFTA-landen te behalen.” En verder: “In het licht van de matige groeiverwachtingen in West-Europa zullen we extra gaan investeren in andere regio's.”

Ook erkent Boonstra dat de betere gang van zaken in Europa voor een deel cosmetisch is: “Het bedrijfsresultaat is in Europa sterk verbeterd, hetgeen vooral een gevolg is van het kwijtraken van verliesgevende activiteiten, met name Grundig, en de afwezigheid van herstructureringsvoorzieningen ten behoeve van de Europese activiteiten.” Uit de cijfers blijkt dat Philips eind '96 voor 1,5 miljard aan niet gebruikte voorzieningen op de plank had liggen. Van dit bedrag is in het afgelopen jaar 800 miljoen uitgegeven, zonder dat het ten koste van de winst van '97 is gegaan.

Tot slot behaalde Philips in enkele activiteiten waarop zwaar is ingezet matige resultaten. De belangrijke regio Noord-Amerika, waar Philips zwaar investeert, kwam op de valreep uit de rode cijfers. Toch gaf de omzet van Philips' belangrijkste bedrijfsonderdeel consumentenproducten in deze regio een (geringe) daling te zien.

Philips heeft een mooi jaar achter de rug en het doet dan ook denken aan 1995, het oogstjaar van Jan Timmer. Boonstra meldde gisteren dat het rendement op het geïnvesteerd vermogen van maar liefst 7 naar 18 procent is gestegen. “We liggen dus goed op koers in de richting van de beoogde 24 procent”. De stijgende lijn is onmiskenbaar, maar onvermeld bleef gisteren dat ook in 1995 een rendement op de investeringen van 18 procent werd gerealiseerd.

Jan Timmer werd altijd moe van de vragen over de strategie van het concern. Hij vond dat zijn taak meer lag in het snel oplossen van de grote problemen van het concern. Boonstra heeft het belang van een duidelijke - meer geplande en minder opportunistische - koers altijd onderkend, maar steeds stelde hij zijn plannen uit. Dat was mede het gevolg van het vertrek van de technologieman Frank Carrubba die met zijn strategieverhaal steeds bij Philips tegen een muur liep.

Voor het elektronicaconcern komt Roel Pieper op het juiste moment: in de loop van het jaar kan hij samen met Boonstra de koers van het concern uitstippelen. En, wanneer hij begin 1999 het presidentschap overneemt, is het concern financieel in staat om een nieuwe koers in te slaan. Aan Boonstra de taak om te zorgen dat Philips het winstherstel langer dan een jaar kan volhouden.