Een wandelende bom

TEL AVIV Twaalf Duitsers waren van Düsseldorf naar Tel Aviv overgevlogen. Acht studenten van de toneelschool in Essen, een bewegingslerares, een spraaklerares, een regisseur en een dramaturg van het Schauspielhaus in Düsseldorf. In Frankfurt, waar ze moesten overstappen, voegde ik mij bij deze groep.

De Duitse toneelschoolstudenten gingen Israëlische toneelschoolstudenten ontmoeten, en daar moest dan een stuk uit voortkomen, want Israel bestond vijftig jaar. Ik moest dat stuk schrijven. Verwerking, verbroedering, het verleden, de toekomst, gasmaskers, op grond van dergelijke vage idealen had men subsidie gekregen voor dit project. Dat ik niets van verbroedering moest hebben, wist men blijkbaar nog niet. De leiding was ondergebracht in een hotel. De Duitse studenten sliepen bij Israëlische studenten. Hoewel de studenten mijn leeftijd hadden rekende men mij gemakshalve tot de leiding. Ik kreeg een kamer met uitzicht op zee. In de kamer naast mij sliep de bewegingslerares Nadja. Al in het vliegtuig was het me opgevallen dat ze niet normaal liep maar voortschreed alsof ze over de wolken wandelde. Waarom kunnen bewegingsleraressen nooit normaal lopen?

Later verhuisde de bewegingslerares naar een andere kamer, want de kamers waren erg gehorig, en ze had een verhouding met de regisseur wiens vrouw in Bonn net een kind had gekregen. De spraaklerares Gisela was strikt vegetarisch en had een mentor in India die ze twee keer per jaar opzocht. Voor de rest was ze geobsedeerd door de wisselkoers tussen de shekel en de D-mark.

Mijn taak was het om alle studenten te interviewen en daarna improvisatieopdrachten voor ze te bedenken, samen met de rest van de leiding. Dat was de theorie. In praktijk heeft noch de bewegingslerares, noch de spraaklerares, noch de regisseur ook maar één improvisatieopdracht bedacht. Ze moesten allemaal van mij komen. Bijvoorbeeld: Franziska (een van de Duitse studenten, afkomstig uit Lübeck, haar vader is kok, voor ze mij zag had ze nog nooit een jood gezien. - “Dat ik de eerste moet zijn,” had ik haar nog gezegd, “zo krijg je het antisemitisme nooit uit de wereld.” - Seks vindt ze niet belangrijk. Op een perfecte dag in haar leven maakt ze een rondvaart met een vriend door de haven van Hamburg.) Franziska dus, loopt op vrijdagavond, als toerist, door Jeruzalem, en wordt verkracht door een veertiental orthodoxe joden. Terwijl ze haar verkrachten roepen de orthodoxe joden 'Sieg Heil'. Geheel overstuur en verwond gaat Franziska naar een politiebureau om aangifte te doen bij agente Keren. (Keren, een van de Israëlische studenten, geboren in Petach Tikwa. Trouwde op haar negentiende om het leger te ontvluchten, want getrouwde vrouwen hoeven niet in het leger. Helaas trouwde ze met een man die in vlagen van razernij niet alleen het huis maar ook Keren kort en klein sloeg. Door al dat slaan vergat ze te eten en toen ze nog maar achtentwintig kilo was belandde ze aan een infuus in het ziekenhuis.) Keren dus, is de agente. Die ziet Franziska en denkt, weer een Duitse die ons komt lastig vallen met haar schuldgevoel. Franziska probeert Keren te overtuigen dat ze echt verkracht is door een veertiental orthodoxe joden. Verzwarende omstandigheid is dat Keren al tien jaar lang geen man heeft gehad en verkrachtingsfantasieën heeft.

Dit soort improvisatie-opdrachten bedacht ik aan de lopende band en de bewegingslerares vroeg, “waar haal je de energie vandaan?” Want we (lees: de leiding) zaten tot 's ochtends vroeg in de hotellobby, tot we de Swissair-crew langs zagen komen, want hun vliegtuig ging om zeven uur, en dan wisten we dat het tijd werd naar bed te gaan.

Ik was liever met de studenten uitgegaan, maar dat mocht niet, want er moesten improvisatie-opdrachten worden bedacht. En zonder mij gebeurde er niets. “Ja, het lijkt wel alsof ik niets doe,” zei regisseur Brian, “Maar ik werk nu eenmaal langzaam.”

Een andere keer verklaarde hij, “ik maak het meest provocerende theater in de wereld.” Omdat in een van zijn stukken een actrice de antenne van een draagbare radio in haar kut had gestoken en vervolgens kwamen er allemaal gekke geluiden uit die radio. Ik zei maar niets terug.

Iedere dag begon Brian me meer op de zenuwen te werken, en ook de dramaturg van het Schauspielhaus verloor het vertrouwen in Brian. “Hoe komen we van hem af?” vroeg hij aan mij, maar daarop wist ik ook geen antwoord.

En de bewegingslerares zei, “je bent net een wandelende bom, dat zie ik aan de manier waarop je beweegt.”

“Dat kan van u niet gezegd worden,” antwoordde ik.

Achter ieder mens gaat de hel schuil, het is alleen een kwestie van doorvragen. Ik vermoedde het allang, maar ik besefte het weer eens toen ik de interviews afnam. Voor iedere student had ik een uur uitgetrokken. Ik nam de interviews op op video, maar beloofde dat niemand anders de video's te zien zou krijgen. Ik zei dat ik me vrij voelde alles te vragen wat ik wilde vragen, maar dat zij op hun beurt zich vrij moesten voelen alleen die vragen te beantwoorden die ze wilden beantwoorden. Ik had een paar vaste vragen, voor als ik niet wist hoe ik verder moest.

Wie spreekt verraadt zich vroeg of laat. Je hoeft alleen maar de illusie van intimiteit te creëren, de rotte plek te vinden en niet meer los te laten.

Een van de Israëlische studenten had voor de geheime dienst gewerkt, voor hij besloot acteur te worden. “Als ik je dat vertel,” antwoordde hij lachend op een van mijn vragen, “moet ik je vermoorden.”

“Nou,” zei ik ook lachend, “vertel het me dan maar niet.”

Koby vertelde dat hij achttien maanden in Libanon had gevochten, en al die achttien maanden stoned was geweest. “Dat moest ook wel,” zei hij, “want zodra ik niet meer stoned was, vroeg ik me af, wat doe ik hier?” Daarna had hij zich bij een psychiater gemeld.

“Het leger is corrupt,” zei Koby, “maar de politiek is nog veel corrupter.”

Vier dagen na aankomst kon ik me niet langer inhouden en ik zei Brian wat ik van hem dacht. Ik dacht dat hij ontplofte, terwijl ik nog zo had gezegd dat ik helemaal geen problemen met hem had als mens. De studenten had ik aangeraden zich te ontdoen van hun regie-leraar. En zij vertelden mij dat ze daar al heel lang mee bezig waren.

“Jij voelt je aangetrokken tot de duivel,” zei Brian, toen hij was uitgebriest. “Ieder intelligent mens voelt zich eerder aangetrokken tot de duivel dan tot god,” legde ik uit, “jij hebt tot nu toe alleen maar verklaard dat je de diepte in wil gaan met dit stuk. De diepte ingaan, dergelijke onzin wordt alleen maar beweerd door mensen die geen idee hebben waar ze het over hebben.”

Daarna verklaarde de spraaklerares dat ze geen problemen met mij had. Integendeel, dat ze mijn humor erg waardeerde.

De Israëlische studenten waren iets ouder dan de Duitse. De meesten waren ook al getrouwd of getrouwd geweest. Tamar zei, “als je getrouwd bent begin je pas goed te masturberen.”

“Nu weet ik hoe de toekomst eruit ziet,” zei ik. En we lachten.

Een andere keer zei ze, “mannen moeten geen zeep gebruiken, maar bodylotion.”

Gabriel was geïnteresseerd in de grens tussen leven en dood en had daarom een keer, toen hij jong was, een kat vermoord.

“Dat voelde goed,” zei hij, “want een ander schepsel ging dood en ik bleef leven”.

Op een avond kwam Cigal naar me toe en zei, “ik moet je iets vertellen.”

“Vertel maar,” zei ik.

“Het is privé.”

We wandelden door een donkere straat.

“Ik heb een relatie gekregen met één van de Duitse studenten. Het is alsof we elkaar al jaren kennen.”

Duits zaad vloeide in Israëlische baarmoeders, geheel ongeslaagd kon dit project al niet meer worden genoemd. In de krant lazen we dat er gasmaskers werden uitgedeeld. Maar de Duitse studenten die eerst nog zo bang waren geweest voor aanslagen liet het koud. Het zaad vloeide rijkelijk, en waar zaad rijkelijk vloeit wordt de doodsangst even vergeten.

Joram zei, “toen Rabin nog leefde, toen hadden we hoop. Ik zag me al met een auto via Syrië naar Turkije rijden. Maar nu - nu bereidt iedereen zich voor op een volgende oorlog.”

En Amos zei, “er komt burgeroorlog, de ongelovigen tegen de gelovigen. Er is al burgeroorlog.”

De leiding had zich opgesloten in de hotelbar. Maar met de studenten ging ik om drie uur in de nacht humus eten en Goldstar drinken.

“Kom je nog een keer terug?” vroeg Naomi.

“Oh ja,” zei ik. “Toen Gorki aan Isaak Babel het advies gaf onder de mensen te gaan werd Babel oorlogscorrespondent. Daarom kom ik nog wel een keer terug, want hier hangt oorlog in de lucht.”

“Vergeet het niet,” zei Tamar, “geen zeep, maar bodylotion.”

“Heb je al een titel?” wilde Bettina weten.

“Ja,” zei ik, “Fighting fucking and nose picking. Of op zijn Duits: Kämpfen, ficken und Nase bohren. 50 Jahre Israël.”