Brute moord schrikt Hongaren op

BOEDAPEST, 13 FEBR. Hongarije overweegt om de toegangsregels voor buitenlanders te verscherpen naar aanleiding van de brute moord op de media-magnaat János Fenyo woensdagavond. Na spoedoverleg met minister Gábor Kuncze van Binnenlandse Zaken en de leiders van het politie- en justitie-apparaat, kwam premier Gyula Horn tot de conclusie dat de openbare veiligheid in zijn land ernstig wordt bedreigd.

Fenyo werd in Boedapest tijdens de avondspits doodgeschoten in zijn luxe limousine. Hij had geen enkele kans toen hij door een voorbijrijder met een machinegeweer onder vuur werd genomen. De dader ontsnapte. Een zwangere vrouw die naast Fenyo in haar auto voor een rood licht stond te wachten raakte licht gewond.

De Hongaarse autoriteiten schrijven de moord toe aan de georganiseerde misdaad. In een ongekend scherpe reactie zei premier Gyula Horn dat onmiddellijk moet worden uitgezocht waarom de autoriteiten de strijd tegen de georganiseerde misdaad dreigen te verliezen. Hij wil van de politieleiding weten waarom eerdere plannen om de groeiende misdaad aan te pakken geen enkel effect lijken te sorteren en minister Kuncze moet uitzoeken wat de mogelijkheden zijn om de inreisbepalingen te verscherpen in Hongarije.

Horn zei dat tachtig procent van alle overvallen en moorden in zijn land voor rekening komt van buitenlanders. Het gaat daarbij vooral om Roemenen, Oekraïeners, Russen en Serviërs die nu nog zonder visum Hongarije kunnen binnenreizen. Volgende week wil de Hongaarse premier een beslissing nemen over een mogelijke visumplicht voor burgers uit deze landen.

De moord op Fenyo is voor de regering de druppel die de emmer doet overlopen. Al zeker twee jaar lang doet de Hongaarse politie verwoede pogingen om een einde te maken aan gewelddadige bende-oorlogen, afpersingen, bomaanslagen en bankovervallen.

Sinds begin dit jaar leeft Boedapest in de ban van een seriemoordenaar die het gemunt heeft op kleine winkeliers. Twee keer werden winkelbedienden in koelen bloede doodgeschoten op een moment dat zij alleen in de winkel waren; een derde slachtoffer werd ernstig gewond. Ondanks een ingrijpende reorganisatie van het politieapparaat lijken de Hongaarse autoriteiten geen enkele greep te kunnen krijgen op de misdaad. “Politie en justitie kunnen de groei van de misdaad gewoon niet bijhouden”, aldus Horn. “Wapens, drugs en illegale personen stromen het land binnen.”

Met de parlementsverkiezingen van 10 mei voor de deur lijkt de kwestie van de criminaliteit in Hongarije een zeker verkiezingsthema te zullen worden. Horn (leider van de socialisten) heeft de zwartepiet nu voorlopig neergelegd bij minister Kuncze, één van de leiders van de Vrije Democraten, de kleinere coalitiepartner van de socialisten. Zelf werpt Horn zich met zijn ongekend klare taal inmiddels op als de verdediger van de openbare orde.

Ook de Hongaarse oppositie heeft het thema dankbaar opgepikt. Volgens Tamás Deutsch (van de oppositionele liberale Jonge Democraten) is de wildgroei van de misdaad in Hongarije het bewijs dat de regering de situatie niet aan kan en dus plaats moet maken voor een nieuwe regering. De rechtse Partij van Kleine Boeren gaat nog verder en beweert dat de politie uitstekend op de hoogte is van het doen en laten van de georganiseerde misdaad, maar niets wil ondernemen omdat de politie zelf bij de misdaad betrokken zou zijn.