De kopiist is de techniek niet meester; Een sneeuw van slordige stipjes

De schilder die 'De tuin van de inrichting' van Vincent van Gogh kopieerde, was geen groot vakman, meent Van Gogh-kenner Benoit Landais. “Door verkeerde lezing van de brieven wordt De tuin van de inrichting in het Van Gogh Museum aan Van Gogh toegeschreven.”

Omstreeks 20 november 1889 gaf Vincent van Gogh in een brief aan zijn vriend Emile Bernard een gedetailleerde beschrijving van het uitzicht uit de psychiatrische inrichting waarin hij toen verbleef. Volgens Louis van Tilborgh is deze beschrijving beter van toepassing op het doek De tuin van de inrichting in het Van Gogh Museum dan op het gelijknamige schilderij in Essen. Van Tilborgh baseert zijn mening op twee citaten uit deze brief. Van Gogh heeft het over 'groen dat donker is gemaakt met grijs'. Dit gaat echter alleen op voor het schilderij in Essen en niet voor dat in het Van Gogh Museum. Het tweede citaat heeft betrekking op de 'zwarte figuurtjes'. Maar op het doek in het Van Goghmuseum zijn de figuurtjes helemaal niet zwart. Twee van de drie figuurtjes, die onbeholpen geschilderd zijn met een kastanjebruine contour, zijn doorzichtig. Je kunt de kleur van de achtergrond er doorheen zien. Het derde figuurtje is donkerbruin, en slordig opgezet.

De andere elementen uit de brief aan Bernard verwijzen eveneens naar het doek in Essen. In de brief is bijvoorbeeld sprake van contourlijnen. Dat wil zeggen dat een lijn pas in laatste instantie is aangebracht om de vorm duidelijk af te bakenen. Op het werk in het Van Gogh Museum zijn deze contourlijnen onzichtbaar geworden door de vele retouches.

Uit een brief van Van Gogh aan zijn broer Theo (4 januari 1890), is op te maken dat het doek in Essen omstreeks half november 1889 is geschilderd: ongeveer een week voor Van Gogh de brief aan Bernard schreef, waarin hij De tuin van de inrichting een belangrijk werk noemt. Over een kopie van dit belangrijke werk wordt in geen enkele brief gerept.

Van Tilborgh vindt dat de vier passages uit de brieven van Van Gogh waarin naar het schilderij wordt verwezen, niet afdoende bewijzen dat Van Gogh er géén kopie van heeft gemaakt. Van een dergelijke bewijsvoering is hij ook geen voorstander. Hij meent, dat de brieven 'nooit doorslaggevend kunnen zijn bij het toe- en afschrijven' van een werk van Van Gogh. Maar het is nu juist door een verkeerde lezing van diezelfde brieven, dat dit werk door Van Tilborgh weer aan Van Gogh wordt toegeschreven, nadat het al veel eerder door de experts als een vervalsing was ontmaskerd.

In de catalogus bij de Amsterdamse Van Gogh-expositie uit 1990 veronderstelde Van Tilborgh dat van Gogh de kopie geschilderd had 'voor zijn moeder en zijn zus'. Maar uit de lijsten waarop Vincent van Gogh nauwkeurig voor Moe en zus Wil bijhield welke plannen hij had, wat hij schilderde en wat hij verstuurde, blijkt niets van een dergelijke gift. De doeken die wel bestemd waren voor zijn moeder en Wil waren veel kleiner. Het is ook duidelijk dat Van Gogh voor zijn moeder, die totaal geen verstand had van kunst, geen immens schilderij zal hebben gemaakt waarop zijn gesticht staat afgebeeld, en dat angst uitdrukt.

Hoe kon Van Tilborgh - en met hem de kunsthistoricus Ronald Pickvance - dan toch denken dat er een tweede versie van het doek bestond, bestemd voor Moe en Wil? Uit een brief die Van Gogh op 4 januari 1890 schreef aan Wil, die zojuist in Parijs bij Theo was gearriveerd, maakten zij op dat Van Gogh nog een schilderij van de gestichtstuin had geschilderd, bestemd voor Wil. Ze beseften niet dat Van Gogh in zijn brief aan Wil slechts herhaalde wat hij ook aan zijn broer Theo had geschreven, namelijk dat hij Theo nog een paar schilderijen wilde sturen, enkele berglandschappen en een uitzicht op de gestichtstuin, maar dat die doeken nog moesten drogen.

Blikseminslag

Ook als we, zoals Van Tilborgh wil, naar het schilderij zelf kijken, is het eenvoudig om de tekortkomingen van de kopiist bloot te leggen. Zo is de kopiist er niet in geslaagd de vorm weer te geven van de stam van de grote boom met de afgezaagde top, die Van Gogh 'een trotse verslagene' noemt. Op het originele schilderij in Essen is de zaagrand duidelijk te zien. Ook heeft hij niet begrepen dat het geel aan de binnenzijde van de boom en op de stomp van de afbroken tak erop duidt dat die tak afbrak door een blikseminslag. Van de ingenieuze manier waarop de kleur van de boomstammen mee verandert met de kleur van de achtergrond is in de kopie vrijwel niets terug te vinden. Zo zijn er meer tekortkomingen. Soms zijn ze te verklaren uit de bekende 'angst voor de overgang', met name daar waar de lucht overgaat in het gebouw en de muur.

Waar de sparren op het schilderij van Van Gogh verwrongen van vorm zijn, toont de kopie gladde vormen die in niets lijken op de sparren van het origineel. De boom die zich achter het linker bankje bevindt, is vergeleken bij het authentieke doek in Essen wel heel onbeholpen geschilderd, om nog maar te zwijgen van die boom op de achtergrond, met de gevorkte takken, die los van de grond lijkt te staan. De manier waarop gele penseelstreekjes zijn aangebracht op de kant van de bomen waarop het zonlicht valt, is stijf. Als je goed kijkt hoe de kleuren in elkaar overgaan, dan valt op dat de kopiist de illusie probeert te scheppen dat de lucht na de bomen is geschilderd. Het kleurenpalet dat is gebruikt voor de twee bomen aan de rechterkant - geel en groen- en blauwtinten, wit, en kaki - is niet van Van Gogh. Het hele bovenste deel van het schilderij is bedekt met een soort sneeuw van grijze, blauwe, groene, gele, oker en zwarte stipjes, aangebracht zonder de minste zorg voor de kleurontwikkeling die gekoppeld is aan de perspectivische opbouw van het schilderij. De kopiist is de techniek van het laten 'verstrengelen van de partijen' niet meester.

Ook de teken-achtige aspecten van het schilderij laten te wensen over. Het gebouw op de achtergrond, dat perspectivisch zo subtiel geschilderd is dat een weinig getalenteerde kopiist het inderdaad onmogelijk kan imiteren, is slordig weergegeven en lijkt nu een deel van de muur. Het tweede gebouw, dat Van Gogh erg belangrijk moet hebben gevonden, gezien het feit dat hij het op veel van zijn schilderijen laat terugkeren, is totaal verdwenen.

Je hoeft maar de manier waarop de bankjes geschilderd zijn met elkaar te vergelijken om te zien wat een wereld van verschil er tussen beide schilders ligt. Of de bloembedden van uitgebloeide rozen met de onhandige verzameling penseelstreken van de kopiist. Van de subtiele kleuren die het schilderij van Van Gogh in Essen tot een bijzonder werk maken, is in de kopie niets overgebleven. En ook van de zorg die Van Gogh altijd besteedde aan de balans in de complementaire kleuren blijkt niets in de kopie. Waar je ook kijkt, overal ontdek je aanwijzingen waaruit blijkt dat het doek vals is. Het is dan ook een raadsel waarom het nu weer als echt wordt gekwalificeerd.

Om het verhaal compleet te maken moet ik natuurlijk de naam van de vervalser noemen. De eerste verdachte is de 'artiest-schilder' Paul Gachet, die het doek in 1954 aan de Vincent van Gogh Stichting schonk. Paul Gachet noemde de kleuren in het doek 'nog opmerkelijk fris' en hij was vereerd dat zijn naam voortaan aan de Stichting verbonden zou zijn.

Vanaf wanneer kon Gachet het origineel naschilderen? Vanaf het moment dat het op de markt kwam in 1906, maar waarschijnlijk maakte hij zijn kopie veel later, in de tijd dat de reproducties begonnen te rouleren. Dat verklaart ook de 'frisse' kleuren.

Van Tilborgh schrijft dat het doek uit het Van Gogh Museum deel uitmaakte van de collectie van dokter Gachet, die in 1909 overleed. Er is niets waar dat uit blijkt. We kennen alleen de verzameling schilderijen van Van Gogh, die de Gachets in 1904 bezaten, en die later almaar groter werd, zonder enig bewijs van aankoop.