Laat maar zitten dat aardgas

In 1993 bereikten de regering en het parlement overeenstemming over

de wijze waarop de grote hoeveelheid aardgas die onder het Waddengebied ligt, geëxploiteerd mag worden. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Toen ik in 1989 aantrad als minister was vrijwel iedereen in het

kabinet tegen.

Vooral drie argumenten hebben dat totaal veranderd. Het eerste argument was dat op grond van veelvuldig onderzoek kon worden aangetoond

dat de bescherming van het kwetsbare milieu kon worden veiliggesteld. Vooral door de nieuwere techniek van schuin boren zou het gas zelfs op grotere afstand vanaf het vasteland kunnen worden aangeboord. Wel zou het seismologisch onderzoek moeten worden afgerond met op zichzelf hinderlijk verticaal boren, maar dat zou slechts enkele maanden vergen.

Een tweede argument lag in de rechten van de oliemaatschappijen. Net zoals de eigenaar van een huis op den duur het recht moet hebben zijn huis te gebruiken, geldt dat de oliemaatschappijen het destijds verkregen recht van exploitatie niet zo maar kan worden afgenomen. Wil men dat toch dan zal een omvangrijke schadeloosstelling nodig zijn. Dit argument sprak ook de toenmalige milieuminister Alders aan; met genoegen

heb ik hem dat eens in de Tweede Kamer horen verdedigen. Op het derde argument, waarover deze column vooral gaat, kom ik terug.

Toen de parlementaire beslissing was gevallen realiseerde iedereen zich dat een lang traject voor de verlening van de benodigde vergunningen nodig zou zijn. Dat paste bij de zorgvuldigheid voor het milieu. Wat bijna niemand voor ogen had was dat in allerlei rechtszalen in het noorden het hele parlementaire debat eindeloos zou worden overgedaan. Met enige verbazing zie ik dat steeds weer beschouwingen worden gehouden

over de waarde van het gas. Die moet steeds opnieuw worden bewezen. Dat was toch in de Tweede Kamer al gebeurd. De schimmigheid van die nu al vier jaar durende discussie leidt ertoe dat sommigen hun kansen schoon zien om oude, al eerder weerlegde verhalen uit de kast te halen. Zo'n verhaal is bijvoorbeeld de gedachte om het gas maar in de grond te laten

zitten. Dat is toch zo mooi voor toekomstige generaties. Daarmee kom ik terug op het derde argument van de discussie van destijds, namelijk dat niet-ontginning een geweldig welvaartsverlies voor ons land betekent. Om

het niet ingewikkeld te maken neem ik zeer afgeronde cijfers. Onder de bodem van de Waddenzee ligt een schat van minstens 15 miljard gulden waarvan de overheid op zijn minst 10 miljard zou ontvangen. Dat zijn bedragen waarmee de verkiezingsprogramma's van alle partijen kloppend kunnen worden gemaakt. Maar daarom gaat het nu even niet. De vraag is of

toekomstige generaties ons dankbaar zullen zijn als we het gas laten zitten.

Voor het antwoord op die vraag is een eenvoudig rekensommetje voldoende.

Bij een rentevoet van zeg eens 7% zijn 1 miljard guldens van nu over 10 jaar 2 miljard waard, over 20 jaar 4 miljard en over 30 jaar 8 miljard. Een gulden van dit moment is dus veel meer waard dan een gulden in de toekomst, wat men soms moeilijk begrijpt. Nu weet ik best dat zelfs bij een snelle beslissing het aardgasgeld niet direct op de plank ligt. Maar

het twintig of dertig jaar laten zitten van het aardgas is alleen verantwoord als de gasprijzen tegen die tijd vier, vijf of zelfs zesmaal

zo hoog zouden zijn. Dat is buitengewoon onwaarschijnlijk. Het prijspeil

van gas nu is bijna tweemaal zo laag als 15 jaar geleden en gegeven de enorme voorraden, bijvoorbeeld in Rusland, lijkt een prijsstijging met een factor vier of vijf onzinnig. Gas op dit moment is dus veel meer waard dan gas in de toekomst, als je er tenminste iets mee doet.

Toekomstige generaties zullen het daarom zeker niet toejuichen als we onze talenten in de grond laten zitten. Dat was in het bijbelse verhaal ook al niet het geval. Maar als gezegd, je moet met de gasopbrengst wel iets economisch doen; vandaar dat er een rentevoet in het sommetje staat. De huidige regering voelt dat goed aan; gesuggereerd is al om de hele Betuwelijn met het aardgasgeld te financieren. Dat valt mij een beetje tegen; ik dacht dat die lijn al gefinancierd was. Er is jaren over gepraat en dan is het toch normaal dat je dan eindelijk weet waar het geld vandaan moet komen.

Maar goed, de aardgasopbrengst besteden voor infrastructuur is in ieder geval een goed idee. Doch ik zou er iets aan willen toevoegen. Voor de Betuwelijn zullen ze in het noorden niet zulke warme gevoelens hebben; dat is ver van huis. Mij is altijd geleerd betrokkenen ook een zeker belang te geven bij de afloop van iets dat ze moeilijk vinden. Het noorden ligt achter op de rest van Nederland. Onlangs verscheen er een groot rapport dat daar met geld voor infrastructuur en bedrijvigheid veel aan gedaan kan worden. Waarom laten we het noorden niet direct delen in de vele miljarden die onder het Waddengebied liggen? Natuurlijk

moeten we uiterst zorgzaam met het milieu blijven omgaan. Maar dan komen

er in de discussie tenminste ook wat andere argumenten op tafel, die een

zuiverder afweging mogelijk maken. Voor aardgas in de grond en werkloosheid erboven zullen toekomstige generaties ons in ieder geval niet dankbaar zijn.