Justitie terughoudend bij misbruik Internet

In de wereld van cyberspace gelden dezelfde wetten en regels als in de fysieke wereld. Maar om de regels op Internet te kunnen handhaven moeten grenzen worden overschreden.

DEN HAAG, 12 FEBR. Een Nederlander ventileert zeer discriminerende opvattingen via het wereldwijde computernetwerk Internet. De Nederlandse justitie wil de man wellicht vervolgen. Zijn uitlatingen kunnen immers strafbaar zijn, mits gericht op Nederland. De uitlatingen blijken inderdaad bedoeld voor Nederland; ze zijn in het Nederlands geschreven.

Justitie stuit echter op een probleem, want de man verkondigt zijn mening via een Amerikaanse toegangsaanbieder (provider). Hij maakt die omweg niet voor niets; de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting strekt verder dan die in Nederland. In de Verenigde Saten zijn dergelijke uitingen niet strafbaar. Wat te doen?

Het ministerie van Justitie schetst een dergelijk voorbeeld in de nota Wetgeving voor de elektronische snelweg. De nota, die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, geeft aan in hoeverre bestaande wetgeving geschikt is voor de elektronische snelweg. Ze vloeit voort uit het nationaal actieplan elektronische snelwegen (NAP).

Justitie wil de van discriminatie verdachte man volgen. Om het elektronische spoor te volgen, moet justitie dus de Nederlandse grens over - ook al hebben de opsporingshandelingen gevolgen voor het andere land. Achteraf moet dit land van die handelingen op de hoogte worden gebracht én daaraan goedkeuring verlenen. Omgekeerd moeten de Verenigde Staten, onder voorwaarden, in de toekomst inlichtingen kunnen krijgen over bijvoorbeeld pornografische afbeeldingen die via een Nederlandse provider worden aangeboden. Ook als niet vaststaat dat het feit in beide landen strafbaar is gesteld.

Natuurlijk, zo meent justitie, gelden wetten uit de fysieke wereld ook in cyberspace. Maar het mondiale karakter van de elektronische snelweg stelt de Nederlandse overheid voor problemen. Buitenlandse, vaak Amerikaanse aanbieders van producten kunnen zonder problemen Nederlandse vergunningen ontduiken. Ze bieden op een website bijvoorbeeld wapens te koop aan, waarvoor in Nederland een wapenvergunning is vereist. Gebruikers van Internet kunnen ook medicijnen bestellen, die in Nederland alleen met een recept van de huisarts verkrijgbaar zijn. Dit kan overigens ook zonder Internet: via brief of telefoon kunnen ook bestellingen worden geplaatst bij buitenlandse postorderbedrijven.

Desondanks pleit justitie voor een terughoudend overheidsbeleid; gebruikers en aanbieders op Internet moeten vooral via zelfregulering tot afspraken komen. Notarissen en accountants moeten in de toekomst zorgen voor betrouwbaar, rechtsgeldig verkeer op Internet. Zij zouden, net als 'gewone' accountants, de betrouwbaarheid van financiële rapportage en contracten moeten onderzoeken. Deze zogenoemde trusted third parties zouden een certificaat moeten hebben, alvorens aan het werk te kunnen. Momenteel doen de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken onderzoek naar deze trusted third parties.

De vaststelling van iemands identiteit moet ook geschikt worden gemaakt voor het elektronisch verkeer, meent justitie. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld nagaan met wie zij daadwerkelijk zaken doen. Een elektronisch paspoort kan worden gekoppeld aan bepaalde lichaamskenmerken, zoals een handpalm of een vingerafdruk. Deze worden vervolgens gedigitaliseerd.

Justitie stelt verder voor te onderzoeken of bijvoorbeeld postorderbedrijven van buiten de Europese Unie die zaken willen doen met Europese burgers, een vertegenwoordiger binnen de EU aanwijzen. Daarmee zou het bedrijf kunnen worden onderworpen aan Europese regelgeving.