Duitse kolonie

In zijn artikel 'Mallorca keert zich tegen Duitse kolonie' (4 februari) haalt correspondent Steven Adolf een Duitse bierbrouwer-worstfabrikant aan: twintig jaar geleden kwam deze naar het 'paradijselijke' eiland Mallorca en werd naar zijn zeggen met open armen ontvangen: “Men was de wapenbroederschap tussen Franco en Hitler nog niet vergeten.”

Dat was men zeker niet, maar in 1969 konden de tegenstanders van Franco en van die wapenbroederschap, de overlevenden van de fascistische terreur die op Mallorca tussen de drie- en vijfduizend slachtoffers eiste, nog niet spreken: de politieke politie was alomtegenwoordig. De schrijver Jean A. Schalekamp, die zich in 1960 op het eiland vestigde, kon pas na Franco's dood en na de eerste vrije verkiezingen van 1977 slachtoffers en ooggetuigen ertoe bewegen hem hun verhalen te vertellen en op de band te laten vastleggen. In zijn boek Van een eiland kun je niet vluchten. Gesprekken met overlevenden van de massamoorden op Mallorca in 1936 (Weesp 1983) citeert hij onder anderen Georges Bernanos, die in 1936 op Mallorca woonde. Bernanos, wiens sympathie aanvankelijk lag bij de corporatistisch- fascistische Falange, schreef uit ontzetting en verontwaardiging over wat hij tijdens de staatsgreep meemaakte Les grands cimetières sous la lune. (Parijs 1938).

Wanneer in een reportage over Mallorca niets van deze recente geschiedenis wordt vermeld, ontstaat er een zeer eenzijdig beeld van de bewoners van het eiland: het lijkt of iedereen het wel best vond dat Duitsers een groot deel van het eiland opkochten, als het maar geld opleverde. Natuurlijk zijn er overal mensen die vooral geld willen verdienen.

Een deel van de bevolking zal het massatoerisme verwelkomd hebben, vooral omdat het eiland na de oorlog straatarm was. Maar wie de Franco-terreur aan den lijve had ondervonden zal in de Duitse toeristen geen 'wapenbroeders' hebben gezien.