'Bengaalse tijger' ontsnapt aan Aziatische crisis

De valutacrisis in Zuidoost-Azië is voor een groot deel voorbijgegaan aan India. Protectionisme en een conservatief monetair beleid maakten India minder kwetsbaar.

BOMBAY, 12 FEBR. Enigszins trots, in elk geval met opgeheven hoofd lopen bankiers en economische beleidsmakers rond in Nariman Point, het zakencentrum van Bombay. Aan iedereen die het maar wil horen, vertellen zij dat India het juist heeft ingeschat, zeven jaar geleden. In 1991 begon het land voorzichtig de deuren te openen naar de wereldeconomie, maar peinsde er niet over onbeperkte hoeveelheden dollars toe te laten. “India is altijd bekritiseerd voor zijn voorzichtige houding”, zegt bankier Alam Gupta in India's financiële hoofstad. “Nu ziet iedereen dat de voorzichtige middenweg ons heeft behoed voor een catastrofe.”

Of de lichte euforie over de overgewaaide donderbui en de flexibiliteit van India's economie terecht is valt echter nog te bezien. Zakenmensen en buitenlandse investeerders maken zich zorgen over de trage vooruitgang en de onzekere toekomst van India. Niet alleen is het nog ongewis hoe de economie op de iets langere termijn zal reageren op de recente turbulentie in Zuidoost-Azië. Politiek is de situatie in de

grootste democratie ter wereld op dit moment uiterst instabiel. Vanaf maandag worden voor de tweede keer binnen twee jaar parlementsverkiezingen gehouden. Twee kabinetten struikelden sinds de vorige verkiezingen, in 1996. Nu al lijkt het zeker dat er opnieuw een coalitiekabinet zal komen, omdat vermoedelijk geen van de politieke partijen een meerderheid zal behalen. Wie er ook aan de macht komt in India, de conservatieve economische politiek zal weinig schokkende veranderingen opleveren, zeker in het licht van de Zuidoost-Aziatische ervaringen. In tegenstelling tot landen als Zuid-Korea, Thailand of Indonesië heeft India de poorten tot de eigen markt zoveel mogelijk

gesloten gehouden. “India is wellicht conservatief geweest”, zei de internationaal alom gerespecteerde minister van Financiën, P. Chidambaram, onlangs. “We wilden een sterk economisch fundament leggen voor de toekomst”, luidt zijn verklaring. De behoudende Bengaalse tijger is inderdaad goeddeels ontsnapt aan de ziektes die zijn soortgenoten in Zuidoost-Azië velden. De waarde van de Indiase rupee daalde weliswaar met tien procent sinds april vorig jaar, maar de regering beschouwt dat als een normaal uitvloeisel van de crisis. Nog niet zolang geleden werd India in internationale economische kringen als

een mislukkeling voorgesteld. Ondanks het enorme potentieel - 970 miljoen inwoners - kwam er over de gehele lijn bitter weinig terecht van

het land. Honderden miljoenen mensen op het platteland kunnen niet lezen

of schrijven (iets meer dan de helft van de bevolking is analfabeet), hebben geen sanitaire voorzieningen, geen schoon drinkwater, geen wegen,

elektriciteit, onderwijs en leven onder de armoedegrens met een inkomen van enkele honderden guldens per jaar. Op enkele terreinen, zoals de software-industrie en nota bene de ruimtevaartindustrie verkreeg India wel internationaal aanzien.

Feit blijft dat economie nog steeds half-hervormd is en dat de grote massa op geen enkele manier heeft kunnen profiteren van de groei van de wereldeconomie, terwijl de welvaart in vergelijkbare landen in Azië

wèl steeg. Het is één van de gevolgen van de geïsoleerde, bijna autarkische Indiase economie, waarin de import- en exportcijfers relatief weinig voorstellen, afgezien van de import van

olie. Het gebrek aan contacten met meer flexibele, typische handelslanden heeft bovendien een negatieve invloed gehad op de doelmatigheid in het bedrijfsleven. De gevolgen van de op Sovjet-praktijken gebaseerde Indiase planeconomie, waarin concurrentie alleen maar als lastig en onoverzichtelijk werd gezien, zijn nog steeds merkbaar in de logge, bureaucratische Indiase economie.

Tergend langzaam zijn onder toenmalig premier Narasimha Rao sinds 1991 een aantal economische hervormingen doorgevoerd. Sindsdien is inderdaad economische vooruitgang geboekt, tot en met een groei van zes procent per jaar, en werden steeds meer buitenlandse bedrijven uitgenodigd te investeren in Indiase ondernemingen. Desondanks blijft India voor veel buitenlandse bedrijven het land van de toekomst of, beter gezegd, een land voor de toekomst. “India moet uitkijken dat het niet eeuwig op de drempel van de wereldeconomie blijft staan”, zegt een financieel analist in Bombay.

Een aantal verschillen met de economieën in Zuidoost-Azië maakte India veel minder kwetsbaar voor een complete ineenstorting. “De

Indiase regering wilde de nationale economie beschermen en niet blootstellen aan een grote instroom van Amerikaanse dollars'', zegt een buitenlandse bankier in New Delhi. Dat resulteerde onder meer in een strenge regulering van de financiële markt, vergelijkbaar met die van China. Buitenlandse-valutaleningen van enige omvang moeten worden goedgekeurd door de centrale bank van India. Alleen bedrijven die harde valuta terugbrengen in India komen in aanmerking voor dollarleningen - en dan nog op beperkte schaal. Omdat maar weinig bedrijven buitenlandse schulden hebben doen enorme toenames van de rentelasten als gevolg van valutaschommelingen zich in India daarom niet voor.

Ook de zeepbel van goedkope korte-termijnleningen, waardoor veel kleine financieringsmaatschappijen in Zuidoost-Azië in de problemen kwamen, is in India nauwelijks opgelaten. Leningen van bijvoorbeeld 15 miljoen dollar moeten een minimale gemiddelde looptijd hebben van zeven jaar. De korte-termijnspanningen die zich in Zuidoost-Azië voordeden zijn er daarom in India veel minder. Verder heeft India de waarde van de rupee minder vastgebonden aan de Amerikaanse dollar dan andere landen. “India is daardoor veel minder kwetsbaar en relatief immuun voor de schommelingen in Zuidoost-Azië”, zei de econoom Jeffrey Sachs van Harvard University onlangs in een analyse van de Indiase economie.

Desondanks leek het in januari even mis te gaan met de rupee. Voor het eerst viel de munt tot boven de grens 40 rupee tegenover de Amerikaanse dollar. De centrale bank greep echter in, verkocht op grote schaal dollars en verhoogde daarnaast het disconto - de rente waartegen banken kunnen lenen bij de centrale bank - met twee procent tot elf procent om speculanten af te schrikken. De rupee herstelde zich binnen 24 uur en is

sindsdien weer stabiel op ruim 38 rupee ten opzichte van de dollar.