Bittere kou bedreigt overlevenden van aardbeving in Afghanistan

NEW DELHI, 13 FEBR. Zware sneeuwstormen, mist, bittere kou, een gebrek aan voedsel en beschutting bedreigen ongeveer 30.000 mensen in het noorden van Afghanistan dat vorige week werd getroffen door een aardbeving.

Volgens het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) worden transporten met voedsel en dekens vanuit de Pakistaanse hoofdstad Islamabad ernstig bemoeilijkt door het slechte weer. Volgens berichten van hulporganisaties zijn bij de aardbeving in de noordelijke provincie Takhar ten minste 4.500 mensen om het leven gekomen. Verwacht wordt dat het dodental fors zal oplopen omdat enkele duizenden mensen nog worden vermist. Bij de aardbeving, die een kracht had van 6.1 op de schaal van Richter, werden 28 dorpen vernietigd.

Hoewel een aantal transporten het getroffen gebied gisteren bereikte, zijn nog steeds duizenden daklozen in het ontoegankelijke gebied afgesneden van de rest van de wereld. Behalve met het slechte weer hebben de hulporganisaties ook nog te kampen met de gevolgen van de burgeroorlog die het land al twintig jaar in zijn greep houdt. Veel wegen en vliegveldjes zijn zwaar beschadigd door gevechten in de regio.

“Het is niet alleen een ramp, we hebben ook te maken met een logistieke nachtmerrie”, zei een Australische hulpverlener van het Rode Kruis gisteren tegenover het Amerikaanse persbureau Associated Press. “Er is veel hulp onderweg vanuit verschillende plaatsen, maar we kunnen het niet bij de getroffen bewoners krijgen.”

Gisteren kwam een eerste konvooi van de WFP met twintig ton voedsel aan in de stad Rustaq, niet ver van het epicentrum van de aardbeving. De drie vrachtwagens hadden voor een afstand van iets meer dan tweehonderd kilometer ruim vier dagen moeten rijden over nagenoeg onbegaanbare wegen, geteisterd door ondergesneeuwde passen en aardverschuivingen. Tegelijkertijd kwam een vliegtuigje met voedsel, dekens en tenten van het Rode Kruis binnen. Door het slechte weer was het de eerste vlucht naar het rampgebied sinds drie dagen. De Britse hulporganisatie Merlin probeert vanuit Afghanistans buurland Tadjikistan een konvooi te sturen met medische hulp voor twintigduizend slachtoffers. De Verenigde Naties proberen zakken met voedsel met ezels naar Rustaq te vervoeren. Als het weer het toelaat zullen ook voedseldroppings vanuit vliegtuigen volgen.

Slachtoffers van de aardbeving proberen onder plastic zakken en gehuld in zoveel mogelijk kleden bescherming te krijgen tegen de kou. “Onze huizen zijn ingestort”, zei Mohammed Karim, een bewoner van een van de getroffen dorpen. Iedereen leeft in de sneeuw. Wat kunnen we doen? De mensen sterven en niemand komt ons helpen.” Als er niet snel bescherming voor de bevolking in Noord-Afghanistan komt zullen mensen doodgaan van de kou, aldus een medewerkster van het Rode Kruis.

De getroffen regio ligt in een gebied dat wordt gecontroleerd door een militaire alliantie die vecht tegen het leger van de extreem-islamitische Talibaan. De Talibaan hebben ongeveer 85 procent van het grondgebied van Afghanistan in handen.

Hoewel de Talibaan de hulptransporten naar het noorden niet tegenhouden zeggen hulporganisaties dat het Talibaan-regime geen medewerking verleent aan de reddingsoperaties voor de slachtoffers van de aardbeving.