Diamanten zijn sinds kort voor altijd

G. E. Harlow e.a.: The Nature of Diamonds. Cambridge University Press, 278 blz., ƒ 80,80 (pbk), ƒ 202,05 (geb.)

Twee maanden salaris zou een Amerikaanse jongeman over moeten hebben voor de ring waarmee hij zijn verloofde vraagt. Het advies komt van de firma DeBeers, die driekwart van de wereldhandel in diamant beheerst. Want het mag in onze streken misschien geen gewoonte zijn, iedere Amerikaan weet: op een verlovingsring hoort een diamant. Hard, onaantastbaar, en met een leeftijd van vaak zo'n drie miljard jaar ruim half zo oud als de aarde zelf.

Die duurzaamheid is ook het symbool voor wat komen moet: een hechte, onaantastbare huwelijksband. Dat een diamant na een leven lang dragen meestal toch wel zichtbare schade door stoten opgelopen heeft moeten we maar vergeten, al is het misschien wel een betere illustratie van het echte leven.

De populariteit van diamant is niet oud. Eeuwenlang is de steen voorbehouden gebleven aan de heersers over India, dat vanaf de eerste vondsten (rond de vierde eeuw voor de jaartelling) ruim tweeduizend jaar het enige wingebied was. Omdat er door Hindoes mythische krachten aan de steen werden toegekend was export naar het Middellandse-Zeegebied in de Romeinse tijd waarschijnlijk beperkt tot kleine bruinige exemplaren.

Pas met de Engelse overheersing bereikten grotere kleurloze exemplaren Europa, met als bekendste de Koh-i-Noor, gevat in de Engelse kroon en te zien in de Tower in Londen. Na de vondst van rijke wingebieden in Brazilië (1730) en met name Zuid-Afrika (1867) kon diamant een massa-artikel worden. In deze eeuw werden bovendien grote vondsten gedaan in Siberië, de Kalahari-woestijn in Botswana en langs de kust van Namibië, zodat voor een tekort niet te vrezen valt. Zonder de stabiliserende werking van het De Beers-kartel, dat sinds de oprichting door de Engelsman Rhodes in 1881 geleidelijk een grote meerderheid van de wingebieden heeft opgekocht, zou de prijs dan ook een flink stuk onder de huidige waarde liggen. Bovendien was er een goede marketing nodig om de ongekende hoeveelheden diamanten die vanaf het begin van deze eeuw de markt overspoelden af te zetten. Hollywood was het toverwoord: Elizabeth Taylor, Mae West, Marlene Dietrich, allemaal droegen ze diamanten, die gratis door Cartier of Tiffany beschikbaar werden gesteld.

Echte diamanten, dat was algemeen bekend, droegen bij aan het succes. Filmsterren droegen ze ook buiten de set. Zoals Maura Spiegel in haar bijdrage aan het boek schrijft: 'While Hollywood helped to promote diamonds, diamonds helped to promote Hollywood.' Alleen die van Marilyn Monroe in Gentlemen Prefer Blondes (met het liedje 'Diamonds are a girls best friend') waren ironisch genoeg namaak.

Valse of met kunstgrepen 'verbeterde' diamanten zijn de schrik van iedere juwelier. Synthetische diamanten zijn vaak te herkennen aan bijvoorbeeld een inwendige structuur in de kleur, kleine metaal-insluitsels of aan de fluorescentie die optreedt na bestraling met een UV-lampje. Moeilijker ligt het met natuurlijke diamanten die een kleurbehandelinghebben gehad door bestraling bij een reactor of in een deeltjesversneller.

Een schadelijke behandeling is het vullen van kleine lucht-insluitsels met glas. Daardoor lijkt de kwaliteit van de steen beter, maar bij een eventuele reparatie van een sieraad met zo'n diamant kan de verschillende uitzetting van glas en diamant bij verhitting voor grote problemen zorgen. Vandaar dat veel handelaars alleen met vaste leveranciers werken. De stenen worden gekwalificeerd volgens internationale norm op gewicht (1 karaat is 0.2 gram), kleur (in 23 gradaties, van de meest kleurloze variant, D, tot geel, Z), op helderheid (in 11 gradaties: van FL, flawless, loepzuiver, tot I3: included: met het blote oog zijn insluitsels (luchtbelletjes) te zien die de helderheid van de steen verminderen.

Tenslotte wordt ook de kwaliteit van het slijpsel beoordeeld. Zelfs daarna blijft de aankoop van diamant een kwestie van vertrouwen, want geen particulier heeft al het instrumentarium in huis om zelf te kunnen oordelen.

Het synthetisch maken van diamanten lukte pas in 1953 een team in het laboratorium van het Zweedse elektriciteitsbedrijf ASEA, bij een temperatuur van ongeveer 1400 graden en een druk van 55.000 atmosfeer. De methode leek op die van de Schotse chemicus Hannay, die al in 1880 een mengsel van olie, paraffine en lithium in 10 centimeter dikke ijzeren staven verhitte. De hoop was dat door ontleding van paraffine de druk hoog genoeg zou zijn voor vorming van diamant. Na tachtig (wegens explosiegevaar hoogst riskante) proeven werden er in drie gevallen kleine kristallen gevonden die later echter zijn gekarakteriseerd als van natuurlijke oorsprong. Soms zijn 'echte' diamanten vals, maar deze 'valse' waren 'echt'. Mogelijk was Hannays apparatuur vervuild, of hadden zijn assistenten genoeg van de gevaarlijke experimenten. De aankondiging van succesvolle synthese, in The Times van 20 februari 1880, was in elk geval ruim zeventig jaar voor tijd.

Wie van plan is ooit een diamant te kopen zou dit boek eigenlijk moeten hebben, want de verhalen rondom diamant zijn misschien wel mooier dan de steen zelf. Niet alle hoofdstukken zijn even vlot leesbaar maar het is een schat aan informatie, voorzien van een index en breed opgezet: van de geofysische processen waarbij diamant gevormd wordt tot de marketing voor een groot publiek. Er is zelfs een hoofdstuk over diamanten in de Engelse literatuur. Maar vooral de illustraties maken het boek een hebbeding voor iedere liefhebber die de tentoonstelling in Washington moet missen.

De gelijknamige tentoonstelling in het American Museum of Natural History in Washington, met pronkjuwelen uit onder andere St Petersburg, Moskou, Lissabon en New York, is nog tot 26 april te bezichtigen. Wie een indruk wil krijgen van de tentoonstelling kan de prachtig verzorgde home-page van het museum bekijken op internet: http: //www.amnh.orgBraziliaanse slaven in een diamantmijn