Mennes biedt plaats aan iedere ontsporing

Voorstelling: WYSIWYG van Paul Mennes door Victoria. Regie: Peter van den Eede. Decor: Jan Goedemé. Spel: Eugène Bervoets, Sien Eggers, Lies Pauwels, Stefan Perceval. Gezien: 11/2, Brakke Grond, Amsterdam. Tournee t/m 4/4. Inl. 0032 9 2690969.

Zelfs het sprookje van Roodkapje schijnen we te kunnen herkennen in

WYSIWYG, zo lustig heeft de Vlaamse schrijver Paul Mennes er op los gesampled in zijn eerste toneelstuk. Aan David Bowie tot en met Corrie Konings ontleent hij citaten: het everything goes dat ook al ten grondslag lag aan Tom Lanoye's Shakespeare-bewerkingen doet opgeld in het Vlaamse. Alles ter schildering van de kwadratale post-samenleving waarin we met zijn allen terecht zijn gekomen.

Paul Mennes, het nieuwe literaire idool van de MTV-generatie in België, past zijn zap-stijl overigens toe op een traditionele inhoud: sommige zaken zijn kennelijk onvermijdelijk van alle tijden. Al laat hij in het midden welke relatie zijn vier personages (twee mannen, twee vrouwen) precies met elkaar hebben, met gemak kan men er een Strindberg-gezin in herkennen, zij het in gemuteerde vorm. Het is Vlaamse white trash die hij zonder speciale biografische uitweidingen of

aanwijzingen omtrent plaats en tijd ten tonele voert.

Niet coherentie is daarbij zijn zorg geweest maar juist willekeur: voor iedere actualiteit, ontsporing of mode-verschijnsel is er plaats in dit soort toneel. Zo verkeert de oudere Muriël in wie we de moeder kunnen zien, nog met haar hoofd in de jaren zestig, is Raf (de vader) een tirannieke incestpleger en Gabriëlla (de dochter) zijn slachtoffer dat ook nog eens ontvoerd geweest is waardoor ze tot haar verdriet een paar afleveringen van The Bold & the Beautiful heeft moeten

missen. Zoon Michael ten slotte is een onzekere puber die overal wolven ziet en ongetwijfeld nog eens in een echte psychose terechtkomt.

Van een groot dragend conflict is geen sprake, de theoretische vraag hoe

je iemand de buik open zou kunnen rijten is goed genoeg als aanleiding voor een verbaal en fysiek handgemeen. Bij al die opkomende en wegebbende confrontaties speelt de dominantie van Raf (Eugène Bervoets) een cruciale rol: de dreiging die van hem uitgaat en de angst van de anderen is de kurk waar WYSIWYG op drijft en het zijn ook deze elementen in het stuk die doen denken aan Michael Hanekes omstreden film

Funny Games. Het verbaast dan ook niet, dat geweld - op een wat obligaat-modieuze manier bijna - een thema is in de voorstelling.

Thematiek, onvermijdelijk een kwestie van interpretatie, mogen we er misschien wel niet ontwaren, gezien de titel - een afkorting van het aan

computerjargon ontleende what you see is what you get. Dit is het, meer niet. Maar ook als ik aan dat gebod gehoorzaam en ondanks het wat eenzijdige dramatische gewicht van de 'vaderfiguur', vind ik WYSIWYG ruimschoots de moeite waard. De enscenering van Peter van den Eede - opgebouwd uit door donkerslagen, filmbeelden en pulserende geluiden van elkaar gescheiden scènes - past precies bij het stuk. Van den Eede's regie, waarin vertraging en versnelling, verstilling en tumult en

ernst en vrolijkheid (er is een fantastische scène waarin het viertal We are the world zingt) elkaar mooi afwisselen, oogt ondanks de sterke stileringen volstrekt vanzelfsprekend. Prachtig is het spel, van alle vier acteurs. De dreiging van Bervoets' rol is in belangrijke mate aan zijn onvoorspelbare vertolking te danken en Lies Pauwels en Stefaan Perceval spelen hun Gabriëlla en Michael met precies de juiste mengeling van redeloze opstandigheid en wanhopige berusting. Sien Eggers

spant als de murwe en getikte Muriël de kroon. Haar grote troef is haar op het gezicht gebeitelde glimlach en haar blikken van verstandhouding richting publiek. Onweerstaanbaar grappig zijn die en erg, erg tragisch.