Geconstrueerde gekkigheidjes

Holland Dance Festival. Gezelschap: Nederlands Dans Theater 1. Premières: Self, choreografie, decor en kostuums: Nacho Duato, muziek: Alberto Iglesias. Livnära, choreografie: Johan Inger, muziek: o.a. Erkki-Sven Tüür. Reprise: Start to Finish, Lightfoot/Purcell. Muzikale medewerking: Nederlands Balletorkest o.l.v. Thierry Fischer. Gezien: 11 februari, Lucent Danstheater, Den Haag. Tournee t/m/ 26 maart. Inl. (070) 360 9931.

Het Nederlands Dans Theater heeft in de loop der jaren al heel wat choreografen uit eigen gelederen voortgebracht. Enkelen van hen hebben inmiddels buiten het gezelschap een succesvolle, nieuwe carrie opgebouwd, zoals Lionel Hoche, Martin Müller, Philip Taylor en natuurlijk de bekendste: Nacho Duato. Hij is sinds 1990 directeur van wat nu Compañia Nacional de Danza heet en waarmee hij volgende week in het Holland Dance Festival te gast is. Voor dat gezelschap maakte Duato vorig jaar april het ballet Self waarvoorhij eveneens het toneelbeeld en de kostuums ontwierp. Nu staat Self op het nieuwe programma van NDT1.

Boven op een smalle, hoge, vierkante stellage zit een vrouw, doodstil, als in diepe meditatie, voor de open deur van een in de lucht hangend, van binnenuit opgelicht glazen huisje. Ze zal daar het grootste deel van het ruim een half uur durende ballet blijven zitten, terwijl onder haar tien in zwarte kostuums gestoken dansers paarsgewijs geïntroduceerd worden. Een gemeenschap van zoekende mensen, die iets hogers nastreven maar het niet kunnen bereiken. In krachtige, vloeiende bewegingen, waarin het NDT-verleden van Duato nog duidelijk herkenbaar is, gaat de ene scène harmonieus in de andere over op de wat amorfe, speciaal gecomponeerde muziek van Alberto Iglesias.

Mooie beweging, mooie dans, mooi in de ruimte gezet, hoewel soms nauwelijks zichtbaar want ook in Spanje blijkt de trend van dansen in het duister intrede te hebben gedaan. Mooi dus en getuigend van een volwassen vakmanschap, maar niet meeslepend, eigenlijk ook niet echt boeiend en zelfs wat routineus aandoend. Als de zittende vrouw (Elke Schepers) in haar vleeskleurige tricot met rood beschilderde handpalmen tenslotte als een godin afdaalt, ontstaat er een duet (met Dylan Newcomb) dat de spanning weer even doet aanwakkeren door de prikkelende sfeer van beheerste, onvervulde hartstocht die wordt opgeroepen. Self is vooral een expositie van prachtige dansers.

Interessanter is Johan Ingers Livnära, een Zweeds woord dat zich voeden, zichzelf onderhouden betekent. Inger plaatst zijn tien dansers - vier vrouwen en zes mannen - in een ruimte die een woestijn zou kunen zijn met die grote blauwe cactus links op het toneel en die flonkerende sterrenmassa erboven. Wat dit werk van Inger zo aantrekkelijk maakt, is de onbevangenheid waarmee serieus getinte onderdelen overgaan in scènes die zo uit een bizar sprookje geplukt zouden kunnen zijn: een lichtende eend die onder de arm wordt meegevoerd, een veldje met tulpen, ook al weer van brandende lampjes voorzien, dat langs glijdt en waarin gelieven worden weggevoerd, een omklappende cactus, die dorstigen van een glas water kan voorzien. 'Red de cactus', luidt dan ook het opschrift op een omhoog gestoken pamflet.

Het zijn niet zomaar gekkigheidjes, ze passen in de goed geconstrueerde en vaak echt verrassende choreografie, ze passen bij Ingers levendige, driftige, speelse, vaak impulsief aandoende bewegingstaal, die ook weer typisch die van NDT is: complex, met veel vaart, nooit voorspelbaar, met grote, brede, de ruimte vullende bewegingen of juist heel gedetailleerde kleine, zich afspelend in een hand, een voet, een rugdeel, en altijd muzikaal, altijd glashelder uitgevoerd.

Ook in Livnära wordt weer voortreffelijk gedanst, door dansers die binnen een choreografie hun eigen verhaal weten te vertellen: hun 'dancer's tale', het motto van dit Holland Dance festival. Het is een genot er naar te kijken.