Tentoonstelling over Dracula-studio's in Londen; Een bonte stoet zombies en vampiers

Tentoonstelling 'Hammer Horror' in Museum of the Moving Image, BFI, South Bank, Londen. Metro: Waterloo. Open: dagelijks 10-18u. T/m 19 mei. Inl 00441718151331

Om de twee minuten weerklinkt een reeks ijselijke gillen in de tentoonstellingsruimte van het Museum of the Moving Image in Londen. Het gekrijs is afkomstig uit een fragment van een Dracula-film van de Hammer studio's. Vampiers waren de huis-specialiteit van dit Britse filmbedrijf, dat in de jaren '50 en '60 veel succes had. Christopher Lee mocht steeds weer zijn zwarte mantel aantrekken voor een reprise van zijn Dracula-rol. De lijst met Hammer-producties telt maar liefst negen titels waarin de naam Dracula voorkomt.

Een bonte collectie kostuums, decorstukken en andere voorwerpen uit Hammer-films is nu in het Museum of the Moving Image uitgestald. Het sierlijke kristallen glas, de dolk en de sieraden uit Taste the Blood of Dracula staan in een vitrine, samen met foto's van de scènes waarin ze te zien waren. Dat geldt eveneens voor de maskers uit Plague Of the Zombies en de enorme klompachtige schoenen die in The Evil of Frankenstein door het monster werden gedragen. Verder zijn er onheilspellende posters, originele decorontwerpen en scripts (volgekrabbeld met aantekeningen en telefoonnummers) te zien.

De begeleidende teksten bij de rekwisieten maken veel duidelijk over de efficiency van de Hammer-producenten. Zo werd de maquette van het kasteel van Dracula ook herhaaldelijk gebruikt in films die niets met de bloeddorstige graaf te maken hadden. Eenmaal afgedankt, belandde het miniatuurkasteel in Amerika, waar het weer gebruikt werd in tv-films.

De Hammer-studio's werden kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door Will Hinds (die als revue-artiest onder de naam 'Hammer' werkte) en zijn compagnon Enrique Carreras. Het tweetal realiseerde zich dat sensatie het goed doet op het witte doek en begon griezelfilms te produceren. De belangrijkste huis-acteur (behalve Christopher Lee) werd de gedistingeerd ogende Peter Cushing. Getuige een kast vol huisvlijt (deels ontstaan op de set) was Cushing ook een verdienstelijk tekenaar.

Aan het einde van de jaren zestig begon het Hammer-succes - behalve horror ook B-films - te tanen. De producenten probeerden het verloren terrein terug te winnen door een flinke scheut erotiek aan de films toe te voegen. De griezel-scènes in bijvoorbeeld The Vampire Lovers werden afgewisseld met een paar staaltjes lesbische liefde. Het mocht niet baten. Van de studio die een kwart eeuw lang met duizelingwekkende vaart films had afgeleverd, werd in de jaren tachtig niets meer vernomen. Wel zijn er de laatste tijd hardnekkige geruchten dat Hammer uit zijn graf zal herrijzen dankzij nieuwe investeerders.

Dat de tentoonstelling geschikt geacht wordt voor kinderen vanaf zes jaar is niet zo vreemd. Een fragment van een klungelig rondfladderend prehistorisch reptiel met een (schaars geklede) vrouw in zijn klauwen zal op de generatie die met Jurassic Park is opgegroeid weinig indruk maken.