'Stappen' draait om 'de verleiding'

Hollanders & Co. Vanaf morgen, Radio 4, 16.00-17.07u.

De VPRO-filmers Frans Bromet en Peter van Ingen bogen zich de afgelopen weken in hun serie 'Wat is nou...' over het verschijnsel 'stappen'. Het zoveelste aardige idee in deze serie: het onderwerp ligt voor de hand, maar je moet er maar opkomen.

De onderliggende vraag van dit tweeluik was: is er op dit gebied veel veranderd, of lijkt dat maar zo? Zoals bij de meeste verschijnselen die je van zoveel mogelijk kanten bekijkt - en dat is de kracht van dit programma - bleek er geen eenduidig antwoord te bestaan.

In de eerste aflevering tendeerden de uitspraken van de (ervarings)deskundigen naar een sterk veranderd uitgaanspatroon. Hans Verbraeck, een cultureel antropoloog die het verschijnsel in Amsterdam had onderzocht, omschreef wat hij vroeger zelf onder stappen had verstaan: “Een klassieke kroegentocht met hier en daar een dansje”. Van een tocht kan nu nauwelijks meer sprake zijn, constateerde hij, want de entreeprijs - vijf tientjes voor een houseparty - ligt daarvoor te hoog.

Eén verandering, waar iedereen het over eens was, sprong duidelijk in het oog. Vroeger werd er hoofdzakelijk alcohol gedronken, de laatste decennia zijn daar allerlei drugs bijgekomen. Is dat een gelukkige ontwikkeling? Daar werd heel verschillend over gedacht. De neurobiochemicus Ed Pennings raadde het gebruik van het populaire xtc sterk af: “Het brengt schade toe aan het brein. Het leidt tot het verval van zenuwuiteinden in de hersenen. We weten nog niet wat dit op lange termijn betekent.”

Maar xtc hebben velen nodig om overeind te blijven op zo'n lange dansavond. Bovendien maakt xtc de stapper socialer. De sfeer op houseparty's werd als gemoedelijk omschreven: weinig geweld, geen hanig versiergedrag. “Versieren gebeurt wel”, zei journaliste Sandra Küpfer, “maar minder opdringerig dan vroeger.”

Alcohol veroorzaakt agressief hanengedrag, vonden de meesten. Meer xtc zou het uitgaansleven vrolijker en minder gewelddadig maken. Als die sombere Pennings geen roet in het eten had gegooid, zou ik onmiddellijk bij de plaatselijke xtc-boer mijn bestelling hebben geplaatst. Misschien wordt zelfs het kijken naar het miserabelste Veronica-programma een euforische ervaring.

Waarom al die drank en drugs? “Het gaat bij het uitgaan toch vooral om de verleiding”, zei popdeskundige Mir Wermuth. “Het gevoel van: en nu durf ik.”

De angst om afgewezen te worden, reageerde Bromet. Inderdaad. Mijn conclusie: de uitgaansgebruiken zijn veranderd, de motieven kennelijk niet.

Naarmate het tweeluik vorderde, kwamen er steeds meer barsten in het beeld van gemoedelijke dansfestijnen waar vreedzaamheid een vanzelfsprekendheid is. Generalisaties bleken moeilijk vol te houden, want het ene dansfeest is niet het andere en elke disco trekt zijn eigen publiek.

In de tweede aflevering klaagden portiers over machogedrag van jongens die meisjes lastigvielen. Detectiepoorten moeten bezoekers op wapens controleren. Toen zo'n poort eens faalde, had dat meteen tot een dodelijke schietpartij geleid.

Kogelvesten voor de portiers en verborgen camera's op de wc's: het danslokaal bleek soms een grimmig bastion waar je verblijf niet zonder risico's was. Ik kende dat beeld al uit interviews die Patty Brard een poosje geleden met discoportiers maakte. Die mannen vonden hun beroep levensgevaarlijk en hielden er dan ook rekening mee dat elke avond hun laatste kon zijn.

Toch is de grote vraag of al dit geweld op straat en in het uitgaansleven nu wel zo typerend is voor deze tijd. “Het is van alle tijden”, zei Wermuth.

Ze kreeg afgelopen zaterdag in de Volkskrant van onverdachte zijde steun. Historicus Herman Pleij beschreef hoe al in de Middeleeuwen 'bendes ongehuwde jongelingen' burgers in het openbaar te grazen namen. “Daarnaast eisten ze van voorbijgangers drank, eetwaren, geschenken en gewoon geld, ranselden ze her en der anderen en elkaar af, en ontstaken ze grote vuren.” Conclusie van Pleij: “Hoe anders het er ook lijkt uit te zien, we zitten op de goede weg. De kans doodgeslagen te worden was in de Middeleeuwen ongeveer honderdmaal groter dan nu...”