Nachttrein naar Vilnius

Afstand is een kwestie van verschil. Een stad als Vilnius, de hoofdstad van Litouwen, lijkt tot aan Warschau niet ver weg. De zoemende

IC- en EC-treinen, met airconditioning en kleurrijke folders, reiken de laatste tijd tot in de Poolse hoofdstad. Zo blijft de omgeving van de treinreiziger vrijwel identiek en wordt hem het gevoel ontnomen dat hij vorderingen maakt.

Pas wanneer de rails zich naar het noorden buigen, in de nachttrein

van Warschau naar Vilnius, begint Litouwen zich van Nederland te verwijderen. Elke wagon heeft hier zijn eigen conductrice, een narrige vrouw die lakens verhuurt en thee schenkt uit een samovar. De wielen produceren de hamerslagen die zoveel slijtage veroorzaken en daarom in Nederland zijn verdwenen. Je mag nu het horloge een uur vooruit zetten.

In Warschau stapte een jonge Litouwer het compartiment binnen. Hij lachte hartelijk en stelde zich voor als Remis. Hij werkte in een fabriekje dat verwarmingselementen produceert. Voor zijn bedrijf had hij

een congres in Wenen bezocht, zijn eerste uitstapje naar het Westen. Zijn collega's zaten in een compartiment verderop.

Remis was 23. Hij had een rond, wat pafferig hoofd. In zijn vrije tijd studeerde hij economie aan de universiteit van Vilnius. “Als je in het nieuwe Litouwen geld wil verdienen, dan moet je manager of jurist worden”, vertelde hij.

Toen de trein zich in beweging zette, zei de jonge Balt: “Deze fles moet op voor we bij de grens met Wit-Rusland arriveren.” Hij haalde een

fles goedkope whisky uit zijn tas. “Ik heb te veel alcohol gekocht.”

“Pardon”, zei ik, “hoe bedoel je Wit-Rusland? Dit is toch de trein naar Vilnius?”

Remis begon te giechelen. “Jawel. Maar deze trein rijdt vijfenzeventig kilometer door een hoek van Wit-Rusland. Een overblijfsel uit de Sovjet-tijd, toen we nog kameraden waren. Je zult een doorreisvisum moeten kopen. Ik hoop voor je dat dat geen problemen oplevert. Vrienden van mij zijn er al eens op een stripsearch getrakteerd. Het is te hopen dat de grenswachten niet net zo dronken zijn als wij straks.”

De trein slingerde rammelend door de buitenwijken van Warschau. Ik staarde bezorgd naar de duisternis achter het raam. Hier hadden de Nederlandse Spoorwegen mij niets over verteld.

Remis schonk een theeglas vol met whisky. “Hier, drink”, zei hij, nadat hij zelf een flinke slok had genomen. “Wat maakt het uit?” Inderdaad, wat maakte het nog uit. Ik nam het glas over en liet de drank

naar binnen glijden. “We drinken uit hetzelfde glas!” riep Remis. “Op

Litouwen!''

Drie uur later was de fles bijna leeg. Remis begon scheel te kijken. Ik was Wit-Rusland bijna vergeten, het begon me steeds minder uit te maken.

Toen bereikten we het Poolse grensplaatsje Kuznica. Onder een lamp boven

de ingang van het station hing een rood bord met witgeschilderde letters. “Leve de vriendschap met ons buurland!” las Remis voor. “Een

restant uit ons roemrijke Sovjet-verleden.''

Omdat de rails in Rusland verder uit elkaar liggen dan in Europa, kreeg de trein een nieuw onderstel. Terwijl we het laatste restje whisky opdronken, werd onze wagon opgetild. Onder ons verreden Poolse arbeiders

de wielen in het licht van schijnwerpers. Even later rolden we Wit-Rusland binnen.

Plotseling stapte de Wit-Russische douanier binnen. Hij vroeg om onze paspoorten en onderzocht ze nauwkeurig. “In Grodno mee naar het station, doorreisvisum kopen voor 45 dollar”, bromde hij in slecht Engels.

Een half uur later arriveerden we in Grodno. In het waterige ochtendlicht strompelden drie dronkelappen over de rails. Vertwijfeld stapte ik uit. De douanier stond ongeduldig te gebaren bij het stationsgebouw. Opeens stond Remis achter me. “Ik ga met je mee”, fluisterde hij. We liepen door smalle gangen, trappetjes op, trappetjes af en bereikten toen een kantoortje met bloemetjesbehang en de Wit-Russische vlag aan de muur. De buit van de nacht bleek te bestaan uit een Canadese backpacker met slaapogen, een verontwaardigd Amerikaans

echtpaar en een Hollander die geen ruzie wilde, 180 dollar in totaal. Ontwikkelingshulp, grapten we tegen elkaar. Remis' hulp bleek niet nodig. Het geld werd zonder een spoor van hebzucht aangenomen en eigenlijk was dat de grootste tegenvaller.