Geroofde kunst vooral in Europa

WASHINGTON, 13 FEBR. “Er is een wijdverbreid besef gegroeid dat sommige Europese overheden, zoals Oostenrijk, Frankrijk en Nederland, hebben verzuimd alle kunst terug te geven aan de vooroorlogse eigenaren.”

Dat zei Ronald Lauder, voorzitter van de Commissie voor de opsporing van kunst, gisteren voor een Amerikaanse Congrescommissie. De Commissie die Lauder leidt is ingesteld door het Jewish World Congress, dat zich tot taak heeft gesteld gelden en goederen die in de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd te restitueren.

De bemoeienis van machtige politici in Washington met het onderwerp en de vorming van onderzoeksinstanties heeft de Amerikaanse aandacht voor door de nazi's gestolen kunst de laatste tijd vergroot. De hoorzitting van gisteren was het voorlopige hoogtepunt omdat zo ongeveer alle partijen waren vertegenwoordigd. Politici, museumdirecteuren, vertegenwoordigers van het Jewish World Congres en het Holocaust Art Restitution Project en ook die van de Amerikaanse Associatie van Kunsthandelaren (ADAA).

Ronald Lauder, een telg uit het cosmeticaconcern Estee Lauder die ook voorzitter is van het New-Yorkse Museum of Modern Art (MoMA), noemde de in de oorlog geroofde werken “de laatste krijgsgevangenen”.

Ook Philip de Montebello, directeur van het Metropolitan Museum of Art, liet zich kritisch uit over Europa. Over het verschil tussen de wijzen waarop Amerika en Europa de roofkunst aanpakken zei hij: “Er zit een oceaan tussen die erg breed is.”

Montebello is ook voorzitter van een nieuwe projectgroep die vorige week is ingesteld door de Amerikaanse Associatie van Museumdirecteuren (AAMD). De projectgroep stelt richtlijnen op voor disputen over het eigendomsrecht van kunstwerken.

De hoorzitting was louter bedoeld om informatie uit te wisselen. De wetgevers wilden weten of ze nieuwe wetten moeten opstellen om behulpzaam te zijn in het onderzoek naar zoekgeraakte kunstwerken. Het ging daarbij om het vinden van kunstwerken in de VS maar vanzelfsprekend gingen de gedachten ook uit naar Europa. Toch is het speuren nog in een te vroeg stadium, zo lijkt het, om te proberen Europese landen er actief bij te betrekken. Bijna alle instanties zijn bezig databanken van bekende kunstwerken, zoekgeraakte werken, claims en informatie over de herkomst van werken aan te leggen.

Het was de Bankcommissie van het huis van afgevaardigden die de hoorzitting had georganiseerd omdat die zich eerder heeft beziggehouden met joodse banktegoeden in Zwitserland. Zij ziet het nu ook als haar taak gestolen kunstwerken en niet uitgekeerde verzekeringsclaims te bestuderen.

Lauder legde uit wat zijn Commissie voor de opsporing van kunst gaat doen en beantwoordde ook enkele vragen van de talrijk toegestroomde pers. Lauder erkende voor het eerst dat ten onrechte twee schilderijen van Egon Schiele in New York door de officier van justitie Robert Morgenthau zijn vastgehouden. Het MoMA had de werken, die worden opgeëist door de Amerikaanse nazaten van Oostenrijkse joden, in bruikleen uit Oostenrijk. Ze worden nog steeds vastgehouden in de VS. “De werken hadden meteen terug moeten gaan, waarna een onafhankelijk panel de claims had moeten bekijken”, aldus Lauder, die tien jaar geleden Amerikaans ambassadeur in Oostenrijk was. Lauder wilde niet met zoveel woorden zeggen dat Morgenthau onjuist heeft gehandeld, maar herhaalde dat in de situatie die nu ontstaan is beoordeling door een onafhankelijk panel nog steeds de beste manier is om de zaak op te lossen.

De Commissie van Lauder heeft uitdrukkelijk een internationale reikwijdte. Hij ziet een probleem in het verschil tussen de Amerikaanse wetgeving en die van sommige Europese landen. “Wie daar te goeder trouw een kunstwerk koopt, hoeft het niet meer af te staan, ook al blijkt het gestolen te zijn”, aldus Lauder. In de VS daarentegen verlies je je eigendomsrechten als het achteraf om een gestolen kunstwerk blijkt te gaan.

Lauder denkt dat er in Europa nog veel boven water zal komen. “Tweeduizend kunstwerken in Franse musea zijn nooit officieel gecatalogiseerd”, zei hij. “Velen ervan kunnen illegaal in musea terecht zijn gekomen.” Hij zet ook vraagtekens bij het museumbezit in Duitsland en denkt dat ook daar zich nog veel vermiste of illegaal verhandelde kunstwerken bevinden.

Constance Lowenthal, directeur van de Commissie voor opsporing van kunst, wilde desgevraagd nog geen uitspraken doen over internationale claims. Ze is wel op de hoogte van de Goudstikker-affaire en noemde het “een van de meest ingewikkelde zaken”, maar door de omvang ook een van de belangrijkste.

De aanwezige politici prezen het gedrag van de Amerikaanse musea. “Het probleem is hier nu eenmaal niet zo groot als in Europa en Azië”, aldus Glenn Lowry, directeur van het MoMA. Hoewel het aantal gehonoreerde claims op kunstwerken in Amerikaanse musea sinds de Tweede Wereldoorlog maar vier bedraagt, hebben alle musea toegezegd toch nog eens hun collectie te onderzoeken.

Lowenthal prees hen daar gisteren voor. Ze voegde er echter meteen aan toe: “Maar we zullen niet alleen op hun onderzoek vertrouwen.” Over wat internationaal wordt ondernomen kan ze nog weinig zeggen: “We weten nog niet wat voor stappen we kunnen nemen. Ik ben nog geen maand in functie en krijg pas vanaf volgende week een secretaresse. Twee telefoons op mijn bureau rinkelen de hele dag en ik heb geen tijd om ze op te nemen.”