EU: nieuw researchprogramma van 30mld

BRUSSEL, 13 FEBR. De Europese ministerraad heeft gisteren besloten tot invoering van een nieuw, minder bureaucratisch onderzoeksprogramma voor de periode 1999-2003, het zogenaamde Vijfde Kaderprogramma. In totaal zal er 14 miljard ecu (ongeveer 30 mld. gulden) aan worden uitgegeven, evenveel als aan het oude (Vierde) kaderprogramma, dat veel meer onderzoeksthema's kende. De Europese Commissie die had ingezet op 167,3 mld ecu, heeft teleurgesteld gereageerd. “Dit is een zeer ongelukkig en negatief signaal voor het Europese onderzoek en de Europese industrie.”

Minister Ritzen (Onderwijs) die met minister Weijer (Economische Zaken) namens Nederland onderhandelde, was na afloop heel wat optimistischer: “Dit is de best mogelijke uitkomst. Het garandeert niet dat we onze achterstand op Amerika en Azië inlopen, maar het helpt wel.”

Niet bekend

Om Spanje en Portugal tegemoet te komen is besloten dat de raad van de onderzoeksministers het bereikte akkoord mogen openbreken als na 1999 het aandeel van het Europese onderzoeksprogramma een veel groter (of kleiner) aandeel in de Europese begroting voor interne uitgaven zal hebben dan nu. Nu maakt onderzoek daar ongeveer tweederde van uit. Als tegen die tijd alle landen het verdrag van Amsterdam hebben geratificeerd hoeft de ministerraad hierover niet meer bij unanimiteit te besluiten. Volgende maand zal de Europese Commissie de eerste voorstellen doen voor de lange termijnplanning van de Europese financiën.

Doel van het Europese onderzoeksprogramma is stimulering van economisch en technologisch belangrijk onderzoek. Onderzoekers moeten altijd samenwerken met collega's uit andere landen en joint-ventures met bedrijven maken altijd veel kans op toewijzing. Belangrijkste kenmerk van het nieuwe onderzoeksprogramma is dat de onderzoeksthema's beperkt zijn van ongeveer twintig tot acht, zodat de gelden, ongeveer vijf procent van de totale overheidsuitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in de EU, geconcentreerder kunnen worden ingezet. “Niet langer kunnen lidstaten zo maar hun eigen wensen op de Europese onderzoeksagenda zetten”, aldus minister Ritzen.