IJsco in de zon

Even plotseling als de financiële crisis van Oost- en Zuidoost-Azië vorig jaar opdook, lijkt ze voorbij te waaien. De munten en de beurskoersen van Thailand tot Zuid-Korea krabbelen op, al maakten ze vandaag weer een stevige duikeling. De angst dat de ontwikkelingen oncontroleerbaar uit de hand gieren, maakt plaats voor het gevoel dat het ergste achter de rug is.

Was het maar zo eenvoudig. Neem Indonesië. De economie van Indonesië is gesmolten als een ijsco in de zon. Op verschillende plaatsen in de archipel zijn de afgelopen dagen voedselrellen uitgebroken. De sociale en etnische spanningen nemen toe. Gezien de strategische ligging van Indonesië - de zeeverbindingen tussen de Grote en de Indische Oceaan - maken de Verenigde Staten zich hierover grote zorgen.

Het land bevindt zich in een staat van financiële verlamming. De roepia, de Indonesische munt, is waardeloos. Indonesische ondernemers van Chinese afkomst brengen hun kapitaal in veiligheid in Singapore. Voor dit jaar wordt een economische krimp van tien tot twintig procent verwacht. Indonesië gaat gebukt onder een buitenlandse schuld waarvan tweederde dit jaar afgelost moet worden. Na het uitstel van betaling dat de facto is aangekondigd, heeft Indonesië geen toegang meer tot de internationale kapitaalmarkten.

Met andere woorden: Indonesië zit totaal aan de grond en de grootste verworvenheid van de afgelopen decennia, de terugdringing van de armoede van 80 naar 20 procent van de bevolking, gaat voor jaren verloren.

Vermoedelijk is 90 procent van de bedrijven die op de beurs van Jakarta zijn genoteerd, technisch bankroet. Aandelenkoersen zijn weggevaagd. Een Indonesische ondernemer, onlangs aanwezig op het World Economic Forum in Davos, zei niet te weten of hij bij terugkeer nog activiteiten in zijn bedrijf zou aantreffen.

Het is zelden eerder voorgekomen dat het vertrouwen in een economie in zó korte tijd zó volledig in elkaar is gestort. Dat heeft niet alleen te maken met de besmetting door het Aziatische virus, maar ook met de kwetsbare politieke situatie in Indonesië. Soeharto staat opnieuw kandidaat om herkozen te worden als president en de man die hij vermoedelijk als vice-president zal aanwijzen, Habibie, wordt in internationale kringen als de grootst mogelijke economische ramp omschreven. Nerveuze markten reageerden daarop en dwongen radicale beleidsaanpassingen af die anders nooit tot stand zouden zijn gekomen. Een aantal van de handelsmonopolies en geldverslindende hobbies van Soeharto's familieleden is met een pennenstreek van het Internationale Monetaire Fonds geschrapt. De 'Indonesische auto' en het 'Indonesische vliegtuig' komen er niet.

Nederland heeft een lange betrokkenheid bij Indonesië gekend. Hoe men ook oordeelt over het koloniale tijdperk, de afwikkeling van de onafhankelijkheid en de post-koloniale betrekkingen, er bestonden nauwe banden met Indonesië. Die zijn in maart 1992 afgebroken omdat minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) zich naar Indonesisch oordeel te onbehouwen opstelde met zijn kritiek op het gebrek aan democratie en schendingen van de mensenrechten. Ook al had Pronk alle gelijk van de wereld, het resultaat was dat Indonesië bedankte voor de eer om verdere officiële ontwikkelingshulp van Nederland te ontvangen. Voortaan waren alleen zakelijke betrekkingen toegestaan.

Niet Pronk, maar minister Wijers is onlangs in Jakarta op bezoek geweest. Van Mierlo is deze week in Indonesië, al weet hij niets van economie.

Cynici zeggen dat het conflict met Pronk een zegen in vermomming is geweest. De Nederlandse banken zijn door de afgekapte ontwikkelingsrelatie niet aangemoedigd tot vergroting van hun kredietverlening aan Indonesië en hebben daardoor geen omvangrijke leningen uitstaan. De Duitse banken hebben daarentegen wel enorme kredieten aan het Indonesische bedrijfsleven verstrekt en zitten nu met grote bedragen die ze moeten afschrijven. Deze kredieten werden aangemoedigd na het bezoek van Soeharto, in april 1995 aan Duitsland, waar hij hartelijk ontvangen werd door kanselier Kohl.

Nederland heeft ook iedere betrokkenheid verloren bij de huidige inspanningen om Indonesië te hervormen. Tot 1992 was Nederland voorzitter van de IGGI, het consortium van hulpverlenende landen aan Indonesië. In de IGGI kon Nederland nog een zekere sturende rol spelen. Deze groep wordt nu door de Wereldbank voorgezeten.

Twee weken geleden zei Pronk in een Kameroverleg dat hij zijn hart vasthield voor de mogelijke ontwikkelingen in Indonesië. De parlementariërs leverden in het overleg kritiek op het beleid van het IMF en de Wereldbank. De vrije kapitaalmarkt had het gedaan en de internationale bankiers met hun kuddegedrag hadden de Aziatische landen in het verderf gestort. Er was kritiek op de dominante rol van de VS bij de aanpak van de Aziatische crisis. Het waren - op zichzelf zinnige - kanttekeningen in de marge.

In de Azië-crisis is Nederland een toeschouwer aan de zijlijn. Voor Indonesië heeft Nederland tot nu toe niets gedaan, geen geld beschikbaar gesteld anders dan via de anonieme kanalen van de internationale organisaties, geen deskundigheid geleverd, geen steun aan hervormers gegeven, geen betrokkenheid getoond. Spraakmakend Nederland zwijgt.

Nee, financieel zou Nederland niet veel kunnen betekenen, gezien de miljarden die nodig zijn om Indonesië van het bankroet te redden. Maar het land waarmee Nederland bijna vier eeuwen uiteenlopende vormen van verwevenheid heeft gekend, maakt - na 1965 - de ernstigste politieke en economische crisis sinds zijn onafhankelijkheid door. Den Haag moet dringend iets van zich laten horen. Premier Kok is voldoende geïnformeerd om te weten wat hem te doen staat.