D66 heeft zich ontpopt tot machtsbeluste middenpartij; Paarse bewindslieden pasten in de tijdgeest: ze waren voornamelijk met zichzelf bezig

D66 pretendeerde de uitvinder van Paars te zijn. Maar nu het paarse kabinet meer blundert dan zijn voorganger, krijgt de partij hiervoor onherroepelijk de rekening gepresenteerd. Hans Hillen over het fiasco van een 'gezellige' partij die geen flitsende gedachten zal nalaten, en zeker geen diepgaande, intellectuele opinies.

Eigenlijk was het gezellig, met zoveel D66'ers erbij. Het zijn over het algemeen prettige en vriendelijke mensen, met wie je over elk onderwerp wel fijn kunt praten. Ze hebben er meestal ergens wel wat over gelezen. En in ieder geval zijn ze niet bang om hun zegje te doen, Tja, als politiek zich kon beperken tot vrijblijvende uitwisseling van gedachten, is een D66'er constructief en nuttig gezelschap.

Het woord vrijblijvend valt niet voor niets. Als er iets heeft teleurgesteld dan is het wel dat de gloriejaren van D66 geen herinnering achterlaten aan flitsende gedachten, diepgaande opiniëring of welke intellectuele of spirituele toevoeging dan ook. En gloriejaren waren het. In getal was D66 nog nooit zo groot. Eenzesde van de Kamerstoelen werd bezet door het D66-gedachtengoed. Ook in het kabinet was men nooit zo sterk en zichtbaar vertegenwoordigd. Bovendien, toppunt van geluk voor een beetje D66-er, het CDA lag in de kreukels. Er waren er die serieus overwogen de jaartelling vanaf 1994 weer op 0 te zetten. Een nieuw tijdperk was begonnen.

Het bleek tenslotte toch allemaal een misverstand. Eigenlijk was de eerste vergissing de idee dat D66 de grondlegger van Paars is. Dat D66 de brug is waarover PvdA en VVD elkaar konden bereiken. Maar de ordinaire reden voor Paars was de verkiezingsuitslag van 1994. De zittende combinatie van PvdA en CDA had samen 32 zetels verloren, en was daarmee door de kiezers afgewezen. Omdat de PvdA, ondanks een verlies van twaalf zetels, net de grootste was geworden kreeg deze partij het voortouw. Met twee zetels anders verdeeld tussen PvdA en CDA had het CDA op de bok gezeten, en was de nu gevierde staatsman Kok met knopen en band langs de deuren gegaan als eeuwige verliezer.

Glorie en drama liggen in de politiek vlak bij elkaar, Een prolongatie van CDA/PvdA lag niet voor de hand. VVD en CDA hadden bij lange na geen meerderheid. Paars was eigenlijk de enige logische combinatie. Ook het CDA adviseerde de Koningin in die richting. En Paars kwam er nadat eerst Wallage en daarna Bolkestein de knop bij zichzelf hadden omgezet. Niet omdat D66 zo trok, maar omdat bij het CDA het evenwicht voorlopig ver te zoeken was. Misschien heeft Wim Kok zelf nog wel het langst geaarzeld. En uiteraard was D66 nodig voor de meerderheid. Dat ook.

Hoewel de coalitie het de volle periode heeft volgehouden is door PvdA en VVD niet zichtbaar gestreefd naar het daarom ook voortdurend voor vol aanzien van de kleinste coalitiepartner. Gekoesterde D66-ideetjes over staatshervorming verdwenen stuk voor stuk bij het oud papier. En de bewindslieden van D66 vielen dan wel niet, maar vooral omdat men ze liever zag bungelen. Toch was het vaak gênant te zien hoe de vrienden van Paars omgingen met bijvoorbeeld minister Sorgdrager, met staatssecretaris Tommel of met Van Mierlo zelf. De vice-premier moest zelfs baas Kok erbij halen om het (in dit geval VVD-)treiteren af te stoppen.

Tegelijk was het net zo gênant te zien hoe Kamerleden van D66 zich als pages van de eigen bewindslieden opstelden en al met verdedigingen kwamen voor er zelfs geschoten was. Het beeld van onafhankelijke denkers die dualistisch en democratie-vernieuwend het debat ingingen, is niet op het netvlies blijven kleven. Integendeel D66 bleek eigenlijk, in weerwil van alle pretenties, een gewoon middenpartijtje te zijn. Eén-tweetjes met eigen bewindspersonen werden regel. Kamerleden vonden het heerlijk serieus betrokken te worden in het monistisch vooroverleg tussen kabinet en coalitie. Zelfs van machtspolitieke benoemingen was D66 uiteindelijk verre van vies. Voor het vallen van de hamer straks heeft D66 er een aantal interessante posten bijgekregen hier en daar in het land.

Het meeste succes leek D66 nog te hebben in de vertolking van de libertijnse tijdgeest. Op ethisch terrein heeft de partij markante standpunten ingenomen en daarvoor ook veel maatschappelijke steun gemobiliseerd. Overigens vertoonden die standpunten tegelijk bovendien een opvallend cultuurrelativisme. Maar wie zich de levendige inzet herinnert van D66 voor een veel liberaler drugsbeleid, en die houding afzet tegen de standpunten die minister Sorgdrager uitdraagt, ziet toch tekenen van een spagaat. Ook de boodschap van deze minister over bijvoorbeeld het gezin lijkt eerder afkomstig uit het CDA-gedachtengoed dan gebaseerd op het vrije D66-idioom.

Waarschijnlijk ligt hieraan mede ten grondslag het gegeven dat zaken als over-individualisering en volledig subjectivisme inzake normen en waarden over hun hoogtepunt heen lijken. Kierkegaard zei al: “Wie met de tijdgeest huwt, wordt snel weduwnaar.” Daarom ook ziet men het paarse kabinet na het aanvankelijk uitroepen van het primaat van de politiek nu het corporatistische poldermodel omhelzen en de sociaal-economische orde waarvoor de christen-democraten kort geleden nog werden verketterd.

Het CDA komt geleidelijk met nieuwe, fundamentele voorzetten voor een samenleving waarbinnen men 'niet alleen' leeft. Als D66 opnieuw à la mode wil zijn kan het misschien een poosje met het CDA optrekken. Want nu de resultaten van de gestage ontkerstening van de samenleving zichtbaar worden en de welvaartsimpuls ook niet erg bevorderlijk bleek voor de sociale cohesie lijkt behoefte aan een nieuw, bezielend verband voor de samenleving.

Niet om de uiterlijkheden zal het gaan, maar om het innerlijk. Het Duitse blad Focus noemt het waardendebat het centrale debat voor de 21ste eeuw. Subjectivisme lijkt in elk opzicht tekort schieten om antwoorden te vinden op de vele grote vragen. Bijvoorbeeld op het probleem van geweld ten opzichte van elkaar en ook met betrekking tot vragen betreffende leidraden in een multiculturele samenleving. Maar bijvoorbeeld ook op vragen uit de bio-technologie, of het nu over klonen gaat, eugenetica of ziekte- en stervensprocessen.

De - terechte - zorg van D66 over het gebrek aan politieke participatie wordt niet beantwoord door de bevrijding van morele kaders, niet door reparatiewerk aan onze staatsmachinerie of door een andere politieke stijl (die D66 zelf trouwens dus niet heeft kunnen bieden). De wezenlijke voorwaarde voor politieke betrokkenheid zit in de inhoud, niet in het uiterlijk, zit in de cultuur, niet in de structuur. Zit in het herstel van een samenbindende visie - misschien nog beter: in de durf om een visioen neer te zetten van een samenleving die, ieder aansprekend op de eigen verantwoordelijkheid jegens elkaar en jegens het totaal, een verband kan scheppen waarbinnen iedereen echt tot ontplooiing kan komen. Het woord 'verband' in hier wezenlijk.

Intussen ziet Paars terug op gemengd succes. De economie zat mee. Dat trekt de VVD naar zich toe. Maar in de samenleving ging toch wel veel fout. Daar kwam geen antwoord op. Daarvoor vertoonden veel bewindslieden toch teveel een kenmerkend aspect van onze tijdgeest: ze waren voornamelijk met zichzelf bezig. Voorts lachten zij meer dan hun voorgangers, maar blunderden ook vaker. En ze trokken op één na nooit de consequenties uit hun politieke verantwoordelijkheid.

Paars verdient voor politieke stijl bij lange geen goed cijfer. En het falen van de pretenties van Paars krijgt D66 op het bordje. Paars en het 'alles-wordt-anders' waren toch de uitvinding van D66?

Ja, het is echt anders gelopen. En D66? Het blijven aardige mensen, met wie het prettig debatteren is.