Buiten proporties

HET IS TEGENWOORDIG onmogelijk naar het buitenland te bellen of een vliegtuig naar een ander land te nemen zonder te maken te krijgen met internationale afspraken. De ene overeenkomst is wat beter geslaagd dan de andere, maar hoofdzaak is dat verdragen het bindmiddel vormen van de internationale gemeenschap. Het belang daarvan blijkt dezer dagen nog weer eens in de Golf.

Het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties uit 1951 behoort inmiddels tot het erfgoed van deze gemeenschap. Dat is geen beletsel voor het VVD-Kamerlid Rijpstra om te dreigen het op te zeggen. Reden: Nederland krijgt in Europees verband meer dan zijn aandeel aan asielzoekers te verwerken. Het verwijt is niet nieuw. In november liet staatssecretaris Schmitz (Justitie) nog weten dat de overeenkomsten van Schengen en Dublin bepaald verbetering op het stuk van burden sharing kunnen velen.

Het Vluchtelingenverdrag opzeggen is echter volstrekt averechts. Het zou Nederland een internationale paria maken. Het verdrag is een reactie op de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende communistische machtsovername in Oost-Europa. Dat zou men niet moeten willen ontkennen.

Het Vluchtelingenverdrag bevat bovendien niet een harde verplichting tot opname van asielzoekers, maar slechts een verbod ze terug te sturen naar een land waar ze bloot staan aan vervolging. Opzeggen helpt in elk geval niet zolang Nederland niet ook uit het Europees Verdrag voor de rechten van de mens treedt. Dit verbiedt vreemdelingen terug te sturen naar een land waar zij een wrede of onmenselijke behandeling hebben te duchten. Dit verdrag is zo ongeveer het charter van de nieuwe Europese eenwording.

HET PROEFBALLONNETJE van Rijpstra is meer dan onbezonnen en buiten proporties. Het roept vragen op over de wijze waarop de VVD het debat over een belangrijk verkiezingsthema eigenlijk denkt aan te gaan. Straks zit Bolkestein weer op de voorste rij bij de officiële herdenking van vijftig jaar Universele verklaring van de rechten van de mens. Hij kan zich beter plaatsvervangend schamen.