Hampson te bedrukt in Mahler

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Thomas Hampson, bariton. Gehoord: 11/2 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 14/2 Doelen Rotterdam. Radio: 23/5 14 uur Radio 4.

Op papier was het derde van de zeven concerten in de serie 'Carte Blanche voor Thomas Hampson' het spannendst: de ontmoeting op het podium

van het Amsterdams Concertgebouw tussen twee van de meest uitgesproken muzikale persoonlijkheden van deze tijd - de Amerikaanse zanger en de Russische dirigent Valery Gergjev. Diens Rotterdams Philharmonisch Orkest had op de lessenaars instrumentale muziek van Weber en Wagner en vocale muziek van Mahler en Debussy - alle componisten van belang.

Maar de op zijn hoogst gespannen verwachtingen werden door Thomas Hampson bij mij niet ten volle waar gemaakt. Hij zong Mahlers Kindertotenlieder - het meest desolate en aangrijpendste repertoire - met zijn veelgeprezen fraaie stem op zeer stemmige, buitengewoon bedrukte wijze, op een enkele wat heftige passage na geheel in zichzelf gekeerd, met een extreem moedeloze expressie. Elke hoogte was Hampson te

veel, vaak intoneerde hij in zijn zucht naar diepe treurigheid dan ook te laag.

Hampson, sinds het Amsterdamse Mahler Feest in 1995 erkend als een Mahlervertolker van het grootste formaat, ging hier voorbij aan de wezenstrek van Mahler: het dubbele, het dubbelzinnige in zijn muziek, de

gang van laag naar hoog, van de aarde naar de hemel, waar de gestorven kinderen 'ruh'n wie in der Mutter Haus.'

Juist die contrasten tussen duisternis en zonneschijn, de transformatie van onpeilbaar leed in berustende extase ontbraken in deze vertolking, die eerder de indruk wekte van verantwoorde voordracht dan van het onbeschaamd openleggen van de ergste hartepijn. Mogelijk was hier sprake

van een bevangenheid, die verdwenen kan zijn bij de tweede uitvoering, zaterdag in de Rotterdamse Doelen.

Ook in de eerste twee van Debussy's Trois ballades de Villon leek Hampson niet ten volle gebruik te maken van zijn fabelachtige mogelijkheden tot kleuring en beeldende theatraliteit. Maar in de Ballade des femmes de Paris was hij weer geheel zichzelf: een snel, luchtig en met veel bravoure gezongen pleidooi om de voorkeur te geven aan de Parijse vrouwen boven die uit alle andere landen. Debussy klonk hier uit de mond van Hampson zelfs als een stukje uit Puccini's komische

opera Gianni Schicchi.

Valery Gergjev en zijn Rotterdammers zorgden in Mahler en Debussy voor voortreffelijke begeleiding en maakten enorme indruk met Webers ouverture Der Freischütz en Wagners Vorspiel und Liebestod uit Tristan und Isolde. Zou Weber hebben geweten dat die eerste maten van zijn ouverture kunnen uitgroeien tot ongeveer het mooiste van een heel concert?