DNB-topman verplicht tot uitleg Kamer

DEN HAAG, 13 FEBR. De president van De Nederlandsche Bank (DNB) moet in het parlement twee keer per jaar het monetaire beleid in de Economische en Monetaire Unie toelichten. Deze 'unieke' verschijningsplicht moet het verlies aan politieke invloed op het geldbeleid enigszins goedmaken.

De Tweede Kamer heeft dit gisteren laten vastleggen in de nieuwe bankwet na een amendement van PvdA, CDA, VVD en D66. DNB-president Wellink had eerder al toegezegd in het parlement te verschijnen, maar minister Zalm (Financiën) had er geen bezwaar tegen deze komst te verplichten. “Pikant”, vond Zalm: “Een vrijwel unieke staatsrechtelijke formule, een innovatie.” Nu hebben alleen ministers, staatssecretarissen en getuigen bij een parlementaire enquête een verschijningsplicht.

De komst van de Europese munt, de euro, maakt vernieuwing van de Nederlandse bankwetgeving noodzakelijk. De Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt bewaakt de kracht van deze munt en bepaalt per 1 januari 1999 het monetaire beleid - niet de afzonderlijke banken zoals DNB. Voor Nederland betekent dit dat de minister van Financiën zijn 'aanwijzigingsbevoegdheid' verliest. Daarmee kon de politiek via de minister invloed uitoefenen op bijvoorbeeld het rentebeleid.

In de praktijk bemoeide de politiek zich nooit met het monetaire beleid en is er de aflopen vijfig jaar niet één aanwijzing gegeven “Daar heb ik niet veel meer aan gehad dan dat de president altijd de deur voor mij open doet”, zei Zalm. Toch wil de Kamer wel enige “politieke inbedding” (VVD) dan wel “een “zekere politieke beïnvloeding” (D66) van het monetaire beleid.