Echtgenote, moeder, heks; Jonge Franse schrijfsters over het platteland

Marie NDiaye: Heksenschool (La sorcière). Vertaald uit het Frans door Jeanne Holierhoek. De Geus, 158 blz. ƒ 25,- Lisa Bresner: Hong Kong Souvenir. Vert. Maria Noordman. De Geus, 124 blz. ƒ 25,-

Op het eerste gezicht lijken ze helemaal niet op elkaar, de uit het Frans vertaalde boeken die bij uitgeverij De Geus als eerste verschenen in de mooie reeks in klein formaat. Toch beschikken beide schrijfsters, bij nadere beschouwing, over een vergelijkbare toon, eenzelfde ironie en vooral over een vrije blik op de wereld.

Marie NDiaye (31), van Frans-Senegalese afkomst, publiceerde met Heksenschool haar zesde boek. In Lieve familie (1994) en De tijd van het jaar (1996) liet zij ons kennismaken met bekrompen inwoners van het Franse platteland, arrogante Parijzenaars en met absurde verwanten die, in het universum van Marie NDiaye, families veranderen in gevaarlijke wespennesten.

Hong Kong Souvenir is het vierde boek van Lisa Bresner (27) die enkele jaren in China woonde, Chinees studeerde en tegenwoordig privélessen geeft en de calligrafie beoefent. Haar literaire universum, zo bleek uit De vrouwenboetseerder (1994) en Mijn innige vijandin (1995), ligt in excessen en tegenstrijdigheden in de Oosterse culturen van China en Japan.

In hun meest recente romans blijven beide schrijfsters trouw aan de thematiek en de geografie uit hun eerdere werk. Marie NDiaye beweegt zich op het platteland rond de Franse stad Poitiers, Lisa Bresner pendelt heen en weer tussen China en de voormalige Britse kroonkolonie Hongkong. Beide auteurs vertellen het verhaal van een gezin dat definitief uit elkaar valt: de één vanuit het individualistische, Westerse gezichtspunt, de ander vanuit de op voortzetting van eeuwenoude tradities gerichte, Oosterse invalshoek. Hoe verschillend deze twee werelden ook zijn, beide boeken gaan over gebrek aan liefde, uitzichtloosheid, desillusie, ambitie, geld, macht en louche zaken.

Marie NDiaye begint haar boek met 'Toen mijn dochters de twaalfjarige leeftijd hadden bereikt, werden ze door mij ingewijd in de geheimzinnige krachten.' Een zin waarbij je fantasie meteen op hol slaat. Bovenaardse krachten, fantastische gebeurtenissen en geheimzinnige verdwijningen zijn geen uitzondering in NDiaye's werk. Het occulte vormt de tegenpool van het nuchtere, vreugdeloze leven dat haar hoofdpersonen leiden in grijze Franse buitenwijken en betonnen winkelcentra. Ditmaal gaat het om Lucie, echtgenote, moeder en heks. Van haar moeder erfde zij de bovennatuurlijke gave om in de toekomst te kijken en zij geeft die techniek op haar beurt aan haar dochters door. Lucie zelf is te lief om een goede heks te zijn. Zij is niet in staat om iemand in een slak te veranderen, zoals haar moeder deed met haar ex-echtgenoot. Zij kan zelf ook geen andere gedaante aannemen, zoals haar twee door de televisie afgestompte, gevoelloze dochters, die, zodra ze zijn ingewijd, letterlijk hun vleugels uitslaan om nooit meer terug te keren. Lucie kan niet overweg met de ambitieuze, consumptieve en agressieve tijd waarin zij leeft. Aan de Vrouwenuniversiteit voor Spirituele Gezondheid - New Age in de provincie - waar zij haar bijzondere gaven aanwendt om aan welgestelde meisjes de toekomst te voorspellen, wordt uitgerekend zij als een charlatan gearresteerd.

Met de koele toon en de korte, ijle zinnen die haar stijl kenmerken, voert NDiaye haar lezers moeiteloos van komedie naar tragedie en vice versa. Geen moment kom je in opstand tegen een onwaarschijnlijke metamorfose of een absurde gebeurtenis. Integendeel, op de schimmige grens tussen realiteit en fantasie is NDiaye bijzonder in haar element.

Kartonnen doodskist

Ook Lisa Bresner zwerft op de grens tussen werkelijkheid en verbeelding. Waar NDiaye echter een chronologisch verhaal vertelt, laat Bresner de tijd uit elkaar spatten. Haar boek bestaat uit losse fragmenten uit verschillende tijden die je pas op de laatste bladzijde in de goede volgorde kunt zetten. De verwondering en verwarring die je als lezer bevangt bij het begin van het boek, maakt dan plaats voor bewondering voor de ingenieuze constructie.

'Hij herinnert zich de mensendrollen, ingezameld, verzegeld en verkocht.' Zo begint Hong Kong Souvenir. De raadselachtige zin verwijst naar de armoede op het Chinese platteland waar de hoofdpersoon, Zui Han, zijn jeugd doorbracht. Iedere dag kwam de secretaris-mestinspecteur de familiehoop ophalen in ruil voor een 'kuai', een geldstuk dat gespaard werd om er later de 'eenentachtig koperen spijkers voor de kartonnen doodskist' mee te betalen. Zui Hans vader was graveur en oprichter van het Centrum voor Confucianistische Studies totdat Mao hem 'heropvoedde'. Zui Han ontvlucht de misère en vertrekt naar Hongkong, waar hij via zijn oom terecht komt in de 'Triade van de Big Circle', de malafide organisatie die heel het handelsleven in Hongkong beheerst. Hij richt de Mao Goes Pop Club op, een besloten gezelschap waar Europese miljardairs met Oosterse elegantie grof geld uit de zak wordt geklopt, een 'symbool van cynisme en extravagantie'. Met een 'kuai' betaalt hij 'nu net de suiker die hij altijd door zijn brandy roert'. In de loop der jaren stuurt Zui Han grote bedragen naar zijn ouders. Zij hechten echter niet aan geld, maar aan 'de hemelse Tien Stammen en de aardse Tien Takken', aan 'een respectabele schoondochter en een echte kleinzoon' en aan een zoon die koperen spijkers meeneemt voor hun doodskist. 'Stinkend gat' wordt verjaagd.

Ook Lisa Bresner is zuinig met woorden, trefzeker in haar details en ironisch in haar beschrijvingen. Zij laat, evenmin als Marie NDiaye, een persoonlijk spoor na in haar werk: geen innerlijke monologen, geen mijmeringen of overpeinzingen van een gekwelde ik-persoon waarachter de auteur zelf schuilgaat. Beide jonge schrijfsters illustreren bij uitstek een door de Franse kritiek al voorzichtig gesignaleerde ontwikkeling in de moderne Franse letterkunde: jonge auteurs zouden meer afstand nemen tot hun eigen biografie. De autofiction, waarbij het leven van de auteur duidelijk wordt weerspiegeld in diens literaire werk - denk aan Annie Ernaux of Hervé Guibert - zou steeds minder navolgers krijgen. Auteurs als NDiaye en Bresner interesseren zich voor moeilijk te duiden sociale taferelen, voor conflicten tussen individu en maatschappij. Bresner citeert Mao Zedong 'die te voet door de wereld trok onder een paraplu met gaten'. NDiaye spreekt van 'het onthutsende van pelgrims uit een andere tijd'. Beiden koppelen aan hun literaire talent een open, vrije blik op de verwarring van alle dag. Dat maakt het lezen van hun boeken tot een feest.