Tweede Fase

In hun verdediging van de invoering van de tweede fase in het voortgezet onderwijs (NRC Handelsblad, 3 februari) getuigen de heren Heertje en Kanning van een idealisme à la zestiger jaren waarvan ik als leraar in dat middelbaar onderwijs, lichtelijk onpasselijk word.

Zij baseren hun meningen duidelijk nog steeds op de gedachte dat de maatschappij en daarmee de mens maakbaar is en dat je alleen maar een ander systeem hoeft te creëren of Hoepla! de leerling wordt 'kwalitatief hoogbegaafd'. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat gaven geërfd worden en dat je die met voldoende inzet verder kunt ontwikkelen. Fout van mij: ook de middelmatige, zelfs iewat dommige leerling wordt door een systeemwijziging plotsklaps hoogbegaafd. Trouwens, ik merk nu ook dat ik het altijd mis heb gehad waar het mijn leerlingen betreft: ze zijn niet dom, dwaas, matig intelligent, gewoon intelligent of super-intelligent: ze zijn gewoon allemaal gelijk, hebben dezelfde gaven en halen ook allemaal met dezelfde hoge cijfers hetzelfde schooldiploma. Het grote gelijkheidsdenken uit de tijd van de verlichting is overduidelijk nog prominent aanwezig in de geesten van de beide heren.

Als laatste: de opmerking dat leerlingen zelf graag aan het werk willen krijgt wel een erg ironisch tintje als ik genoemd ingezonden stuk naast het artikel leg 'Bijbaan wint het van school', in dezelfde krant. Mijn ervaring is dat het ideale type leerling waar u het over heeft hoogstens vijf procent van het totale leerlingenbestand vertegenwoordigt.