Beurs streeft naar hogere kwaliteit handel

De Amsterdamse effectenbeurs ligt qua regelgeving nog mijlenver achter op Londen en New York. Naar Brits voorbeeld komt er wellicht een opleidingsinstituut voor beurshandelaren.

AMSTERDAM, 12 FEBR. Vertegenwoordigers van de politiek en het beurs- en bankwezen maken vandaag nader kennis met de Britse opleidingsinstelling voor de effectenwereld, Securities Institute. Op uitnodiging van beursbedrijf Amsterdam Exchanges bezoekt een tweekoppige

delegatie van dit instituut het Damrak.

President-directeur G. Möller van Amsterdam Exchanges wil een dergelijke opleiding ook in Amsterdam opzetten. Een diploma van zo'n instituut moet een keurmerk worden waarmee de kwaliteit van een effectenhandelaar is gegarandeerd. Hij zei dit vorige maand bij zijn nieuwsjaarstoespraak naar aanleiding van de ontdekking van fraude op de effectenbeurs. Möller benadrukte toen dat de Nederlandse effectenbedrijven en banken de integriteit en kwaliteit binnen deze 'industrietak' moeten vergroten. Dat zou moeten gebeuren met opleidingen, normstellingen en training, zoals Securities Institute dit doet voor het the City, het financiële hart van Londen.

Hoewel nog maar weinig handelaren lid zijn van het vijf jaar oude Britse

instituut staat Securities Institute in hoog aanzien. Het is gevestigd in het centrum van Londen op een steenworpafstand van de belangrijkste effecten- en optiebeurzen en banken. Niet iedereen wordt zomaar lid. Daarvoor is minimaal drie jaar ervaring vereist en het succesvol afleggen van een pittig examen. Ieder jaar nemen 18.000 kandidaten deel aan de examens van het instituut. Ongeveer 55 procent daarvan slaagt.

Het examen is een aanvulling op de strenge individuele toelatingseisen voor toetreding tot de beursvloeren van Londen. De toezichthouder op de beurzen, de Securities and Futures Authorities (SFA), onderwerpt handelaren aan diverse controles op het gebied van kennis, financiële draagkracht en integriteit. Wie niet fit and proper is krijgt geen toegang tot de beursvloer. Wie over een licentie beschikt, maar de regels overtreedt raakt zijn vergunning kwijt. Bovendien krijgt dan het effectenbedrijf waarvoor de handelaar werkt een forse boete. De Britten hebben deze regels afgekeken van de SEC, de toezichthouder op de

effectenbeurzen van de Verenigde Staten.

Amsterdam ligt qua regelgeving nog mijlenver achter op Londen en New York. Zo zijn de licenties op het Damrak niet persoonsgebonden, maar gekoppeld aan de directie van het effectenkantoor waarbij de handelaar werkzaam is. Een handelaar zonder opleiding of ervaring kan theoretisch gezien zonder problemen worden toegelaten op de beursvloer. Bij frauduleus handelen op de beursvloer raakt alleen de directie van het effectenbedrijf haar licentie kwijt. De handelaar kan gewoon blijven functioneren op de beurs door van werkgever te wisselen. Dat gebeurde ook bij een hoofdverdachte in de beursfraudezaak, Han Vermeulen.

President Möller van Amsterdam Exchanges pleitte begin november, op

de Dag van het Aandeel, voor invoering van een persoonlijke licentie naar Brits model. Möllers idee werd van tafel geveegd nadat de Nederlandsche Bank en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) hadden

laten weten er tegen te zijn. De STE was van mening dat het management van het effectenbedrijf zijn verantwoordelijkheid zou ontlopen door de schuld al snel in de voeten te schuiven van de handelaars. De STE wil niet verder gaan dan het opstellen van een zwarte lijst van handelaren die de beursregels hebben overtreden.

De volgende proefballon die Möller opliet was het idee om een Nederlands effecteninstituut op te richten. Om het plan handen en voeten

te geven, ontvangt de beurs vandaag de directeur van het Britse instituut, J.H. Turner, en J. Wigglesworth, bestuursvoorzitter van de Londense optiebeurs (LIFFE) die tevens verbonden is aan de effecteninstelling. Turner was tot oktober vorig jaar werkzaam bij de toezichthouder van de Britse beurzen, de SFA. Daar was hij verantwoordelijk voor het opstellen van de toelatingseisen en de gedragsregels voor het beurswezen. Turner is van mening dat een soortgelijke instelling in Nederland, ondanks de afwezigheid van strenge

persoonlijke regels voor handelaren, zin heeft. “Het instituut kan een kwaliteitslabel aan beurshandelaren hangen. Daarmee kunnen de handelaren

zich onderscheiden van anderen. Bovendien creëer je met zo'n instelling een gedragsnorm waar alle leden zich aan zullen moeten houden.''

De Nederlandse beurstoezichthouder, de STE, is vandaag ook uitgenodigd maar zal niet meedoen aan de oprichting van een Nederlands effecteninstituut. “Wij beperken ons tot toezicht op naleving van de wet, en niet op eigen regels”, aldus een woordvoerster.