Een wandeling over de Parijse campus; Vredesideaal in groen en steen

Midden op de Parijse campus staat een soort Disney-versie van een Frans kasteel. De indrukwekkende, betimmerde grote zaal van het Maison Internationale, zoals het kasteel officieel heet, ziet uit over uitgestrekte sport- en drentelvelden, die bruusk worden begrensd door de Boulevard Périphérique, het zesbaans verkeersriool dat Parijs omcirkelt.

Binnen vragen de prikborden aandacht voor culturele avonden en de verkiezing van bestuurtjes. Uit de telefooncellen komen onverstaanbare flarden van gesprekken met ver weg; de inwoners van de Cité Universitaire komen uit 130 landen. Studeren ver van huis: een mengsel van heimwee en opwinding.

Het Maison Internationale, ooit gebouwd met Rockefeller-geld, wordt omgeven door een uitgestrekte parkachtige omgeving, waar 37 'nationale' huizen liggen, veelal gebouwd in de stijl van het land van 'herkomst'. De lage gebouwen om een grasveld van de Fondation Deutsch de la Meurthe doen sterk denken van een Engels college, het Japanse huis is te herkennen aan het pagode-dak, Zweden en Denemarken staan er degelijk en Scandinavisch bij, Amerika ruim en groot. Zoals je zou verwachten.

Studentenhuisvesting in het groen is geen Franse gewoonte. Engelse universiteiten zoals Oxford, Cambridge en Durham zijn er beroemd om. In de Verenigde Staten is het begrip campus, bekend van oude universiteiten als Stanford, Columbia, Harvard en Yale, de norm geworden. In Parijs kwam het plan om een parkachtige woonomgeving voor studenten te bouwen op in de jaren '20. De wereldvrede was het belangrijkste motief. Op de plaats van oude vestingwerken en een huttenkamp van marginale Parijzenaars moest aan de uiterste zuidrand van de stad een woon- en werkkwartier verrijzen waar de elites van morgen elkaar beter zouden kunnen begrijpen. Door samen te pingpongen en te musiceren, te eten en te debatteren. Het ideaal van begrip tussen de volkeren is op de Parijse campus in optimistische architectuur neergeslagen.

Landen en nationale stichtingen werden overtuigd dat zij een gebouw neer moesten zetten op de cité universitaire. Een kwart van de Parijse studenten kwam destijds uit het buitenland. Dat percentage is allang gezakt en de Universiteit van Parijs heeft de zorg en in veel gevallen ook het eigendom van veel gebouwen overgenomen - zo ook bij het door W.M. Dudok gebouwde Nederlandsch Paviljoen, dat binnenkort wordt gerestaureerd en een van de juwelen van de Cité is (zie ook de kunstpagina van 17 januari, pagina 11).

Er waren meer beroemde architecten actief op de Parijse campus. Zo bouwde Le Corbusier het Maison du Brésil (dat al een half jaar dicht is wegens verregaand achterstallig onderhoud) en, tussen 1930 en '33, het Pavillon Suisse. Het gebouw vergt nogal wat onderhoud, maar het blijft van buiten en van binnen een blikvanger. Alle vijftig kamers worden nu aangepast aan de wensen en gewoonten van deze tijd. Het eenpersoonsbed wordt vervangen door een uitklapbare versie voor dubbele beslaping. Opzij in het nieuwe, nog steeds strak lineaire bureau zit een ijskastje. De douche op de kamer, die er van het begin af aan was, wordt nieuw geïnstalleerd.

Le Corbusier droomde van zuiderlicht en sobere helderheid, monnikscellen voor individuele studie en openheid naar de buitenwereld. De licht gebogen 'huiskamer' op de begane grond - marmeren leestafel, Breuer-stoelen en wandschilderingen - ademt gastvrijheid en belangstelling. Zijn creatie is nog steeds een van de meest geslaagde in het schaalmodel van de Volkerenbond waar het studentendorp van Parijs aan doet denken.

Zoals alle gebouwen geeft ook het Zwitserse onderdak aan buitenlanders. Want 'menging' is nog steeds een doelstelling van de Cité. Van de vijftig kamers in het Pavillon Suisse is de helft beschikbaar voor niet-Zwitsers. Ook al heeft de regering in Bern jaarlijks 1 miljoen Franse franc over voor het onderhoud van dit bouwkundige kleinood, en nog meer geld om het draaiend te houden, directrice mevrouw Roche vertelt dat het geen centrum voor Zwitserland-promotie is. Er zijn geen raclette-avonden. Wel onlangs een debat met deskundigen over het joodse goud.

De Cité is te bereiken met de regionale métro, de RER B, halte Cité Universitaire (vier haltes vanaf Saint-Michel richting Robinson). De ingang ligt aan de boulevard Jourdan, tegenover het op waterreservoirs gebouwde Parc Montsouris.