'Anarchie Albanië vorig jaar te wijten aan partij Berisha'

TIRANA, 13 FEBR. De maandenlange anarchie van vorig jaar in Albanië is te wijten aan de toen regerende Democratische Partij, de economische crisis en het ontbreken van een grondwet. Dat is de conclusie van een commissie van het Albanese parlement die de oorzaken van de chaos van vorig jaar heeft onderzocht.

De commissie heeft de afgelopen weken onder andere documenten bestudeerd in de archieven van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie en in dat van de geheime dienst, de ShIK.

De anarchie brak begin vorig jaar los na het instorten van een aantal dubieuze investeringsfondsen. In het zuiden van Albanië brak een complete rebellie uit, waarbij revolutionaire comité's de macht grepen in een aantal steden en legeropslagplaatsen werden geplunderd en honderdduizenden wapens in handen van opstandige burgers vielen. Het leger desintegreerde, het centrale gezag verdween als sneeuw voor de zon en de gevangenissen stroomden leeg. Onder de toen vrijgekomen gevangenen was de huidige premier, Fatos Nano. Later breidde de rebellie zich uit naar het noorden. In totaal zijn ongeveer tweeduizend mensen omgekomen bij gewelddadige incidenten, variërend van roofovervallen en bloedwraakacties tot ongelukken met buitgemaakte wapens.

Later vorig jaar werd de orde min of meer hersteld, mede dankzij de komst van een zevenduizend man tellend, door Italianen geleid internationaal vredesleger en uitgebreide voedselhulp. Parlementsverkiezingen resulteerden in een zware nederlaag voor de regerende Democratische Partij van president Sali Berisha. Hij moest aftreden. Zijn bewind maakte plaats voor een regering van de oppositionele socialistische partij van de huidige premier Fatos Nano.

De Democratische Partij heeft het onderzoek van de parlementscommissie naar de oorzaken en achtergronden van de crisis geboycot, net zoals ze de afgelopen maanden het werk van het parlement heeft geboycot. “De leden van deze commissie zouden voor lange tijd achter de tralies zitten als Albanië als een normaal land zou worden geregeerd”, zo oordeelde gisteren het blad van de Democratische Partij, Rilindja Demokratikë.

De crisis is volgens het rapport van de parlementscommissie terug te voeren tot de duidelijk gemanipuleerde parlementsverkiezingen van mei 1996 (die werden gewonnen door de Democratische Partij). Volgens het rapport hebben sommige parlementariërs van de regeringspartij zich schuldig gemaakt aan criminele acties. Berisha zelf bleef in gebreke door niets te doen aan de 'piramidefondsen', hoewel hij wist dat die op een dag ineen zouden storten. Hij ging bovendien zijn boekje te buiten door het leger in te zetten bij het handhaven van de orde.

De geheime dienst ShIK, aldus het rapport van de parlementscommissie, schond eveneens de regels door “het schaduwen en bespioneren van oppositieleiders”. Het ontbreken van een grondwet ten slotte verergerde de problemen, omdat in de huidige situatie de president en het parlement teveel macht hebben. “De huidige constitutionele structuur van de staat vertoont ernstige gebreken”, aldus de commissie. (Reuters)