Premierbonus slijt in zicht stembus

Oppositie-politici, maar ook rivalen binnen de coalitie zelf, zien in een reeks incidenten dat de vermeende schokbestendigheid van PvdA-premier Wim Kok aan slijtage onderhevig is.

DEN HAAG, 12 FEBR. Eerst was er de onverhoedse afwijzing door Wim Kok van de wens van zijn partij om de hypotheekrente-aftrek te beperken. Toen kwam zijn uitval naar het “kinderachtig gedrag” der procureurs-generaal. Daarna volgde de worsteling van Kok en Melkert met de tegenvallende loonstrookjes die de PvdA vele boze telefoontjes en brieven bezorgde. En gisteren was er de regiefout van de premier en de twee bewindslieden op Defensie bij het tegemoettreden van de Amerikanen die willen opstomen naar Bagdad.

Zijn het incidenten en daarmee louter toevalligheden? Of komen er verkiezingen aan die een onverwacht negatief effect hebben op een tot nog toe shockproof geacht politicus? Eén ding staat vast: voor de oppositie alsmede Koks tegenstander van 6 mei, Frits Bolkestein, is het de laatste weken groot feest.

Met een mengeling van verbazing en leedvermaak slaan zij de verrichtingen van de premier gade. Voor GroenLinks en de SP, die ten dele in dezelfde kiezers-vijver vissen als de PvdA, vergroot het uitblijven van duidelijke 'koopkrachtreparatie' hun kansen op zetelwinst op 6 mei. Het CDA ontdekt nu dat Lubbers in 1994 niet de enige premier/partijleider was die met verkiezingen in zicht ongewone bewegingen maakt. En VVD-leider Bolkestein? Die hoeft alleen maar een nieuwe gelegenheid af te wachten om de premier uit zijn tent te lokken, zoals hij maandagavond succesvol deed.

Volgens diverse oppositie-woordvoerders zit er wel degelijk samenhang achter sommige van de genoemde incidenten. In hun ogen worden de electorale beperkingen van de positie van Wim Kok als premier zichtbaar en is de 'premiersbonus' minder vanzelfsprekend dan iedereen dacht. Met deze laatste term wordt gedoeld op de grote populariteit die een premier onder kiezers geniet. Lubbers haalde er in zijn betere dagen een monster-zege mee, toen het CDA in 1986 met 54 zetels de grootste overwinning uit zijn geschiedenis boekte.

“Lubbers kon dat destijds vooral doen omdat hij niet zo'n sterke politieke tegenstander in de Tweede Kamer had als Kok nu”, zegt A. Bijleveld, nummer twee op de kandidatenlijst van het CDA. “In de VVD waren rellen uitgebroken, bij de PvdA was Den Uyl aan zijn laatste lijsttrekkerschap bezig. Lubbers kon de staatsman blijven op wie veel mensen willen stemmen. Hij hoefde die rol nauwelijks in te wisselen voor die van partijpoliticus”, zo herinnert Bijleveld zich.

“Kok zal echter de komende tijd steeds meer afstand moeten nemen van die rol van staatsman”, zegt ze. “Hij moet zijn achterban laten zien wat de PvdA aan sociaal beleid te bieden heeft. Daarom is die kwestie van de tegenvallende loonstrookjes zo risicovol voor hem. In zijn rol als partijleider moet hij afstand gaan nemen van het liberale beleid dat hij als premier heeft gevoerd. Dat gaat steeds meer een spagaat opleveren tussen beide rollen.”

Ook GroenLinks-leider Rosenmöller vindt dat Kok in de kwestie-Irak heeft laten zien dat het in de huidige politieke constellatie uiterst moeilijk laveren is tussen het premierschap en het partijleiderschap. “Ik denk bijvoorbeeld dat Kok zich aan het begin van deze week te veel heeft laten meeslepen door de verkiezingsretoriek van Bolkestein en vervolgens als premier uit balans is geraakt.”

Rosenmöller doelt daarmee op Koks verwijt, begin deze week, aan het adres van Bolkestein dat die met zijn scepsis over een diplomatieke oplossing van het conflict met Irak, “een binnendoortje neemt naar een militair conflict” en “zichzelf daarbij voorbij loopt”. Inmiddels is de vraag wie zichzelf voorbij liep: Kok of Bolkestein. Gisteren werd namelijk in een spoeddebat over de kwestie-Irak duidelijk dat Kok in een telefonisch gespek met president Clinton wel over de inzet van militaire middelen had gesproken, al ontkende de premier pertinent dat er onderhandeld was. Rosenmöller: “Kok zette zich als PvdA-politicus af tegen de VVD-politicus Bolkestein en kwam als premier in de problemen toen uit de uitlatingen van staatssecretaris Gmelich Meijling in Washington bleek dat er wel degelijk was gesproken over een mogelijk aanbod aan de Amerikanen van militaire middelen.”

Tot nog toe was er alleen gemopper over Kok als die zich als partijpoliticus had laten kennen. Dat gebeurde in de VVD als hij weer eens teveel de kant van partijgenoot Melkert had gekozen in diens strijd met VVD-minister Zalm, of bij de christen-democraten toen Kok PvdA-kandidaat Stekelenburg pushte voor de burgemeesters-vacature in CDA-stad Tilburg. Ook zwabberde hij wel eens door bij de laatste algemene beschouwingen september vorig jaar te zeggen dat het doorbreken van de geluidsgrenzen van Schiphol niet gedoogd zou worden, om daarmee vervolgens - tijdelijk - wel akkoord te gaan.

Volgens Rosenmöller is er echter inmiddels meer aan de hand en dreigt de betrouwbaarheid van Kok ter discussie komen te staan, een eigenschap die juist het belangrijkste politieke kapitaal van de PvdA-voorman moet vormen. Dat geldt niet alleen voor de kwestie-Irak, maar ook voor de slepende kwestie van de loonstrookjes.

“Als Kok vorig jaar september zo duidelijk koopkrachtverbetering voor alle inkomens in 1998 belooft en vervolgens blijven duidelijke compensatie-maatregelen uit, dan is er een probleem”, zegt Rosenmöller. “Melkert heeft er eerst een rotzooitje van gemaakt toen het probleem ontstond en Melkert maakt er nu weer een rotzooitje van bij de oplossing ervan.”

Op zulke momenten blijkt de zwakte van Kok als premier, aldus Rosenmöller. “Hij durft geen knopen door te hakken en laat veel aan Melkert over. Maar die komt er deze keer niet goed uit. Dan komt vanzelf de reputatie van de premier als leider van het kabinet aan de orde.”